H33 woe 26-2-2025

H33 woe 26-2-2025
  • presentaties
  • uitleg theorie
  • nakijken huiswerk: afhebben opdr 2, 4 en 5 blz 211 en Lezen groene theorie blz 230 en bekijken het filmpje online. Maken opdr 1 en 2
1 / 47
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 47 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

H33 woe 26-2-2025
  • presentaties
  • uitleg theorie
  • nakijken huiswerk: afhebben opdr 2, 4 en 5 blz 211 en Lezen groene theorie blz 230 en bekijken het filmpje online. Maken opdr 1 en 2

Slide 1 - Diapositive

Wat is een samentrekking?

Slide 2 - Diapositive

Wat is een samentrekking?
Bij een samentrekking worden woorddelen, woorden of zinsdelen weggelaten.

Slide 3 - Diapositive

Wat is een samentrekking?
Als in een samengestelde zin dezelfde woorden twee keer voorkomen, kun je die meestal de tweede keer weglaten. Dat heet samentrekking.

Een samentrekking wordt daarom ook wel weglating genoemd.

Voorbeeld:
Ik heb mijn fiets gekregen en uitgeprobeerd op mijn verjaardag.

Slide 4 - Diapositive

Bij een samentrekking ...
A
worden woorden weggelaten als ze op een andere plek staan t.o.v. de pv.
B
worden ow en pv weggelaten.
C
worden bijzinnen korter weergegeven.
D
worden woorddelen, woorden of zinsdelen weggelaten.

Slide 5 - Quiz

Wat is geen samentrekking?
A
huis- tuin- en keukenspullen
B
blauwe en groene schoenen
C
hotel-restaurant
D
kook- en bakboeken

Slide 6 - Quiz

Wat is geen samentrekking?
a. huis- , tuin- en keukenspullen
b. blauwe en groene schoenen
c. hotel-restaurant
d. kook- en bakboeken

Slide 7 - Diapositive

Wat is geen samentrekking?
a. huis- , tuin- en keukenspullen
b. blauwe en groene schoenen
c. hotel-restaurant
d. kook- en bakboeken

Slide 8 - Diapositive

Soorten samentrekking
-samentrekking zinsniveau
-samentrekking woordniveau
-samentrekking woordgroepsniveau

Slide 9 - Diapositive

Soorten samentrekking
-samentrekking zinsniveau
Ik heb gegeten en gedronken.
-samentrekking woordniveau
Ik heb straks natuur- en scheikunde.
-samentrekking woordgroepsniveau
Er zijn grote en kleine apen in Apenheul.

Slide 10 - Diapositive

typen samentrekking
Voorwaartse samentrekking: het gemeenschappelijke deel wordt vooraan in de samentrekking genoemd.
  • een tweedehands auto is goedkoper dan een nieuwe.

Achterwaartse samentrekking:  het gemeenschappelijke deel wordt achteraan in de samentrekking genoemd.
  • in voor- en tegenspoed

Slide 11 - Diapositive

Foutieve samentrekking
Er zijn drie soorten fouten die gemaakt kunnen worden bij een samentrekking:

  • vorm/getal klopt niet
  • betekenis klopt niet
  • grammaticale functie klopt niet

Slide 12 - Diapositive

vorm/getal klopt niet: 
In het park zijn enkele picknicktafels geplaatst en ook een vijver aangelegd.

Wat is er samengetrokken?


Slide 13 - Diapositive

vorm/getal klopt niet: 
In het park zijn enkele picknicktafels geplaatst en (in het park zijn) ook een vijver aangelegd.

Klopt dit?


Slide 14 - Diapositive

vorm/getal klopt niet: 
In het park zijn enkele picknicktafels geplaatst en is ook een vijver aangelegd.

Verbeter de zin!


Slide 15 - Diapositive

betekenis klopt niet
Hij heeft een diploma en daar hard voor gewerkt.



Wat is er samengetrokken?

Slide 16 - Diapositive

betekenis klopt niet
Hij heeft een diploma en (hij heeft) daar hard voor gewerkt.



Klopt dit?

Slide 17 - Diapositive

betekenis klopt niet
heeft = in het bezit zijn van / heeft = hulpwerkwoord (andere betekenis)
hij = beide onderwerp (is dus goed, mag samengetrokken)

Hij heeft een diploma en heeft daar hard voor gewerkt.


Verbeter de zin!

Slide 18 - Diapositive

grammaticale functie klopt niet
Ik heb je bericht gezien en een antwoord op je vraag


Wat is samengetrokken?

Slide 19 - Diapositive

grammaticale functie klopt niet
Ik heb je bericht gezien en (ik heb) een antwoord op je vraag.


Klopt dit?

