This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Items in this lesson
Feedback
feedback geven en ontvangen
Slide 1 - Slide
Doelen
Je weet het doel van feedback
je kan het verschil benoemen tussen inhoud en betrekkingsniveau
je kent het begrip hamburger methode
Je kent de 4 G'van feedback
Je kan je kennis van feedback toepassen in de oefensituatie
Lesdoelen
Slide 2 - Slide
Waar denk je aan bij Feedback?
Slide 3 - Slide
Feedback, doel, wijze, vormen
Slide 4 - Mind map
Feedback
Naast reflectie heb je ook feedback van anderen nodig om te leren en jezelf te verbeteren.
Feedback = terugkoppeling over gedrag, prestaties of de houding van een ander.
Complimenten versus verbeterpunten
Slide 5 - Slide
Wat is feedback?
Feedback = terugkoppelen
"Feedback is het terugkoppelen van informatie van de ene persoon naar de andere, waarbij duidelijk gemaakt wordt hoe de boodschap (of het gedrag) van de een op de ander overkomt".
Slide 6 - Slide
Feedback: wat is het?
Feedback is een reactie op gedrag of op het werk.
Feedback kan een top zijn: het gedrag of het werk is goed. Je krijgt of geeft een compliment.
Feedback kan ook een tip zijn: het gedrag of het werk kan verbeterd worden.
Tekst
Slide 7 - Slide
Taakgerichte Feedback of persoonsgerichte feedback
Slide 8 - Slide
Wat doet feedback met jou?
Slide 9 - Mind map
Regels voor feedback
De 4 G's
Slide 10 - Slide
Feedback heeft alleen effect wanneer het op een goede manier gegeven wordt volgens de 4 G's
Gedrag
Gevolg van gedrag
Gevoel
Gewenst gedrag
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Video
Verdedigingsreacties
Ontkenning ("Nee hoor, zo ging het helemaal niet")
Verdringing (Niet meer kunnen herinneren)
Rationalisatie ("Ja maar ik kon er niets aan doen. Want toen ik...")
Projectie ("Ik heb het jou ook wel eens zien doen, als jij het eerder tegen mij had gezegd dan..")
Slide 13 - Slide
Johari venster Roos van Leary
Slide 14 - Slide
Hoe kun je op een goede manier omgaan met feedback ?
Hanteer de regels van feedback;
Heb respect voor jezelf en voor de ander;
Doe moeite om de ander te begrijpen;
Zie een meningsverschil als iets gemeenschappelijks en daardoor oplosbaar.
Slide 15 - Slide
Aandacht voor elkaar hebben zonder oordeel
Slide 16 - Slide
Taakgerichte feedback
Persoonsgerichte feedback
Je hebt de klas netjes opgeruimd
Jij bent vriendelijk
Jij hebt deze broodjes goed belegd
Je bent een harde werker
Slide 17 - Drag question
Iedereen weet dat jij erg nieuwsgierig bent en altijd veel vragen stelt. Dat weet je zelf ook.
A
Open ruimte
B
Verborgen gebied
C
Blinde Vlek
D
Onbekend Gebied
Slide 18 - Quiz
wat zijn de 4 G's voor Feedback?
A
gevoel, gevolgen, gehoor, gewenst gedrag
B
Gedrag, gehoor, gevoel, gemoed
C
gedrag, gevoel, gevolg, gewenst gedrag
D
Gemoed, gevolgen, gehoor, gewenst gedrag
Slide 19 - Quiz
Je hebt zelf niet door dat je altijd een stuk rustiger bent als de leidinggevende in de buurt is. Je collega’s merken dat wel.
A
Open ruimte
B
Verborgen gebied
C
Blinde Vlek
D
Onbekend Gebied
Slide 20 - Quiz
Welke regels voor het geven van feedback kloppen?
A
Vermijd woorden zoals "altijd" en "nooit" en spreek in 'ik-zinnen'
B
Geef alleen feedback op gedrag dat de ander kan veranderen en spreek in 'jij-zinnen'
C
Als iemand niet open staat voor feedback; gebruik de 'sandwich methode'
D
Wees altijd eerlijk en vertel alles wat je denkt en voelt
Slide 21 - Quiz
Ik vraag feedback aan jullie: Hoe was het voor jullie om met dit onderwerp aan de slag te gaan?
Slide 22 - Open question
Slide 23 - Slide
Geef elkaar een TIP en een TOP
Begin met een compliment (positieve feedback). Gebruik de IK-boodschap: 'ik zie dat... / ik hoor dat... / ik voel dat...'
Zeg hoe het gedrag van de ander voor jou is. Vertel wat je wilt voelt/ wat het met je doet. Doe dit met respect.