spelling 4.8 m2

spelling 4.8 m2
In deze paragraaf leer je:
• het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• samenstellingen met tussen-s en tussen-n;
• twintig dicteewoorden.
1 / 17
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

spelling 4.8 m2
In deze paragraaf leer je:
• het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord;
• samenstellingen met tussen-s en tussen-n;
• twintig dicteewoorden.

Slide 1 - Slide

In welk voorbeeld staat een voltooid deelwoord?
A
lachen
B
lopende
C
gelachen
D
liep

Slide 2 - Quiz

Welke samenstelling is foutief gespeld?
A
kwaliteitcontrole
B
hoogteverschil
C
tarwemeel
D
racecircuit

Slide 3 - Quiz

Uitleg 
https://www.youtube.com/watch?v=tuR84TdOYMk

Slide 4 - Slide

Wanneer komt er een -s bij een samenstelling? Bv: stadspoort

Slide 5 - Open question

Het voltooid deelwoord wordt een bijvoeglijk naamwoord. De regel: je schrijft het zo kort mogelijk.
De foto is vergroot = De vergrote foto 
Eindigt het voltooid deelwoord al op -en, dan kan je dit zo laten staan. 
Het huiswerk is vergeten = Het vergeten huiswerk. 


Slide 6 - Slide

Schrijf op: 
Regels voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord 
1 Het voltooid deelwoord op -en verandert als bijvoeglijk naamwoord niet. (vergeten groenten)
2 Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord schrijf je zo kort mogelijk. (de verbrede weg)
3 Het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord volgt de spellingsregels van het bijvoeglijk naamwoord. (het gelande vliegtuig)

Slide 7 - Slide

timer
5:00

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

opdracht 1 verder vanaf f 4, 5, 6, 7

Slide 10 - Slide

Les 2 samenstellingen, tegenwoordig deelwoord 

Slide 11 - Slide

Tegenwoordig deelwoord  
Regel: hele werkwoord + d / de
Lachend gingen zij ten onder (tegenw deelw)
De klas zit vol met lachende leerlingen. (gebruikt als bv nmw, het zegt wat over de leerlingen)

Slide 12 - Slide

Wanneer schrijf je een -s bij een samenstelling?

Slide 13 - Open question

Welke regels weet je nog van de vorige les over het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord?

Slide 14 - Open question

Welke antwoord is goed?
A
groentesoep
B
groentensoep

Slide 15 - Quiz

Waarom is het 'groentesoep'?

Slide 16 - Open question

5, 6, 7

Slide 17 - Slide