Stap 2: Analyseer de gedichten
Bij elk gedicht ga je minimaal twee
poëtische technieken benoemen en uitleggen. Denk aan:
• Enjambement (versregels die doorlopen zonder pauze)
• Alliteratie (beginrijm, bijvoorbeeld: ‘lang leve liefde’)
• Assonantie (klinkerrijm, bijvoorbeeld: ‘grote bomen stonden boven’)
• Rijm en ritme (hoe draagt de klank bij aan de sfeer?)
• Beeldspraak (metaforen, personificaties)
Schrijf per gedicht 6-8 zinnen waarin je uitlegt welke technieken er gebruikt worden en welk effect ze hebben.