Betoog les 5 (middenstuk vervolg)

Betoog: het middenstuk
1 / 18
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

Cette leçon contient 18 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 30 min

Éléments de cette leçon

Betoog: het middenstuk

Slide 1 - Diapositive

Even herhalen:

Slide 2 - Diapositive

Structuur van een betoog:

inleiding
  • aandachttrekker
  • introductie onderwerp
  • standpunt
middenstuk
  • 2 argumenten voor + onderbouwing
  • 1 argument tegen + weerlegging
slot
  • samenvatting
  • conclusie = herhalen standpunt
  • uitsmijter

Slide 3 - Diapositive

Bouwplan
onderwerp = mobieltjes in de klas
schrijfdoel = overtuigen
hoofdgedachte = standpunt = .................................................

Inl: aandachttrekker + intro onderwerp + hoofdvraag (75-90 woorden)
Middenstuk/ Kern: V1 =.......................................................... (100-140 woorden)
                                        V2 =.......................................................... (100-140 woorden)
                                         T1 = .......................................................... (100-140 woorden)
                          
Slot: samenvatting + (eigen visie) + uitsmijter (75-90 woorden)
                                                                                                                                 Totaal = 450-600 woorden

Slide 4 - Diapositive

Middenstuk/ Kern
Herhaling en uitbreiding

Slide 5 - Diapositive

EERSTE DEEL KERN (V1+V2)

Twee alinea's, per alinea:
  • opsommend signaalwoord
  • argument = kernzin
  • voorbeeld en/of uitleg = onderbouwing

Gebruik 100 tot 140 woorden. (Dit is 'slechts'een richtlijn)



Slide 6 - Diapositive

EERSTE DEEL KERN (V1+V2)

Twee alinea's, per alinea:
  • opsommend signaalwoord
  • argument = kernzin
  •  voorbeeld en/of uitleg = onderbouwing

Gebruik 100 tot 140 woorden. (Dit is 'slechts'een richtlijn)



Maak je argumenten SEXI!

State
Exlplain
Illustrate:
Waarom is je argument waar en belangrijk?
Geef voorbeelden!


Slide 7 - Diapositive

Maak je argumenten SEXI!


State
Exlplain
Illustrate

Waarom is je argument waar en belangrijk?

Geef voorbeelden!


Slide 8 - Diapositive

Richtlijnen argumenten vóór
  1. Start met een opsommend signaalwoord.
  2. Vervolg met jouw argument = kernzin 
  3. Onderbouw dit argument met een voorbeeld of uitleg.
  4. Gebruik voor elk argument een nieuwe alinea (V1+V2).

Slide 9 - Diapositive

TWEEDE DEEL KERN (T1)
Tegenargument en weerlegging

Slide 10 - Diapositive

Waarom krijgt een tegenargument een weerlegging als 'onderbouwing'?

Slide 11 - Question ouverte

Richtlijnen T1 + weerl.
Drie voorbeelden:
  1. Sommigen zeggen daarentegen… Daar ben ik het niet mee eens, want…
  2. Uit onderzoek van het CBS blijkt echter dat… Daar ben ik het niet mee eens, want...
  3. Onderwijsminister Arie Slob werpt tegen dat… Dat is niet waar, want…

Slide 12 - Diapositive

Richtlijnen T1 + weerl.
  1. Start met het tegenovergestelde stp. + argument van je tegenstanders en verwerk er een tegenstellend signaalwoord in.
  2. Geef aan dat je het er niet mee eens bent.
  3. Leg uit waarom je het er niet mee eens bent = tegenarg.
  4. Onderbouw je tegenargument. 

Slide 13 - Diapositive

Bespreken eerste deel
  • Voorbeelden?
  • Vragen?
  • Sexi?

Slide 14 - Diapositive

Middenstuk algemeen
  • Het middenstuk bevat 300-420 woorden; gebruik 100-140 woorden per alinea.
  • Neem ten minste één citaat op in het middenstuk.
  • Citaat volledig overnemen tussen aanhalingstekens en bron vermelden = anders citeren dan bij leesvaardigheid.
  • Lettertype Arial, Times new roman of Calibri
  • lettergroote 11 of 12
  • regelafstand 1.15
  • regel wit tussen de alinea's
  • Vergeet de titel niet!

Slide 15 - Diapositive

Opdracht
  1. Lees jouw middenstuk door en verbeter/pas aan waar mogelijk. Ik deel deze LessonUp.
  2. Verwerk de zojuist gegeven instructies.
  3. Deel alles met mij (vkr) via Google Drive.

Slide 16 - Diapositive

Samenvatting richtlijnen
Argumenten vóór:
1. Start met een opsommend signaalwoord.
2. Vervolg met jouw argument = kernzin
3. Onderbouw dit argument met een voorbeeld of uitleg.
4. Gebruik voor elk argument een nieuwe alinea.
Argument tegen + weerlegging:
1. Start met het tegenovergestelde stp. + argument van je tegenstanders en verwerk er een tegenstellend signaalwoord in.
2. Geef aan dat je het er niet mee eens bent.
3. Leg uit waarom je het er niet mee eens bent = tegenarg.
4. Onderbouw je tegenargument. 

Slide 17 - Diapositive

Uit welke elementen zou een goed slot van een betoog moeten bestaan?

Slide 18 - Question ouverte