In jouw toets vraag ik het ongeveer zo
Het is koud in het klaslokaal. Je docent Duits laat het raam openstaan. Wat zeg je?
das Fenster – schließen →
= schließen Sie das Fenster
Je vrienden staan al een half uur op je te wachten, maar jij komt er bijna aan. Wat zeg je?
bitte – einen Moment – Geduld – haben →
= Habt einen Moment Geduld bitte!