§1.6 Het goede telmodel kiezen

Het goede telmodel kiezen
1 / 32
suivant
Slide 1: Diapositive
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

Cette leçon contient 32 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Het goede telmodel kiezen

Slide 1 - Diapositive


Slide 2 - Question ouverte

Slide 3 - Diapositive

Lesdoel
Bij een telprobleem het juiste telmodel kiezen.

Slide 4 - Diapositive

Het verschil tussen permutatie en combinatie 

Slide 5 - Diapositive

Permutatie en combinatie 

Slide 6 - Diapositive

Permutatie of combinatie?
Uit een klas worden 6 leerlingen gekozen om een volleybalteam te vormen.
A
Permutatie
B
Combinatie

Slide 7 - Quiz

Permutatie of combinatie?
Bij een verloting zijn drie prijzen te winnen: een tablet, een grafische rekenmachine en een taart.
A
Permutatie
B
Combinatie

Slide 8 - Quiz

Permutatie of combinatie?
In een klas worden vijf kaartjes verloot voor een toneelvoorstelling.
A
Permutatie
B
Combinatie

Slide 9 - Quiz

Permutatie of combinatie?
Een vereniging kiest uit haar leden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
A
Permutatie
B
Combinatie

Slide 10 - Quiz

Permutatie of combinatie?
Uit de top tien stel je een eigen top drie samen.
A
Permutatie
B
Combinatie

Slide 11 - Quiz

Wanneer welk telmodel?
Boomdiagram, rooster of een schema?
  • Als je te maken hebt met de keus uit 2 mogelijkheden met vaste aantallen per mogelijkheid, dan is een rooster een handig telmodel;
  • Heeft een boom- of wegendiagram een regelmatige structuur, dan kun je het aantal mogelijkheden berekenen door de aantallen vertakkingen per kolom met elkaar te vermenigvuldigen (de vermenigvuldigingsregel);
  • Heeft het boomdiagram geen regelmatige structuur, dan moet je het boomdiagram tekenen of alle mogelijkheden systematisch opschrijven. 


Slide 12 - Diapositive

Voorbeeld 1 
Uit een vaas met 16 knikkers genummerd van 0 t/m 15 trek je zonder terugleggen, 11 keer een knikker. 
Bij elke trekking noteer je het getrokken nummer. 
Bereken het aantal mogelijke uitkomsten. 

Slide 13 - Diapositive

Voorbeeld 1 
Uit een vaas met 16 knikkers genummerd van 0 t/m 15 trek je zonder terugleggen, 11 keer een knikker. 
Bij elke trekking noteer je het getrokken nummer. 
Bereken het aantal mogelijke uitkomsten. 
Bij elke trekking is het aantal mogelijkheden één kleiner. 
Aantal mogelijke uitkomsten= 16 x 15 x 14 x 13 x 12 x 11 x 10 x 9 x 8 x 7 x 6 = 174356582400
of meteen aantal mogelijke uitkomsten = PERM (16, 11) = 16P11

Slide 14 - Diapositive

Voorbeeld 2
Joke werpt met drie dobbelstenen. 
Hoeveel mogelijkheden zijn er om in totaal hoogstens 5 ogen te gooien? 

Slide 15 - Diapositive

Voorbeeld 2
Joke werpt met drie dobbelstenen. 
Hoeveel mogelijkheden zijn er om in totaal hoogstens 5 ogen te gooien? 
Systematisch alle mogelijkheden uitschrijven. 

Slide 16 - Diapositive

Voorbeeld 3 
Van 28 leerlingen van een klas worden er acht uitgekozen om een enquête in te vullen. 
Hoeveel achttallen zijn mogelijk? 

Slide 17 - Diapositive

Voorbeeld 3 
Van 28 leerlingen van een klas worden er acht uitgekozen om een enquête in te vullen. 
Hoeveel achttallen zijn mogelijk? 
De volgorde is niet van belang, dus het gaat om combinaties. 
Aantal = COMB(28,8) = 28C3 = 3 108 105 

Slide 18 - Diapositive

Een toneelgezelschap van acht acteurs speelt een scène met drie rollen. Je wil weten op hoeveel verschillende manieren de rollen verdeeld kunnen worden. Welk telmodel is het handigst?
A
Systematisch uitschrijven van de mogelijkheden
B
Een rooster
C
Een Boomdiagram

Slide 19 - Quiz

Slide 20 - Diapositive

Deelproblemen combineren
Er zijn telproblemen waarbij je het aantal mogelijkheden vindt door resultaten van deelproblemen te combineren.

Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Diapositive

Een docent geschiedenis wil een toets maken met vier vragen over elk van de eerste drie hoofdstukken uit het boek. Hij heeft een bestand met bij hoofdstuk 1 acht toetsvragen, bij hoofdstuk 2 zeven toetsvragen en bij hoofdstuk 3 tien toetsvragen.
Bereken hoeveel mogelijkheden er zijn om vier toetsvragen bij hoofdstuk 1 te selecteren.

Slide 23 - Diapositive

Antwoord
Voor het eerste hoofdstuk heeft de docent acht vragen waarvan hij er vier wil kiezen. 
Dit kan op 8C4 = 70  manieren.
8 boven 4

Slide 24 - Diapositive

Bereken ook bij hoofdstuk 2 (keuze uit 7 toetsvragen) en bij hoofdstuk 3 (keuze uit 10 toetsvragen) het aantal mogelijke selecties van vier toetsvragen.
A
35 en 210
B
210 en 35
C
350 en 21
D
21 en 350

Slide 25 - Quiz

Slide 26 - Diapositive

Waarom moet je de antwoorden van de vorige opdrachten vermenigvuldigen?

Slide 27 - Question ouverte

SAMENGEVAT

Slide 28 - Diapositive

COMBINATIE
Een combinatie is een selectie uit een aantal elementen, oftewel een deelverzameling. 
Het aantal verschillende manieren waarop je zo'n selectie kunt samenstellen, waarbij de volgorde binnen de selectie niet belangrijk is, is dus het aantal combinaties.

Slide 29 - Diapositive

PERMUTATIE
Een permutatie is een volgorde. Als je het aantal permutaties berekent, bereken je dus het aantal mogelijke verschillende volgorden hoe je een aantal elementen kunt sorteren.

Slide 30 - Diapositive

Wil je meer weten? Kijk dan naar de filmpjes van MathwithMenno
! Faculteit: Alles op volgorde leggen. 
Permutatie -> nPr: Een deel op volgorde leggen.
Combinatie ->nCr: Een deel kiezen zonder volgorde. 

Slide 31 - Diapositive

Maken en nakijken
Aan de slag met extra opgaven
Of
Alvast beginnen met de oefenproefwerk

Slide 32 - Diapositive