V2 herhaling (grammatica 5 en 21) voornaamwoorden


Welkom 
v2t!
1 / 13
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

Cette leçon contient 13 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 70 min

Éléments de cette leçon


Welkom 
v2t!

Slide 1 - Diapositive

Programma
  1. 10 minuten lezen
  2. Huiswerkopdracht nakijken
  3. Korte herhaling vorige les
  4. Oefenen met voornaamwoorden
  5. Afsluiting en vooruitblik

Slide 2 - Diapositive

10 minuten lezen

Slide 3 - Diapositive

Huiswerkopdracht nakijken
a wat voor een – vragend voornaamwoord
b het – onbepaald voornaamwoord
c men – onbepaald voornaamwoord
d welke – vragend voornaamwoord
e het – onbepaald voornaamwoord, verschillende – onbepaald voornaamwoord
f iets – onbepaald voornaamwoord, wat – onbepaald voornaamwoord, niemand – onbepaald voornaamwoord

Slide 4 - Diapositive

De vragende voornaamwoorden zijn...
A
wie, wanneer, wat
B
hoe, wie, wat (voor een), welke
C
welk(e), wat, wat voor (een), wie
D
welke, wanneer, hoe, wat

Slide 5 - Quiz

Wat is het vragend voornaamwoord?

Welke vraag moet ik stellen?
A
vraag
B
stellen
C
welke
D
ik

Slide 6 - Quiz

Wat is het vragend voornaamwoord?

Hoe bedoelt u?
A
hoe
B
zit er niet in
C
bedoelt
D
u

Slide 7 - Quiz


Een onbepaald voornaamwoord
A
als je een woordsoort niet kent
B
verwijst naar iets of iemand maar je niet precies wie (vaag)
C
verwijst naar een persoon of ding
D
wie, wat, welke, wat voor een

Slide 8 - Quiz

Wat is het onbepaald voornaamwoord / zijn de onbepaalde voornaamwoorden?

Niemand vertelt mij iets!
A
niemand en mij
B
mij en iets
C
iets
D
niemand en iets

Slide 9 - Quiz

In welke zin is 'wat' een onbepaald voornaamwoord?
A
Weet jij wat je wil kopen?
B
Is er wat?
C
Het beste wat je kan doen is wachten...
D
Wil jij wat voorbeelden?

Slide 10 - Quiz

Geef een zin met een vragend en een onbepaalde voornaamwoord.

Slide 11 - Question ouverte

Oefenen met voornaamwoorden
  • Maak opdracht 3 en 7 op pagina 87 van je boek. 
  • Je mag zachtjes overleggen met je buur. 
  • Je krijgt voor deze twee opdrachten 15-20 minuten de tijd.
  • Klaar? Ga nog even in je leesboek lezen.

Slide 12 - Diapositive

Afsluiting en vooruitblik
Volgende les: donderdag 6 maart
  • Huiswerk: maken opdr. 3 en 7 (p. 87) + leren p. 186-195 en 82, 84 (voorzetselvoorwerp niet) en 86 (wederkerend en wederkerig voornaamwoord niet)
  • Meenemen: leesboek, boek, schrift, pen en LAPTOP
  • Programma: herhaling grammatica

Slide 13 - Diapositive