24/25 24 maart

Planning
Herhaling bijvoeglijk naamwoord
Oefentoets
Ganzenbord
1 / 35
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Planning
Herhaling bijvoeglijk naamwoord
Oefentoets
Ganzenbord

Slide 1 - Slide

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Slide 2 - Slide

Het bijvoeglijk naamwoord

Slide 3 - Slide

De regels

1. mannelijk / vrouwelijk?
2. enkelvoud / meervoud?
3. voor/achter het bijvoeglijk naamwoord?

Wat is de regel. Noem een paar uitzonderingen.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
-
-e
meervoud
-s
-es
Schrijf op!
timer
2:00

Slide 6 - Slide

mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
petit
petite
meervoud
petits
petites
Schrijf op!
timer
2:00

Slide 7 - Slide

Maar..... let op !

 Un pantalon rouge.           -->           Une robe rouge.
  • Geen extra -e, wanneer het mannelijk enkelvoud al eindigt op een -e.


Un garçon
 français.          -->           Deux garçons français.
  • Geen extra -s, wanneer het mannelijk enkelvoud al eindigt op een -s.
Schrijf in eigen woorden op!
timer
2:00

Slide 8 - Slide

De plaats van het bijvoeglijk naamwoord

Un film intéressant.

Normaal staan de bijvoeglijk naamwoorden in het Frans
 achter het zelfstandig naamwoord.

Slide 9 - Slide

Maar deze staan ervóór 

Slide 10 - Slide

Bijv. nmw vóór znw

petit - grand
beau, bon, joli
nouveau - vieux

Slide 11 - Slide

Onregelmatige vrouwelijke vormen

beau - belle
bon - bonne
nouveau - nouvelle
vieux - vieille

Slide 12 - Slide

Laatste les
... voor de toets

Slide 13 - Slide

Welk woord past in de zin?
Il faut ..... pour la lampe.
A
une prise électrique
B
les feux
C
à droite
D
la plage

Slide 14 - Quiz

Il y a un gâteau dans .....
A
la table
B
le tapis
C
ici
D
le frigo

Slide 15 - Quiz

Vertaal de woorden tussen haakjes:
Il y a (een raam) à côté de mon lit.

Slide 16 - Open question

Vertaal de woorden tussen haakjes:
Je trouve (jouw slaapkamer) très belle!

Slide 17 - Open question

Maak ontkennend met ne.... pas :
 Nous cherchons les cadeaux.  
ne
pas
cadeaux
Nous
les
cherchons

Slide 18 - Drag question

Maak ontkennend.
Il va au cinéma. (niet)

Slide 19 - Open question

Maak de zin ontkennend.
Elle aime le français (niet meer)

Slide 20 - Open question

Maak ontkennend
Je vais à la plage. (nooit)

Slide 21 - Open question

op welke plaats komt het bijvoeglijk naamwoord? voor of achter het zelfstandig naamwoord?
une maison (moderne)
A
voor
B
achter

Slide 22 - Quiz

Vul het bijvoeglijk naamwoord in.
Les filles sont ________ (petit)

Slide 23 - Open question


Vous avez une _______ maison . [grand]
Noteer alleen de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord

Slide 24 - Open question

La dame est ..........
A
vieux
B
vieu
C
vieille
D
vieilles

Slide 25 - Quiz

Is het bijvoeglijk naamwoord mannelijk of vrouwelijk?
Mannelijk
vrouwelijk
belle
vieux
nouvelle
bon
beau
vieille

Slide 26 - Drag question

Et maintenant à vous!
Sleep de juiste vormen van het werkwoord aller naar de juiste persoon.
Je
Tu
Il/elle/on
ils/elles
Nous
Vous
vais
va
allez
vas
vont
allons

Slide 27 - Drag question

Vervoeg het werkwoord 'aller'
Je ...

Slide 28 - Open question

Vervoeg het werkwoord 'aller'
Vous ...

Slide 29 - Open question

Vervoeg het werkwoord 'aller'
Mes parents ...

Slide 30 - Open question

Vertaal:
Jij gaat luisteren.(écouter)

Slide 31 - Open question

Vertaal:
Jullie gaan kijken.(regarder)

Slide 32 - Open question

Slide 33 - Slide

Slide 34 - Slide

Wat kun je doen?
- Oefentoets maken
- Zinnen maken en zelf nakijken of door mij laten nakijken.
- Grammaire extra: p. 142, 143
- Woordjes leren

Slide 35 - Slide