De keuzevoorzetsels 4 H

Huiswerk
dinsdag 8-4
Mk: H Grammatik blz. 145 t/m 146 > 49, 50, 51 en 52
Lr. blz. 243 20, 21 en 22 Voorzetsels en keuzevoorzetsels kennen
donderdag 10-4
H Grammatik blz. 147 > 53, 54, 55 Lr. blz. 124 Grammatik Modalverben
1 / 23
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3,4

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Huiswerk
dinsdag 8-4
Mk: H Grammatik blz. 145 t/m 146 > 49, 50, 51 en 52
Lr. blz. 243 20, 21 en 22 Voorzetsels en keuzevoorzetsels kennen
donderdag 10-4
H Grammatik blz. 147 > 53, 54, 55 Lr. blz. 124 Grammatik Modalverben

Slide 1 - Slide

Keuzevoorzetsels
Wat weet je al over de keuzevoorzetsels?

Slide 2 - Slide

Wat zijn de keuzevoorzetsels?
Keuze
voorzetsels
Ander voorzetsel
an
auf
hinter
in
neben
über
unter
vor
zwischen
aus
durch
ohne
um

Slide 3 - Drag question

Die Wechselpräpositionen
Wechselpräpositionen zijn keuze voorzetsels. Hiernaast zie je de 9 voorzetsels waar het om gaat. 
Waarom heten ze keuze voorzetsels? Dit komt doordat ze soms een derde naamval genereren en soms een vierde.  

 

Slide 4 - Slide

Samengevat.....
Zie je één van deze voorzetsels in de zin staan  dan moet je jezelf de volgende vragen stellen om te bepalen welke naamval het pers.vnw, lidwoord etc krijgt. 

1. Is het op een plek? Waar ?= wo? Dan gebruik je een 3e naamval. Ook als je kunt vragen Wanneer? = wann? krijgt het een 3e naamval. 
2. Is het een beweging en kun je dus vragen Waarheen ? = wohin? Dan krijg je een 4e naamval

Slide 5 - Slide

De 7/2 regel
Soms kun je niet vragen waar/waarheen of wanneer en dan gaat bij deze voorzetsels de 7/2 regel in. Dat houdt in dat auf en über altijd een 4e naamval krijgen en de overige 7 voorzetsels een 3e naamval krijgen. 


Slide 6 - Slide

Voorzetsel: auf (op)
✅ 3e naamval (Dativ) → Waar of wanneer? 
Das Buch liegt auf dem Tisch. (Waar ligt het boek? → Geen beweging)
✅ 4e naamval (Akkusativ) → Waarheen? (beweging)
Ich lege das Buch auf den Tisch. (Waarheen leg ik het boek? → Beweging)

2/7 regel
✅ Auf + Akkusativ:
Ich warte auf den Bus. (Niet "waar?" of "wanneer?", maar "op wie/wat?")
Sie freut sich auf das Wochenende. (Op wat verheugt ze zich?)




Slide 7 - Slide

Voorzetsel: über (boven, over)
✅ 3e naamval (Dativ) → Waar of  wanneer
Die Lampe hängt über dem Tisch. (Waar hangt de lamp? → Geen beweging)
✅ 4e naamval (Akkusativ) → Waarheen? (beweging)
Er hängt die Lampe über den Tisch. (Waarheen hangt hij de lamp? → Beweging)

2/7 regel
✅Über + Akkusativ:
Wir sprechen über den Film. (Niet "waar?", maar "over wat?")
Er ärgert sich über die Verspätung. (Waarover ergert hij zich?)

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Ich gehe morgen nicht in ....... Schule(v).
A
die
B
der
C
das
D
den

Slide 10 - Quiz

Das Papier liegt unter ...... Teppich(m).
A
dem
B
den
C
das
D
der

Slide 11 - Quiz

Ich legte mich auf ........ Bett(o).
A
meinem
B
mein
C
meines
D
meiner

Slide 12 - Quiz

Sie will nur neben ....... Freund schlafen.
A
ihrem
B
ihren
C
ihr
D
ihrer

Slide 13 - Quiz

Früher wohnten wir über ....... Bäcker.
A
einem
B
einen
C
ein
D
einer

Slide 14 - Quiz

Lege die Kartoffeln in ..... Wasser (o).
A
dem
B
das
C
den
D
der

Slide 15 - Quiz

Setz dich mal in ..... Sessel(m) da!
A
dem
B
den
C
das
D
der

Slide 16 - Quiz

Die Zeitung liegt schon wieder unter .... Tisch(m).
A
dem
B
den
C
das
D
der

Slide 17 - Quiz

Ich sitze auf ....... Pferd und warte auf......Freund.
A
dem, dem
B
das, den
C
dem, den
D
das, dem

Slide 18 - Quiz

Wat is er bijzonder aan een keuzevoorzetsel?
A
Je mag zelf kiezen welke voorzetsel je gebruikt
B
Na deze voorzetsels kan de 3e OF 4e naamval gebruikt worden
C
Na één van deze voorzetsels gebruik je altijd beide naamvallen

Slide 19 - Quiz

Na de keuzevoorzetsels krijg je bij een beweging
A
1e naamval
B
2e naamval
C
3e naamval
D
4e naamval

Slide 20 - Quiz

Wat houdt de 7-2 Regel in?

Slide 21 - Open question

Ik begrijp de keuzevoorzetsels
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll

Und jetzt?
Mk: H Grammatik blz. 145  49, 50 usw.

Slide 23 - Slide