Huiswerkopdracht nakijken
a wat voor een – vragend voornaamwoord
b het – onbepaald voornaamwoord
c men – onbepaald voornaamwoord
d welke – vragend voornaamwoord
e het – onbepaald voornaamwoord, verschillende – onbepaald voornaamwoord
f iets – onbepaald voornaamwoord, wat – onbepaald voornaamwoord, niemand – onbepaald voornaamwoord