Opdracht 2
snoot = zww, gooide = zww
zijn = hww, afgezaagd = zww, kunnen = hww lopen = zww
wilde = hww kopen = zww, is =kww, moet = hww sparen = zww
heette = kww, kon = hww drummen = zww zingen = zww, bleek = kww
verleng = zww, is hww opgelopen = zww
zijn = kww, mag = hww laten = hww zien = zww wijzen = zww