jouer à la console = gamen regarder un film = een film kijken
faire du sport = sporten aller en ville = naar de stad gaan
visiter une personne = iemand bezoeken faire du shopping = winkelen/shoppen
jouer du piano = piano spelen faire des courses = boodschappen doen
jouer au foot(ball) = voetballen ranger la chambre = de kamer opruimen
écouter de la musique = muziek luisteren
manger dans un restaurant = in een restaurant eten