les 62: Meer dan lezen §3

Hallo 1va
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • Herhaling stof § 3
  • Opdrachten nakijken §3
  • Zelf oefenen § 3 
timer
10:00
1 / 19
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 19 slides, with text slides.

Items in this lesson

Hallo 1va
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • Herhaling stof § 3
  • Opdrachten nakijken §3
  • Zelf oefenen § 3 
timer
10:00

Slide 1 - Slide

Hallo 1vhtb
Pak je spullen alvast (boek/Nieuw Nederlands/pen+schrift) en je leesboek
  • Wat gaan we doen vandaag?
  • Lezen (10 min)
  • Herhaling stof § 3
  • Opdrachten nakijken §3
  • Zelf oefenen § 3 
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Leerdoel
Je kunt het doel van een tekst bepalen.
Je kan woordstrategieën gebruiken om de betekenis van woorden te vinden.

Slide 3 - Slide

Tekstdoelen en tekstsoorten
Elke tekst wordt geschreven met een doel: de schrijver wil iets bereiken. 

Er zijn vijf tekstdoelen: 
  • amuseren
  • informeren
  • instrueren
  • overtuigen 
  • activeren

timer
1:00

Slide 4 - Slide

Tekstdoelen

Je kunt het tekstdoel bepalen als je weet wat het belangrijkste is wat de schrijver met de tekst wil bereiken.

Vaak heeft een tekstsoort een vast tekstdoel. Zo is een grapje bedoeld om je aan het lachen te maken (amuseren) en een reclamefolder om je iets te laten kopen (activeren).


Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Nakijken opdracht 1+2
opdracht 1 vraag 1
  • Tekst 1 = amuseren. Het verhaal is een column en de auteur probeert te lezer te vermaken met een verhaal over de hond Sorry.
  • Tekst 2 = informeren. Het is een artikel over een onderzoek. Er worden alleen feiten verteld.
  • Tekst 3 = activeren. De auteur probeert je over te halen om een abonnement te nemen
  • Tekst 4 = informeren. De sprekers interviewen Sjoerd Kuijper en er worden feiten genoemd.


Slide 7 - Slide

Nakijken opdracht 1+2
opdracht 1 vraag 2
Tekst 1 = ‘Toen pas riep ik dus, heel erg boos: ‘SORRY!’
‘Kom hier Sorry,’ maakte ik er nog van, alsof de mevrouw het dan wel zou snappen.’
Tekst 2 = Je mag elke zin uit de tekst kleuren.
Tekst 3 = Voorkom autopech met Smart Driver. 2,50 per maand.



Slide 8 - Slide

Nakijken opdracht 1+2 p. 24-25
Opdracht 1
a filmtip – activeren
b gebruiksaanwijzing– instrueren
c montagehandleiding – instrueren
d nieuwsbericht – informeren
e raadsel – amuseren
f supermarktfolder – activeren
g tekst over de voordelen van groene stroom – overtuigen
h uitnodiging – activeren


Slide 9 - Slide

Nakijken opdracht 1+2 p24-25
Opdracht 2
infrastructuur (tekst 1) – alles wat hoort bij verbindingen tussen plaatsen
voorzieningen (tekst 1) – zaken die nodig/nuttig zijn
realiseren (tekst 1) – verwerkelijken; maken
hanenpoten (tekst 5) – lelijk geschreven letters
ontcijferen (tekst 5) – achterhalen wat er staat
bevoegd zijn (tekst 5) – toestemming hebben


Slide 10 - Slide

Nakijken opdracht 3 p24-25
Opdracht 3
Tekst 1 – overtuigen; dat zie je aan:
En dat terwijl een veel makkelijkere oplossing is om meer capaciteit te krijgen: sprinters dubbeldeks maken. (mening van de schrijver)
en aan:
Zulke treinen bestaan al lang, in miljoenensteden overal ter wereld, met meer deuren dan de intercity’s voor het vlug in- en uitstappen. Makkelijk te realiseren en de kosten worden grotendeels terugverdiend via de treinkaartjes van de reizigers. (waarom de schrijver vindt wat hij vindt)
Tekst 2 – instrueren: dat zie je aan de doe-woorden ‘hak’, ‘vul’, ‘dek af’’, ‘bestrijk’ en ‘bak’.