Slide 20 - Diapositive

grammaticale functie klopt niet
heb = hulpwerkwoord / heb = zelfstandig werkwoord
ik = in beide onderwerp (goed!)

Ik heb je bericht gezien en heb een antwoord op je vraag.


Verbeter de zin!

Slide 21 - Diapositive

Wat zijn de drie voorwaarden waaraan een samentrekking moet voldoen?

Slide 22 - Question ouverte

Deze film kreeg een internationale prijs en heb ik vandaag in de bioscoop gezien.
A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 23 - Quiz

Deze literaire thriller is spannender dan de detectives.
A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 24 - Quiz

Wij bieden u een baan aan en hopen u volgende week te zien.
























De juf wordt toegezongen door alle leerlingen en de lokalen versierd.



A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 25 - Quiz

De conciërge zet de kratten frisdrank in het magazijn en daarna de vaatwasser uit.
A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 26 - Quiz

Veel sporters vonden het benauwd in de sporthal en wilden enkele deuren openzetten.
























De juf wordt toegezongen door alle leerlingen en de lokalen versierd.



A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 27 - Quiz

Trix is moe en ziekgemeld door haar moeder.
























De juf wordt toegezongen door alle leerlingen en de lokalen versierd.



A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 28 - Quiz

Slide 29 - Lien

Samentrekking
Samentrekking = weglaten van zinsdelen die herhaald worden
Voorwaartse samentrekking: in het tweede deel van de zin wordt iets weggelaten.
Achterwaartse samentrekking: in het eerste deel van de zin wordt iets weggelaten.

Miranda gaat naar de winkel en koopt een zak brood.

Slide 30 - Diapositive

Niveau van samentrekking
Woordniveau: als in twee woorden iets wordt herhaald
IJshoorntjes en ijsblokjes: IJshoorntjes en -blokjes

Woordgroepniveau: Als in twee woordgroepjes iets wordt herhaald
Werkloze mannen en werkloze vrouwen: Werkloze mannen en vrouwen

Zinsniveau: een herhaald zinsdeel wordt weggelaten 
Emma is ziek en Emma blijft thuis: Emma is ziek en blijft thuis.

Slide 31 - Diapositive

Voorwaarts of achterwaarts?
Lisa heeft nieuwe bloemen gekocht en een vaas.
A
voorwaarts
B
achterwaarts

Slide 32 - Quiz

Voorwaarts of achterwaarts?
Dames- en herenschoenen
A
voorwaarts
B
achterwaarts

Slide 33 - Quiz

Voorwaarts of achterwaarts?
Beroemde acteurs en actrices
A
voorwaarts
B
achterwaarts

Slide 34 - Quiz

Voorwaarts of achterwaarts?
rode en gele bloemen
A
voorwaarts
B
achterwaarts

Slide 35 - Quiz

Op welk niveau?
Ik hou van dropauto's en -sleutels
A
woordniveau
B
woordgroepniveau
C
zinsniveau

Slide 36 - Quiz

Op welke niveau?
Eline kocht een nieuwe fiets en heeft deze gelijk geverfd.
A
woordniveau
B
woordgroepniveau
C
zinsniveau

Slide 37 - Quiz

Theorie
Samentrekking controleren

Slide 38 - Diapositive

Samentrekken gaat vaak fout
Wat is er mis met de volgende zin? 

Hier wordt een nieuw sportveld aangelegd en enkele kleedkamers geplaatst. 

Slide 39 - Diapositive

Slide 40 - Lien

3 voorwaarden
Om iets weg te laten moet je eerst aan 3 voorwaarden voldoen

1. Functie (onderwerp, lijdend voorwerp, koppelwerkwoord)
2. Betekenis
3. Getal (enkelvoud of meervoud)

Slide 41 - Diapositive

Stappenplan 
1. Controleer wat er is weggelaten in deel 2
2. Bepaal de functie, betekenis en getal in deel 1 
3. Bepaal de functie, betekenis en getal in deel 2
4. Alles hetzelfde? Goede samentrekking. 
5. Niet? Voeg de ten onrechte weggelaten delen toe.

Slide 42 - Diapositive

Max keek naar een leuk meisje en daardoor niet goed uit bij het oversteken.
Functie/betekenis/getal?

Slide 43 - Question ouverte

De maand augustus is vaak heet en brengen Italianen graag door aan de kust.
Functie/betekenis/getal?

Slide 44 - Question ouverte

Hij hield van haar en haar handen vast.
Functie/betekenis/getal?

Slide 45 - Question ouverte

Zij gaf veel om haar vader en hem een cadeautje.
Functie/betekenis/getal?

Slide 46 - Question ouverte

Hier maakt Frits fietsen en Louise en Tom grappen.
Functie/betekenis/getal?

Slide 47 - Question ouverte