Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
2024 formuleren
Voorbereiding schrijfexamen
1 / 30
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Nederlands
MBO
Studiejaar 2
In deze les zitten
30 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslide
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Voorbereiding schrijfexamen
Slide 1 - Tekstslide
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Het is gisteren rond 16:00 gebeurt.
B
Het is gisteren rond 16:00 gebeurd.
Slide 2 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Het gebeurt natuurlijk in een oogopslag.
B
Het gebeurd natuurlijk in een oogopslag.
Slide 3 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Gisteren haastten de bezoekers zich naar de uitgang.
B
Gisteren haasten de bezoekers zich naar de uitgang.
Slide 4 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Hij heeft zich bij mij gemeld.
B
Hij heeft zich bij mij gemeldt.
C
Hij heeft zich bij mij gemelt.
Slide 5 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Roos vluchte snel het lokaal in.
B
Roos vluchtte snel het lokaal in.
Slide 6 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Hij is verhuist naar Amsterdam.
B
Hij is verhuisd naar Amsterdam.
Slide 7 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Houdt je van pizza of heb je liever patat?
B
Houd je van pizza of heb je liever patat?
Slide 8 - Quizvraag
In welke zin zijn alle werkwoorden correct gespeld?
A
Je rijdt in een behoorlijk luxe wagen!
B
Je rijd in een behoorlijk luxe wagen!
Slide 9 - Quizvraag
Welk woord is/welke woorden zijn fout geschreven?
A
nieuwjaars avond
B
Kerstmis
C
Kerstkaartje
D
havo
Slide 10 - Quizvraag
Wat is goed?
Ik hou er niet zo van, maar een aantal jongeren ...... abseilen gewoon erg leuk om te doen.
A
vinden
B
vindt
Slide 11 - Quizvraag
Die of dat?
Het kistje.... daar staat is een erfstuk van mijn opa.
A
die
B
dat
Slide 12 - Quizvraag
Het afdelingshoofd heeft .... zorgvuldig geïnstrueerd.
A
hun
B
hen
Slide 13 - Quizvraag
Goed of fout?
Sinterklaas had acht bier en een mijter op.
A
foutieve samentrekking
B
goede samentrekking
Slide 14 - Quizvraag
Goed of fout?
In de bufferweek worden er lange en korte toetsen afgenomen.
A
goede samentrekking
B
foutieve samentrekking
Slide 15 - Quizvraag
a. Merel geeft de fles aan de baby die zij uit de magnetron haalt.
b. Merel haalt de fles uit de magnetron en geeft deze aan de baby.
A
Zin a is beter
B
Ze zijn beide niet goed
C
Ze zijn beide goed
D
Zin b is beter
Slide 16 - Quizvraag
a. Mannen kiezen vaker dan vrouwen ijs als dessert.
b. Mannen kiezen vaker ijs dan vrouwen als dessert.
A
Ze zijn beide goed
B
Zin a is beter.
C
Zin b is beter.
D
Ze zijn beide niet goed
Slide 17 - Quizvraag
Ik heb het pakketje zelf persoonlijk afgeleverd.
A
goed
B
fout
Slide 18 - Quizvraag
Lees gewoon goede boeken, zoals bijvoorbeeld 'Ach, moedertje', van Hugo Borst.
A
goed
B
fout
Slide 19 - Quizvraag
De Verenigde Staten heeft/hebben maatregelen genomen tegen de verruwing van de samenleving
A
heeft
B
hebben
Slide 20 - Quizvraag
Een aantal student is/zijn best hard aan het werk. De rest doet niks.
A
is
B
zijn
Slide 21 - Quizvraag
80% procent van de docenten is/zijn niet geschikt voor het vak. :-)
A
is
B
zijn
Slide 22 - Quizvraag
Wat is goed geschreven?
A
't is niks voor mij.
B
'T is niks voor mij.
C
't Is niks voor mij.
D
'T Is niks voor mij.
Slide 23 - Quizvraag
Met of zonder hoofdletter?
A
maandag
B
Maandag
Slide 24 - Quizvraag
Met of zonder hoofdletter?
A
Maart
B
maart
Slide 25 - Quizvraag
Welk woord schrijf je met een hoofdletter?
A
kerstmis
B
december
C
kerstviering
D
kerstboom
Slide 26 - Quizvraag
Met of zonder hoofdletter?
A
kerstvakantie
B
Kerstvakantie
C
Slide 27 - Quizvraag
Wat is goed geschreven?
A
Westelijke zeestroom
B
westelijke zeestroom
Slide 28 - Quizvraag
Wat is goed geschreven?
A
belgische gerechten
B
belgische Gerechten
C
Belgische Gerechten
D
Belgische gerechten
Slide 29 - Quizvraag
Wat is goed geschreven?
A
...het eiland mallorca
B
...het Eiland Mallorca
C
...Het Eiland Mallorca
D
...het eiland Mallorca
Slide 30 - Quizvraag
Meer lessen zoals deze
oefentoets Spelling en formuleren
January 2025
- Les met
28 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 5
oefentoets Spelling en formuleren
February 2025
- Les met
28 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 5
CMC V6 spelling oefenen voor de recensie
November 2024
- Les met
22 slides
Nederlands
Voortgezet speciaal onderwijs
Leerroute 6
4T spelling
January 2025
- Les met
30 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
4T spelling
September 2022
- Les met
30 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
H.4 Aantrekkelijk formuleren
February 2022
- Les met
21 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
H.4 Aantrekkelijk formuleren
February 2023
- Les met
19 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 2
Spelling Klas 4 - TV H1 - TEST
August 2017
- Les met
21 slides
Nederlands
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4