Cette leçon contient 19 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.
La durée de la leçon est: 35 min
Éléments de cette leçon
Keukencalculaties
Gewichten
Omrekenen van recepturen
Slide 1 - Diapositive
0
Slide 2 - Vidéo
Een pond
Een kilo
Een ons
1000 gram
500 gram
100 gram
1/2 kilo
10 ons
5 ons
2 pond
Slide 3 - Question de remorquage
Wat is gelijk aan 3800 g?
A
3,8 kg
B
38 kg
C
0,38 kg
D
380 kg
Slide 4 - Quiz
Sleep het juiste gewicht naar het juiste aantal grammen.
50 gram
1000 gram
500 gram
100 gram
1 gram
een halve ons
1 kg
1 pond
0,1 kg
0,001 kg
Slide 5 - Question de remorquage
1250 cc is....
A
1,25 kg
B
12500 g
Slide 6 - Quiz
Voor een amuse van gerookte kip met bacon en groene kruiden in een glaasje is 50 gr. mayonaise per persoon nodig. Hoeveel mayonaise heb je nodig als je 10 van deze amuses moet maken?
A
een ons
B
een pond
Slide 7 - Quiz
Voor 4 personen zalmsalade heb je o.a. 1/4 deciliter French dressing nodig. Hoeveel milliliter heb je nodig als je dit gerecht voor 12 personen moet maken?
Slide 8 - Question ouverte
Voor 4 personen zalmsalade heb je o.a. 150 gram gare zalm nodig. Hoeveel gram heb je nodig als je dit gerecht voor 10 personen moet maken?
Slide 9 - Question ouverte
Slide 10 - Diapositive
Voor de zalmsalade zijn ook winterwortels nodig. Voor 4 personen heb je 125 gram nodig. Je hebt 1 kilo schone winterwortelen. Voor hoeveel personen kun je de zalmsalade maken?
A
8 personen
B
16 personen
C
32 personen
D
64 personen
Slide 11 - Quiz
Welke inhoudsmaat is gelijk aan een kilogram?
A
liter
B
deciliter
C
centiliter
D
milliliter
Slide 12 - Quiz
Slide 13 - Diapositive
Je hebt 100 gram melk nodig. Hoeveel deciliter is dat?
A
0,1 dl
B
1 dl
C
10 dl
D
100 dl
Slide 14 - Quiz
Hoeveel weegt dit samen?
A
1000 g
B
100 g
C
500 g
D
250 g
Slide 15 - Quiz
Wat is zwaarder?
A
zak appels
B
pak melk
Slide 16 - Quiz
Wat weegt 1 kg?
A
fles cola van 1,5 liter
B
pak suiker
C
koffiepads
D
zak chips
Slide 17 - Quiz
Ik weet hoe ik moet rekenen met inhoudsmaten en gewichten.