V3 Grammatica 6 beknopte bijzin


Welkom V3T!


Grammatica 6: beknopte bijzin
1 / 35
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 35 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon


Welkom V3T!


Grammatica 6: beknopte bijzin

Slide 1 - Diapositive

Programma

  1. 10 minuten lezen
  2. H4 bespreken opdr 1
  3. Herhalen hoofdzinnen en bijzinnen
  4. Grammatica 6: beknopte bijzin
  5. Afsluiting en vooruitblik

Slide 2 - Diapositive

Vooruitblik periode D
  • Repetitie grammatica 3, 4 en 6 (week 21)
  • SO werkwoordspelling (week 23)
  •  Repetitie leesvaardigheid 1 t/m 6 + klas 1 en 2 (week 25, toetsweek)

Slide 3 - Diapositive

hoofdzinnen
bijzinnen
Jantje heeft gisteren de film van het boek gekeken
want hij vond het een super leuk boek
omdat hij deel 1 heeft gekeken 
koopt hij ook deel 2

Slide 4 - Question de remorquage

Benoem de hoofdzinnen en/of bijzinnen door ze naar het juiste antwoordblok te slepen.
hoofdzin
bijzin
Zodra hij mag van mijn ouders,
gaat mijn broer bij een supermarkt werken.

Slide 5 - Question de remorquage

Benoem de hoofd- en bijzinnen:
Wanneer je gescoord hebt, ben je een topper.
A
Wanneer - hebt = bijzin ben - topper = hoofdzin
B
Wanneer - hebt = hoofdzin ben - topper = bijzin
C
Wanneer - hebt = bijzin ben - topper = bijzin
D
Wanneer - hebt = hoofdzin ben - topper = hoofdzin

Slide 6 - Quiz

Wat zijn de bijzinnen?

Tim heeft veel geoefend, zodat hij de wedstrijd zeker gaat winnen.
A
Tim heeft veel geoefend,
B
zodat hij de wedstrijd zeker gaat winnen.
C
Geen bijzinnen

Slide 7 - Quiz

Wat zijn de bijzinnen?

Ze is best aardig, dus ik wil wel met haar samenwerken.
A
Ze is best aardig,
B
dus ik wil wel met haar samenwerken.
C
Geen bijzinnen

Slide 8 - Quiz

hoofdzinnen en bijzinnen

Het hooi was vers, maar het was nat.
A
hoofdzin, hoofdzin
B
hoofdzin,bijzin
C
bijzin, bijzin
D
bijzin, hoofdzin

Slide 9 - Quiz

Hoofd- en bijzinnen worden met elkaar verbonden door ...
Welk antwoord is niet waar!
A
komma
B
puntkomma
C
dubbele punt
D
punt

Slide 10 - Quiz

10 minuten lezen

Slide 11 - Diapositive

Hoofdzin(nen)/hoofdzin+bijzin?
Advertenties worden geplaatst, zodat mensen dit ook kopen.
A
H+H
B
H+B
C
B+H
D
H+H+B

Slide 12 - Quiz

Hoofdzin-bijzin of bijzin-hoofdzin?:
Als ik de laatste trein mis , moet ik bij opa en oma blijven slapen.
A
hoofdzin-bijzin
B
hoofdzin-hoofdzin
C
bijzin-hoofdzin
D
bijzin-bijzin

Slide 13 - Quiz

Hoofdzin-hoofdzin of hoofdzin-bijzin?:
Grote gezinnen worden zeldzaam, maar er bestaan nog altijd gezinnen met zes of meer kinderen.
A
hoofdzin-bijzin
B
hoofdzin-hoofdzin

Slide 14 - Quiz

Hoofdzin-bijzin?
Hoewel het vroeg licht werd, zongen de vogels nog niet.
A
B, H
B
H, B

Slide 15 - Quiz

Twee hoofdzinnen of hoofdzin + bijzin?
''Omdat ik koekjes lekker vind, koop ik vaak Oreo's.''
A
Twee hoofdzinnen
B
Hoofdzin en bijzin
C
Géén idee

Slide 16 - Quiz

Hoofdzin - bijzin?

Nadal heeft een geweldige backhand, maar toch kan hij Federer niet passeren.
A
HZ+HZ
B
HZ+BZ
C
BZ+HZ
D
BZ+BZ

Slide 17 - Quiz

Beknopte bijzin
  • Een beknopte bijzin is een bijzin die korter (beknopter) is opgeschreven.
  • Net als bij een gewone bijzin, is een beknopte bijzin een deel van de hoofdzin.
  • Van een beknopte bijzin kun je een volledige bijzin maken.

1a Na koffie gedronken te hebben, gingen de bouwvakkers weer aan de slag.
1b Nadat ze koffie gedronken hadden, gingen de bouwvakkers weer aan de slag.


