Je kunt een hoofdzin ook beginnen met een ander woord.
Ik werk bij een bakker. We beginnen altijd vroeg met bakken. Daarom moet ik al om 04.00 uur opstaan.
In de zin voor daarom staat een reden: we beginnen altijd vroeg met bakken.
3a. ander woord 2a. 1ste WW 1. wie of wat 3b. rest 2b. 2e WW
Waarschijnlijk moet ik tot 13.00 uur werken.