H3

Welkom 4 mavo
H3 herhalingstof
Economie
1 / 20
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Welkom 4 mavo
H3 herhalingstof
Economie

Slide 1 - Slide

Programma
Welkom
Vragen over H3?
Samenvatting kort en krachtig
Aan de slag met H3 examenopdrachten!
Overige tijd: leren

Slide 2 - Slide

Vragen over H3?
Wie heeft er vragen of een begrip uit dit hoofdstuk?

Slide 3 - Slide

Steeds meer waard
Elk bedrijf maakt tijdens zijn productie, goederen meer waard.
Zoals een bakker: Graan --> Brood
Meubelmaker: Hout --> Kast
Toegevoegde waarde: extra waarde die ontstaat doordat een bedrijf een product bewerkt.

Om te produceren, gebruik je productiefactoren:
  • Kapitaal ( Gebouwen, machines of geld)
  • Arbeid ( Werknemers)
  • Natuur ( Grond )
  • Ondernemerschap 

Slide 4 - Slide

Productiefactoren
Diegene die de productiefactor levert, ontvangt daarvoor een beloning


Productiefactor
Beloning
Kapitaal
Huur en rente
Arbeid
Loon
Natuur
Pacht
Ondernemerschap 
Winst/ verlies

Slide 5 - Slide

Consumentenprijs
Inkoopprijs
Brutowinstopslag   + ( kosten en winst voor de detaillist)
Verkoopprijs

Btw  9/ 21%     +
Consumentenprijs ( prijs die je betaalt in de winkel

Slide 6 - Slide

De winst voor bedrijven
Omzet= Het totale bedrag dat je door  het verkopen van goederen en/of diensten heb ontvangen.  Afzet X verkoopprijs= Omzet

Brutowinst= Omzet - inkoopwaarde ( inkoopprijs van alle verkochte producten)

Nettoresultaat= Brutowinst - bedrijfskosten
Let op! je netto resultaat kan winst of verlies zijn!

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Arbeidsproductiviteit
Arbeidsproductiviteit = productie per persoon in een bepaalde tijd. 

Arbeidsproductiviteit = Totale productie per periode : Aantal werknemers


Slide 9 - Slide

Productiecapaciteit
= Maximale hoeveelheid producten die een bedrijf kan maken. 

- Aantal mensen die in het bedrijf werken
- Het aantal uren zat zij werken
 - Kapitaalgoederen die gebruikt worden. 

100% productie capaciteit benut= Alle mensen + kapitaalgoederen worden ingezet 



Slide 10 - Slide

Voor- en nadelen productie
Maatschappelijke kosten: negatieve gevolgen van productie voor de samenleving. 
- Geluidshinder, CO2 uitstoot

Maatschappelijke opbrengsten: Positieve gevolgen van productie voor de samenleving. 
- Meer werkgelegenheid,  meerdere producten op de markt

Slide 11 - Slide

Verschillende goederen
Voor het bespreken van de vier soorten markten, handig om te weten welke twee goederen er zijn:
  • homogene goederen: Verschillen amper te vinden in de ogen van de consument 
  • Heterogene goederen: hebben voor consumenten belangrijke verschillen: voor hen maakt het uit wie het product levert: merk- en smaakvoorkeur.

Slide 12 - Slide

Monopolie
= marktvorm met maar 1 aanbieder!

Is in Nederland vrij zeldzaam, wel overheidsmonopolies
- Hoogspanningsnet 
- Uitgifte van bankbiljetten
- NS

Slide 13 - Slide

Volkomen concurrentie
= marktvorm met veel aanbieders op de markt! 
- Landbouwproducten: Graan en suiker.
- Aandelen

Slide 14 - Slide

Monopolistische concurrentie
= Markvorm met ook veel aanbieders, maar Heterogene producten.



Slide 15 - Slide

Oligopolie
= Markt met veel vraag maar klein aantal aanbieders
Gaat om Heterogene- als homogene producten.


Slide 16 - Slide

Aan de slag
Examenopdrachten van H3 Economie boek. Blz. 98
Opdrachten 1 t/m3 
tijd 5 minuten, daarna bespreken
Klaar? Check welke begrippen BAM is vergeten!

timer
5:00

Slide 17 - Slide

Aan de slag
Examenopdrachten van H1 Economie boek. Blz 99
OPdrachten 4 t/m 6 
tijd 5 minuten, daarna bespreken
Klaar? Check welke begrippen BAM is vergeten!

Slide 18 - Slide

Aan de slag
Examenopdrachten van H1 Economie boek. Blz 99
OPdrachten 7 t/m 10
tijd 5 minuten, daarna bespreken
Klaar? Check welke begrippen BAM is vergeten!

Slide 19 - Slide

Aan de slag
Examenopdrachten van H1 Economie boek. Blz 102
Opdrachten 11 en 12
tijd 5 minuten, daarna bespreken
Klaar? Check welke begrippen BAM is vergeten!

Slide 20 - Slide