Slide 11 - Slide

Nakijken opdracht 3 p24-25
Tekst 3 – activeren; dat zie je vooral aan de aanbieding ‘voor slechts € 83,86 € 57,99’ en het blauwe rondje met ‘31% korting’, maar ook aan ‘Als je je vóór 9 september abonneert’.
Tekst 4 – amuseren; er wordt in het gedicht een mooie / leuke / originele vraag gesteld over het versnellen van de tijd, omdat dat twee nachten wachten soms net zo lang lijken te duren als tien nachten.
Tekst 5 – informeren; dat zie je aan het antwoord op de vragen waarmee de tekst begint.

Slide 12 - Slide

Nakijken opdracht 1+2 p. 25-26
1 Die film, vol martial-arts , is een must voor iedereen die van vechtsporten houdt.
2 The Lion King is vast een kaskraker, gezien het blockbusterbudget
dat gebruikt is om de film te maken.
3 Er gebeurt veel tegelijkertijd in het beeld, waardoor de film vooral geschikt is voor een widescreen.
4 Tijdens het festival vindt er een maskerade plaats, waarbij veel mensen verkleed over straat gaan.
5 Wanneer je de mooiste film wilt kiezen, moet je alle informatie uit de catalogus
lezen.
6 YouTube, Zoom en TikTok zijn verschillende streamingsplatforms.
7 Vroeger maakte Disney vooral animatiefilms, maar veel van die films worden nu
uitgewerkt tot live-actionavonturen.

Slide 13 - Slide

opdracht 3

1 (de) (film) Mulan; (Disneys) (live-actionavontuur) Mulan
2 Het tekstdoel is overtuigen, want in de titel staat een mening van de auteur en die geeft de film vier van de vijf sterren.
3 Positief, want de film krijgt vier van de vijf sterren.
4 Eigen antwoord, bijvoorbeeld: Het is een kleurrijke film, want in de trailer is al te zien dat er veel kleuren gebruikt worden in de film.
Eigen antwoord, bijvoorbeeld: De film overweldigt misschien te veel, want in de trailer zie je regelmatig veel mensen in beeld / zie je al een volle verhaallijn.
5 Eigen antwoord: Ja of Nee.
Het doel is overtuigen.


Slide 14 - Slide

opdracht 3

7 Mulan is de eerste dure film die direct thuis op televisie te bekijken is en niet eerst in de bioscoop getoond wordt.
8 De film is kleurrijk en qua vormgeving is hij gemaakt voor een widescreen.
9 1 Sommige dingen zijn wat simpel (zoals de vijand die in het zwart is en de held die in het rood en goud is). 2 De film hoort thuis op widescreen en niet op de televisie.
10 Het argument waarin gezegd wordt dat de film thuishoort op het bioscoopscherm en niet op de televisie.




Slide 15 - Slide

Wat: Maak de opdrachten 5 en Meer dan lezen §3 op blz. 28
Hoe:  opdracht 5 Individueel, maar je mag op fluisterniveau overleggen met degene die naast je zit. Opdracht 6 in tweetallen.
Hulp: Theorie uit je boek.
Uitkomst: Geoefend met woordstrategieën
Tijd: 10 min.

Klaar?
Leesboek of ander huiswerk
timer
10:00

Slide 16 - Slide

Zelf oefenen 1v
Cursus 6 §5 lastige verwijswoorden
Wat:  Maak oefening 1 t/m 4 van p.238 en 239.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  15 min.
Uitkomst: Geoefend met lastige verwijswoorden.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
15:00

Slide 17 - Slide

Zelf oefenen 1va
Cursus 1  §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat:  Maak opdracht 3 (vraag 4 , 11-12 niet), 4 (alleen blad), 5 en 6 (alleen vr. 1 en 2)  op p. 27-28.
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  15 min.
Uitkomst: Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
15:00

Slide 18 - Slide

Zelf oefenen 1vhtb
Cursus 1  §3 tekstdoelen en tekstsoorten
Wat:  Maak opdracht 7 en opdracht 8 (vr. 1 t/m8) op p. 26 t/m 28
Hoe:  Individueel 
Hulp: Nieuw Nederlands, buur, docent.
Tijd:  15 min.
Uitkomst: Geoefend met tekstdoelen en tekstsoorten.
Klaar?
Ben je klaar lezen in je leesboek of huiswerk 
timer
15:00

Slide 19 - Slide