1HV 4.9 Spelling

Wat leer je nou?

Herhalen pv t/m mv
Herhalen lw t/m bzv
Herhalen hoofdzin en bijzin

voltooid deelwoord + verkleinwoorden spellen


1 / 35
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Wat leer je nou?

Herhalen pv t/m mv
Herhalen lw t/m bzv
Herhalen hoofdzin en bijzin

voltooid deelwoord + verkleinwoorden spellen


Slide 1 - Slide

Fictielezen

Slide 2 - Slide

Moeder kookte een heerlijke maaltijd.
Ik zie haar.
Wij geven jullie een bos bloemen.
Heb je hun geschreven?
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp

Slide 3 - Drag question

Welke voegwoorden verbinden ALTIJD twee hoofdzinnen?
A
omdat, daarom, zodat, want
B
dat, dus, brawl stars, terwijl
C
en, maar, want, of ,dus
D
dus, maar, of, omdat, en

Slide 4 - Quiz

bijzin + hoofdzin 
hoofdzin + hoofdzin 
hoofdzin + bijzin
hoofdzin + hoofdzin + bijzin
hoofdzin + bijzin + bijzin
Evelien werkt bij de bakker, want zij bakt graag koekjes. 
Evelien werkt bij de bakker, want zij bakt graag koekjes, omdat zij die zo lekker vindt. 
Als je vanavond langskomt, zal ik je het allerlaatste nieuwtje vertellen. 
Ik kom vanavond langs en ik vertel jou dan het laatste nieuwtje. 
Toen opa rookte, vond ik dat vies.

Slide 5 - Drag question

Sleep de woorden naar de woordsoorten.
werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
persoonlijk voornaamwoord
bezittelijk voornaamwoord
Hij
is
onze
mooie
trouwdag
vergeten.

Slide 6 - Drag question

Slide 7 - Video

Drie soorten werkwoorden: kww, hww, zww


  • Koppelwerkwoorden
  • Hulpwerkwoorden
  • Zelfstandige werkwoorden

Slide 8 - Slide

het zelfstandige werkwoord (zww)

Het werkwoord in de zin die de handeling aangeeft.

  • Jonas rijdt in zijn auto
  • Jonas heeft in zijn auto gereden

Slide 9 - Slide

het koppelwerkwoord (kww)
  • Zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen
  • In de betekenis van: het onderwerp is, wordt iets...

  • De Dalton bleek een school in Den Haag te zijn



Slide 10 - Slide

het hulpwerkwoord (hww)
  • De overige werkwoorden zijn hulpwerkwoorden

  • Jonas heeft in zijn auto gereden
  • De Dalton bleek een school in Den Haag te zijn


Slide 11 - Slide

Ik            naar huis                              
Kww
Zww
Hww
ben
gefietst

Slide 12 - Drag question

Nena         later dokter 
Kww
Zww
Hww
wil
worden

Slide 13 - Drag question

Wat?
Paragraaf 4.8 Spelling: maak opdracht 11
Kijk 3, 6, 7, 9, 10 na
Hoe?
Leerwerkboek B
Hulp?
Boek --> buur --> Straver
Resultaat?
Bespreken opdracht 11
Leerdoel?
lw, bn, zn, vz, vw, zww, kww en hww, psv, bzv
Klaar?
Daltontaak, lezen
timer
6:00

Slide 14 - Slide

De 1, 2, 3 ...  basisprincipes voor spelling
1.  UITSPRAAK: Woorden worden gespeld volgens de klanken die in de uitspraak te horen zijn. 

2.  GELIJKVORMIGHEID: Woorden worden zo veel mogelijk op dezelfde manier gespeld.  Zoals bloed (bloeden), hij wordt (hij werkt), breedte (diepte).

3. ETYMOLOGIE: Veel woorden worden nog helemaal of gedeeltelijk volgens hun oorsprong gespeld. De spelling gaat dan terug op de vroegere uitspraak of op
de spelling in de taal van herkomst.  Zoals: choqueren, baby, computer, jazz. 








Slide 15 - Slide

Wat weet je al over de spelling van
het voltooid deelwoord?

