Een staat waarin vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de burger heel belangrijk zijn. Bovendien heeft de burger bescherming van zijn rechten en vrijheden, tegen medeburgers én tegen de overheid.
Slide 3 - Tekstslide
Opdracht: Grondrechten herkennen
Je krijgt zo in tweetallen een zoekplaat te zien.
Zet een cirkel om ieder grondrecht dat je herkent. Zet er ook een cijfer bij.
Schrijf op het werkblad waaraan je ziet om welk grondrecht het gaat.
Slide 4 - Tekstslide
Klassiek en sociaal
Klassieke grondrechten stonden wél in de Grondwet van 1848. Deze kun je afdwingen bij de rechter.
Sociale grondrechten hebben we sinds 1983. Deze kun je (meestal) niet afdwingen bij de rechter.
Slide 5 - Tekstslide
Trias Politica
De rechterlijke macht bepaalt wanneer mensen de wet hebben overtreden en welke straf ze daarvoor krijgen.
Dit doen ze dus ook voor de wetgevende en uitvoerende macht.
Slide 6 - Tekstslide
Opdracht
Je krijgt zo in twee/drietallen een tijdlijn. Hierop staat een gebeurtenis in Amerika en in Nederland waar de rechterlijke macht een rol speelde.
Vul op het invulblad in op een schaal van 1/5 of deze gebeurtenis past bij een rechtsstaat.