This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Forensisch Onderzoek
De moord op een bewaker door een mummie.....
Groepsopdracht; invullen van het logboek.
Slide 1 - Slide
Leerdoelen
Ik weet welke verdachten er zijn in deze moordzaak
Ik weet welke verdachte(n) er afvallen na het
bloedgroepenonderzoek
Ik weet welke verdachte(n) er afvallen na het haaronderzoek
Ik weet hoe het logboek ingevuld wordt t/m het haaronderzoek
Slide 2 - Slide
Werkboek genetica
Verschillende opdrachten over genetica.
Eigen stamboomonderzoek.
Individuele opdracht
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Slide
Leerdoelen (vandaag)
Ik kan een monohybride kruising maken t/m F2 (herhaling)
Ik kan een stamboom analyseren
Ik kan een stamboom van een erfelijke eigenschap van mijn
eigen familie maken
Slide 5 - Slide
Even terugpakken.... Wie is er vermoord?
A
een mummie
B
Wilhelmina
C
Willem
Slide 6 - Quiz
Wie zijn de verdachten?
Slide 7 - Open question
Er is bloed gevonden op het lichaam van Willem. Dit bloed van de verdachte klontert samen met antistof anti-A en antistof anti-B. Welke bloedgroep heeft de verdachte?
A
0
B
A
C
B
D
AB
Slide 8 - Quiz
Vergelijk de gevonden haar lichaam
van Willem.
Van wie kan deze haar zijn? (er zijn meer antwoorden mogelijk)
A
Van Rachid
B
Van Sophie
C
Van Martha
D
Van Theo
Slide 9 - Quiz
Tot hoever is het logboek met de groep ingevuld?
A
Nog niets
B
Tot en met onderdeel 1; het slachtoffer en de verdachten.
C
Tot en met onderdeel 2; de bloedgroepen (inclusief tekeningen en conclusie)
D
Tot en met onderdeel 3; de haren (inclusief tekeningen en conclusie)
Slide 10 - Quiz
Monohybride kruisingen
Overerving van één eigenschap, waarbij één genenpaar betrokken is
Ouders met letter P, nakomelingen F1, hun nakomelingen F2
Allelen aangegeven met een enkele gekozen letter
Slide 11 - Slide
Een man en een vrouw hebben allebei een allel voor steil haar (A) en een allel voor krullend haar (a). Ze krijgen samen een kind.
Noteer de allelencombinaties die bij dit kind kunnen voorkomen.
Slide 12 - Open question
Twee ouders zijn heterozygoot voor de bruine oogkleur. Bruine ogen is dominant over blauwe. Ze krijgen een eeneiige tweeling Guus en Kees. Guus heeft blauwe ogen. Hoe groot is de kans dat Kees ook blauwe ogen heeft?
A
25%
B
50%
C
75%
D
100%
Slide 13 - Quiz
Stambomen
Slide 14 - Slide
PAH is een aandoening waarbij de bloedvaten in de longen vernauwd zijn. PAH kan verschillende oorzaken hebben. Eén daarvan is een erfelijke afwijking, veroorzaakt door een dominant gen (A).
In de afbeelding zie je een stamboom van een familie waarin de erfelijke vorm van PAH voorkomt. Wat is het genotype van persoon P? En van persoon Q?
Slide 15 - Open question
Tot hoever ben je al gekomen met je individuele verslag genetica?
A
Ik heb nog niets gedaan
B
Alles af tot kruisingen
C
Alles af tot stambomen
D
Alles af tot en met stambomen
Slide 16 - Quiz
Hoever ben je gekomen met je eigen stamboomonderzoek?