Slide 16 - Mind map

Het voltooid deelwoord (vd)
(paragraaf 4.9 Spelling)
  1. Is nooit het enige werkwoord in de zin.
  2. Staat een vorm van 'hebben, zijn, worden' in de zin.
  3. Staat vaak achteraan in de zin. 
  4. Begint vaak met 'ge-'.

De finale is zojuist begonnen.
De laatste minuut wordt gespeeld.
We hebben de wedstrijd gewonnen.

Slide 17 - Slide

Geen 'ge-' bij werkwoorden die beginnen met:
be-, ver-, ont-, -er, her-
gebeuren - is gebeurd
bedanken - heeft bedankt
vertellen - heeft verteld
ontwerpen - heeft ontworpen
erkennen -  heeft erkend
herhalen - heeft herhaald

Slide 18 - Slide


vd van klankveranderende of sterke werkwoorden 
eindigen op  -en'.


gelopen
gesprongen
gezwommen

Slide 19 - Slide

vd van klankvaste of zwakke werkwoorden, blz 67
-d of -t? Het woord langer maken óf 'T eX-KoFSCHiP! 
De laatste letter van de STAM bepaalt of je een voltooid deelwoord schrijft met een 'd' of een 't' op het eind.

Hele werkwoord
fietsen
beleven
Stam
fiets
belev
 -t of -d?
gefietst
beleefd

Slide 20 - Slide

Dit voltooid deelwoord is goed .... ?
A
gerpeld
B
gepseld
C
gespeld
D
gespelt

Slide 21 - Quiz





Samenvatting en stroomschema op 
bladzijde 
151

Slide 22 - Slide

Schrijf de voltooid deelwoorden:
ik ben (botsen), ik had (herkennen), zij leek niet (schrikken), wij hebben (ophalen)

Slide 23 - Open question

Verkleinwoorden

Slide 24 - Slide


Wat is het verkleinwoord van 'kano'?
A
kano'tje
B
kanotje
C
kanoo'tje
D
kanootje

Slide 25 - Quiz

Verkleinwoorden, in het Nederlands worden ze vaak gebruikt.
Van de meeste zelfstandig naamwoorden kun je een verkleinwoord maken door -je of -tje erachter te zetten. I

Bij verkleinwoorden gebruik je altijd het lidwoord het.
eendje
konijntje
vakantietje

Slide 26 - Slide

En anders? Volg dan de regels op blz. 69!
-pje, -kje
boompje, woninkje
(Dus, nooit g+k bij een verkleinwoord)
Klinkt de klinker lang? Eentje erbij voor de uitspraak!
opa-opaatje, auto-autootje, paraplu-parapluutje
bij -y: -'tje
baby'tje, hobby'tje 
(Let op: cowboytje, want voor de y staat een klinker ;) )
Uitzonderingen zijn er ook!
tekening-tekeningetje, blad-blaadje, bril-brilletje

Slide 27 - Slide


Een verkleinwoord is altijd een ..... ?
A
bijvoeglijk naamwoord
B
zelfstandig naamwoord
C
werkwoord
D
lidwoord

Slide 28 - Quiz


Wat is het verklein woord van cowboy?
A
cowboytje
B
cowboyje
C
cowboy'tje
D
cowbooytje

Slide 29 - Quiz

Wat?
Paragraaf 4.9 Spelling: maak opdrachten 1 - 3, 5, 8, 9, 11 en nakijken
Hoe?
Leerwerkboek B
Hulp?
Boek --> buur --> Straver
Tijd? 
Tot leseinde
Resultaat?
Bespreken volgende les
Toets maandag 7 april
Leerdoel?
lw, bn, zn, vz, vw, zww, kww en hww, psv, bzv
Klaar?
Daltontaak, lezen

Slide 30 - Slide

Wat weet je nu?


Zinsdelen benoemen: pv t/m mv
Woordsoorten benoemen: lw t/m bzv
Spelling: voltooid deelwoord en verkleinwoorden

Slide 31 - Slide

Einde van de les

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide

Kies jouw dinsdagdilemma
duifbeweging
van de grond eten

Slide 34 - Poll

Ik help hem.
Ik kijk Bral stars.
Wij geven jullie iets.
Heb je hun gegeven?
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp

Slide 35 - Drag question