Retaillogistiek H4 H5 H6

RETAILLOGISTIEK
Herhaling H4 Bestelvoorbereidingen
Herhaling H5 Bestellen van goederen
H6 Voorraad: Kosten & Kengetallen
1 / 23
next
Slide 1: Slide
RetailMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

RETAILLOGISTIEK
Herhaling H4 Bestelvoorbereidingen
Herhaling H5 Bestellen van goederen
H6 Voorraad: Kosten & Kengetallen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat is je bijgebleven uit de
lessen voor de examenweek?

Slide 3 - Mind map

Nadelen grote voorraad
Nadelen kleine voorraad
Kost veel geld
Kan bederven
Veroudering
Bij calamiteiten gaat er meer verloren
'nee-verkopen'
Meer kans op fouten bij bestellen
Extra handelingen
Extra transportkosten

Slide 4 - Drag question

Wat is het verschil tussen technische en administratieve voorraad?

Slide 5 - Open question

Als je een tweede lading shirts moet halen bij je leverancier
Inkopen
Bestellen

Slide 6 - Poll

Als je nieuwe broeken gaat halen bij eigenlijk een shirt leverancier
Inkopen
Bestellen

Slide 7 - Poll

Hoe bereken je de minimumvoorraad?
A
veiligheidsvoorraad x afzet
B
veiligheidsvoorraad x levertijd
C
levertijd x afzet
D
afzet x bestelgrootte

Slide 8 - Quiz

Hoe vaak je per jaar bestelt, ook wel de bestelfrequentie, hangt af van:
A
Bestelkosten
B
Voorraadkosten
C
Ruimte voor de voorraad
D
Houdbaarheid van de voorraad

Slide 9 - Quiz

Er worden jaarlijks 2500 komkommers verkocht. De bestelgrootte is 25 stuks. Bereken de bestelfrequentie.

Slide 10 - Open question

Waar gebruik je de formule van Camp voor?
Optimale bestelgrootte
Optimale minimumvoorraad
Optimale veiligheidsvoorraad
Optimale afzetberekening

Slide 11 - Poll

_______
Formule van Camp
X
X
2
B
A
V

Slide 12 - Drag question

Er zijn 3 soorten voorraadkosten. Ook wel de 3 R's. Welke 3 zijn dit?

Slide 13 - Open question

Voorraadkosten
3 R's:
Rente, Ruimte, Risico

Slide 14 - Slide

Kosten van Rente
Rentekosten per jaar = Rente x gemiddelde voorraad

Rente is bijvoorbeeld 7% dan reken je met 7%:100 = 0,07

Slide 15 - Slide

De gemiddelde voorraad is €50.000. Het rentepercentage is 5%.
Wat zijn de rentekosten per jaar?

Slide 16 - Open question

Kosten van risico
Dervingskosten per jaar = dervingspercentage x gemiddelde voorraad

Dervingspercentage is bijvoorbeeld 4% dan reken je met 4%:100=0,04

Slide 17 - Slide

De gemiddelde voorraad is €50.000. Het dervingspercentage is 2%. Wat zijn de dervingskosten per jaar?

Slide 18 - Open question

Omzetsnelheid
Opslagduur
Het aantal keer per jaar dat de gemiddelde voorraad verkocht wordt.
De tijd dat de gemiddelde voorraad op voorraad ligt.

Slide 19 - Drag question

Omzetsnelheid

Omzetsnelheid = Inkoopwaarde omzet / Gemiddelde voorraad

Slide 20 - Slide

Omzetsnelheid: De inkoopwaarde van alle verkochte producten bedraagt €300.000. De gemiddelde voorraad bedraagt €30.000
A
30.000x300.000
B
30.000/300.000
C
300.000x30.000
D
300.000/30.000

Slide 21 - Quiz

Opslagduur
Opslagduur: 365 dagen / omzetsnelheid = opslagduur per dag
Opslagduur: 52 weken / omzetsnelheid = opslagduur per week
Opslagduur: 12 maanden / omzetsnelheid = opslagduur per maand

Slide 22 - Slide

Ga aan de slag met het google forms bestand.

Slide 23 - Slide