3.2 Welvaart en ontwikkeling

Startklaar
1 / 30
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Startklaar

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Vorige les
Terugblik

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Vorige les
Terugblik
D                A                D                B       

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

      Lesdoel
In deze les gaan we kijken hoe we landen met elkaar kunnen vergelijken. We frissen ons geheugen op over dimensies en richten ons op economische metingen. We kijken welke indicatoren goed werken en welke niet.

Slide 4 - Slide

Het lesdoel (2 min) 

Docent benoemt het lesdoel en bespreekt kort wat de leerlingen zullen leren en waarom dit belangrijk is.

Leerlingen luisteren naar de leerdoelen en krijgen een duidelijk beeld van wat er van hen verwacht wordt tijdens de les. Uitleg van leerdoelen, korte discussie over belang van de leerdoelen
Voorkennis
1. De leerlingen kennen wat ontwikkelingskenmerken zijn . 

2. De leerlingen kennen wat hdi en bnp zijn . 

3. De leerlingen kennen centrum-periferie model . 


Slide 5 - Slide

Welke voorkennis is nodig voor het doel.
Controleer of de leerlingen deze voorkennis beheersten door het stellen van Controle van Begrip vragen
Centrum-periferie
- gebrekkige technologie - meest ontwikkeld - afhankelijkheid  - hoge productie- ‘het Zuiden’ -   koopkrachtige bevolking- beheersen 80% van de wereldhandel- veel hoofdkantoren van multinationals - lage productie- nadelige ruilvoet - ‘het Noorden’

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

blz.84

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

     Aardrijkskundige dimensies

          Sociaal-culturele 
                        dimensie



Demografische
dimensie

                 Economische
                         dimensie


Politieke 
dimensie

Slide 8 - Slide

Hoe hoge hoe kouder.
Hoe verder van de evenaar hoe kouder.
Informele sector

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Big mac Index

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

HDI

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Blz.86

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Blz.87

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

India en Engeland 
Economisch vergelijken
BNP/Hoofd
1e sector
2e sector
3e sector

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

     Kleine afsluiting
bnp
brp
bnp per inwoner
koopkracht
hdi
analfabetisme
beroepsbevolking
outsourcing
offshoring

Slide 15 - Slide

Kleine lesafsluiting (5 min) 

Docent controleert begrip door opdrachten of vragen die de begrippen en vaardigheden van het lesdoel toetsen.

Leerlingen werken zelfstandig of in een groepje aan opdrachten, kunnen vragen stellen aan de docent maar werken grotendeels zelfstandig.

Controle van begrip vragen
LessonUp
wij gaan huiswerk checken

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

2a Waarom wordt het bnp per inwoner gebruikt om de welvaart van landen te meten en niet het bnp?
A
omdat het BNP per inwoner altijd hoger is dan het gewone BNP.
B
omdat je met het bnp per inwoner het totale inkomen deelt door het aantal inwoners in het land.
C
omdat het BNP per inwoner alleen kijkt naar hoeveel geld de overheid verdient.
D
omdat landen met meer inwoners automatisch rijker zijn.

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions

2b Welk nadeel heeft het bnp per inwoner bij het meten van de welvaart binnen een land?
A
Je ziet niet wat de regionale verschillen zijn.
B
het houdt geen rekening met hoeveel producten een land maakt.
C
het laat zien hoe rijk de overheid is, niet de mensen.
D
het meet alleen hoeveel geld er naar het buitenland gaat.

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

2c Welke is geen nadeel van bnp als maatstaf?
A
de cijfers in ontwikkelingslanden zijn niet altijd betrouwbaar
B
geld dat verdiend wordt in de informele sector wordt niet meegerekend.
C
bij de berekening worden verschillende valuta gebruikt.
D
hoe hoger het BNP, hoe minder mensen er in een land wonen.

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Geef aan waarom de subnationale human development index een betrouwbaardere indicator is om levensomstandigheden in een land te meten dan de human development index.

Slide 20 - Open question

This item has no instructions

Wat zegt het hdi-getal 0,645 over India?
A
Dat zegt dat India op de hdi-index scoort in de middenmoot.
B
India is een van de rijkste landen ter wereld.
C
Het cijfer laat zien hoeveel geld elke inwoner verdient.
D
India heeft een erg hoge levensverwachting en perfecte scholing.

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

primaire sector
secundaire sector
tertiaire sector

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions

6c De informele (diensten)sector in snelgroeiende industrielanden is relatief groot. De komende jaren zal blijken of de informele sector in deze landen nog groter wordt of juist zal krimpen.

Beredeneer waardoor de informele sector zou kunnen groeien.
A
Door strengere belastingcontrole groeit de informele sector.
B
De bevolking zal sneller groeien dan het aantal banen in de formele sector.
C
Als iedereen een vaste baan krijgt, wordt de informele sector groter.
D
Hoe beter het onderwijs, hoe meer mensen in de informele sector werken.

Slide 23 - Quiz

This item has no instructions

6d Beredeneer waardoor de informele sector zou kunnen krimpen.
A
Als er meer werkloosheid is, krimpt de informele sector.
B
Door minder controle van de overheid wordt de informele sector kleiner.
C
Door de economische groei is er meer industrie en een toename van de dienstverlening.
D
Als mensen minder onderwijs krijgen, verlaten ze de informele sector.

Slide 24 - Quiz

This item has no instructions

Het centrum-periferiemodel is toepasbaar op verschillende schaalniveaus.
nationaal
continentaal
nationaal
nationaal
Randstad
Zuid-Afrika
Oost-Europa

Slide 25 - Drag question

This item has no instructions

9b. Welke antwoord is een onjuiste reden waarom deze vijf landen niet allemaal een grote economische groei hebben doorgemaakt.
A
De politieke keuzes en stabiliteit in Brazilië zijn niet altijd gunstig geweest voor economische groei.
B
China en Brazilië hebben veel last gehad van de coronapandemie.
C
Omdat alle landen precies dezelfde natuurlijke hulpbronnen hebben.
D
Rusland is een oorlog begonnen met Oekraïne.

Slide 26 - Quiz

This item has no instructions

Huiswerk
https://www.youtube.com/watch?v=6UYK0ayEW08

Lees par 3.3
maak de opdrachten 3, 4, 5 en 10 op blz.96-98

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

     Grote afsluiting
In deze les gaan we kijken hoe we landen met elkaar kunnen vergelijken. We frissen ons geheugen op over dimensies en richten ons op economische metingen. We kijken welke indicatoren goed werken en welke niet.


Slide 28 - Slide

Het lesdoel (2 min) 

Docent benoemt het lesdoel en bespreekt kort wat de leerlingen zullen leren en waarom dit belangrijk is.

Leerlingen luisteren naar de leerdoelen en krijgen een duidelijk beeld van wat er van hen verwacht wordt tijdens de les. Uitleg van leerdoelen, korte discussie over belang van de leerdoelen
retrieval practice

Slide 29 - Slide

Retrieval practice (10 min)
Docent geeft de leerlingen de tijd om zelf te oefenen met de lesstof en biedt ondersteuning indien nodig.

Leerlingen oefenen zelf met de lesstof door begrippen te oefenen met Quizlet, flashcards te maken en zichzelf te overhoren of topografie spellen online te doen.

Quizlet, flashcards maken, zichzelf overhoren, topografie spellen online

Slide 30 - Video

This item has no instructions