VWO 3 - 20 janvier

Bonjour ! 
- Zet je camera aan

- Leg je telefoon naast je, we gaan het gebruiken


Fijne les! 
1 / 28
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Bonjour ! 
- Zet je camera aan

- Leg je telefoon naast je, we gaan het gebruiken


Fijne les! 

Slide 1 - Slide

Aujourd'hui 
- Herhalingsoefening 
- Werken aan de digitale methode

Leerdoelen : Jullie hebben een herhaling gehad voor het SO. 

Slide 2 - Slide

Tu "venir" (présent)

Slide 3 - Mind map

Herhalingsoefening

Tu viens

Slide 4 - Slide

Elles "venir" (passé composé)

Slide 5 - Mind map

Herhalingsoefening

Elles sont venues

Slide 6 - Slide

Nous "devenir" (imparfait)

Slide 7 - Mind map

Herhalingsoefening

Nous devenions

Slide 8 - Slide

Je "revenir" (futur)

Slide 9 - Mind map

Herhalingsoefening

Je reviendrai

Slide 10 - Slide

"Ik heb gegeten" in het Frans ?
A
J'ai mangé
B
J'ai manger
C
Je suis mangé
D
Je suis manger

Slide 11 - Quiz

Herhalingsoefening

J'ai mangé. 

-er ww --> voltooid deelwoord -é 

Manger --> mangé

Slide 12 - Slide

"Ik heb geslapen" in het Frans ?
A
J'ai dormit
B
J'ai dormi
C
Je suis dormit
D
Je suis dormi

Slide 13 - Quiz

Herhalingsoefening

J'ai dormi. 

-ir ww --> voltooid deelwoord -i

dormir --> dormi

Slide 14 - Slide

"Ik heb gewacht" in het Frans ?
A
J'ai attendru
B
J'ai attendut
C
J'ai attendus
D
J'ai attendu

Slide 15 - Quiz

Herhalingsoefening

J'ai attendu. 

-re ww --> voltooid deelwoord -u

attendre --> attendu

Slide 16 - Slide

"Ze is gegaan" in het Frans ?
A
Elle est allé
B
Elle est allée
C
Elle a allé
D
Elle a allée

Slide 17 - Quiz

Herhalingsoefening

Met être moeten jullie een extra -s of -e bij het voltooid deelwoord toevoegen. 
Il est allé
Elle est allée
Ils sont allés
Elles sont allées

Slide 18 - Slide

"We zijn verhuisd" in het Frans ?
A
Nous avons déménagé
B
Nous avons déménagés
C
Nous sommes déménagé
D
Nous sommes déménagés

Slide 19 - Quiz

Herhalingsoefening

Soms moeten jullie "avoir" gebruiken in het geval waar jullie "zijn" in het Nederlands zouden gebruiken. 

Slide 20 - Slide

"J'ai envie d'aller dehors"

"avoir envie de" in het Nederlands?
A
dol zijn op
B
zin hebben in
C
nu is het genoeg
D
geld opzijzetten

Slide 21 - Quiz

"Est-ce que ça a marché?"

"ça a marché" in het Nederlands?
A
Helemaal
B
van hout
C
nu is het genoeg
D
is het gelukt

Slide 22 - Quiz

"Ons huis is van hout"

"van hout" in het Frans?
A
en tissu
B
en bois
C
en plastique
D
en verre

Slide 23 - Quiz

"Cela est interdit"

"interdit" in het Nederlands?
A
toegestaan
B
verbazingwekkend
C
verboden
D
nodig

Slide 24 - Quiz

"Les réfugiés vivent ici"

"réfugié" in het Nederlands?
A
vluchteling
B
kunstenaar
C
werknemer
D
baas

Slide 25 - Quiz

"Hij draagt een overhemd"

"overhemd" in het Frans?
A
pull
B
chemise
C
pantalon
D
manteau

Slide 26 - Quiz

"La guerre commença en 1914"

"guerre" in het Nederlands?
A
ongeluk
B
ramp
C
oorlog
D
ruzie

Slide 27 - Quiz

Digitale methode 
Nu moeten jullie met de digitale methode werken aan jullie leerdoelen voor het SO. 

 

Slide 28 - Slide