Slide 18 - Diapositive

Beknopte bijzin
De kenmerken van een beknopte bijzin zijn dus:
  1. Het onderwerp ontbreekt
  2. De persoonsvorm ontbreekt
  3. Er is een deelwoord (voltooid of onvoltooid), of een combinatie van te + infinitief (= hele werkwoord)

Slide 19 - Diapositive

In een beknopte bijzin staan geen persoonsvorm en onderwerp.
A
juist
B
onjuist

Slide 20 - Quiz

In een beknopte bijzin staan geen werkwoorden.
A
juist
B
onjuist

Slide 21 - Quiz

In plaats van een persoonsvorm maak je in een beknopte bijzin gebruik van een voltooid deelwoord, onvoltooid deelwoord of te + infinitief.
A
juist
B
onjuist

Slide 22 - Quiz

Wat is de beknopte bijzin in de volgende zin?
Huppelend van plezier kwam het kind de klas binnen.

Slide 23 - Question ouverte

Wat is de beknopte bijzin in de volgende zin?
Breed grijnzend vertelde hij over zijn overwinning.

Slide 24 - Question ouverte

Wat is de beknopte bijzin in de volgende zin?
Kijkend uit het raam bedacht hij een listig plan.

Slide 25 - Question ouverte

Welke type beknopte bijzin is gebruikt in de volgende zin?
Na kampioen te zijn geworden, werden de spelers door het bestuur gefeliciteerd.
A
voltooid deelwoord
B
te + infinitief
C
onvoltooid deelwoord

Slide 26 - Quiz

Welke type beknopte bijzin is gebruikt in de volgende zin?
Lekker in onze stoelen liggend, dronken we het koude bier.
A
voltooid deelwoord
B
te + infinitief
C
onvoltooid deelwoord

Slide 27 - Quiz

Verkeerd aansluitende beknopte bijzin
Bij een verkeerd aansluitende beknopte bijzin is het denkbeeldige onderwerp niet hetzelfde als het onderwerp van de hoofdzin.


2a Druk telefonerend, reed de auto het meisje aan.

3a Na een lange strandwandeling gemaakt te hebben, smaakte de warme chocomel ons erg lekker.


Slide 28 - Diapositive

Verkeerd aansluitende beknopte bijzin
Wanneer je een verkeerd aansluitende beknopte bijzin gaat verbeteren, verbeter je altijd de bijzin en laat je de hoofdzin voor wat het is! 

2a Druk telefonerend, reed de auto het meisje aan.
2b Terwijl zij druk aan het telefoneren was, reed de auto het meisje aan.
3a Na een lange strandwandeling gemaakt te hebben, smaakte de warme chocomel ons erg lekker.
3b Nadat we een lange strandwandeling gemaakt hadden, smaakte de warme chocomel ons erg lekker.


Slide 29 - Diapositive

Bij een verkeerd aansluitende beknopte bijzin zijn het onderwerp in de bijzin en de hoofdzin hetzelfde.
A
juist
B
onjuist

Slide 30 - Quiz

Wanneer je een verkeerd aansluitende beknopte bijzin verbetert, pas je altijd de bijzin aan en niet de hoofdzin.
A
juist
B
onjuist

Slide 31 - Quiz

Geef aan welke zinnen een verkeerd aansluitende beknopte bijzin bevatten.
1. Wachtend op het perron bleek de trein al vertrokken.
2. Dromend van zijn vriendin liep Lucas tegen een lantaarnpaal.
3. Uit de wind gehouden kon hij de eindstreep halen.
4. Reagerend op uw e-mail ontvangt u hier de door u gevraagde folders.
5. Na het gat ontdekt te hebben waarschuwde hij de dijkbewaking.

Slide 32 - Question ouverte

Maak van de verkeerd aansluitende beknopte bijzinnen volledig kloppende bijzinnen.
1. Wachtend op het perron bleek de trein al vertrokken.
4. Reagerend op uw e-mail ontvangt u hier de door u gevraagde folders.

Slide 33 - Question ouverte

Huiswerkopdrachten maken
  • Maak opdracht 1 en 4 op pagina 160-161 van je boek.
  • Deze opdrachten zijn huiswerk voor volgende les . 
  • Je krijgt de rest van de les de tijd om aan deze opdrachten te werken.
  • Je mag zachtjes overleggen met je buur. 

Slide 34 - Diapositive

Afsluiting en vooruitblik
Volgende les:
  • Huiswerk: maken opdr. 1 en 4 (p. 160-161) + leren theorie p. 158
  • Meenemen: LAPTOP, leesboek, boek, schrift en pen
  • Programma: grammatica 6: samentrekking

Slide 35 - Diapositive