BSR 1/4 2aha Lezen §4 Feit, mening en argument

  • Kijk het huiswerk na (bijlage in       Magister).
  • Log alvast in op LessonUp.
  • Klaar? Werk verder aan paragraaf 1.4.
§4 Feit, mening,
 en argument
Startopdracht:
timer
8:00
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

  • Kijk het huiswerk na (bijlage in       Magister).
  • Log alvast in op LessonUp.
  • Klaar? Werk verder aan paragraaf 1.4.
§4 Feit, mening,
 en argument
Startopdracht:
timer
8:00

Slide 1 - Tekstslide

  • Je kunt onderscheid maken tussen feiten, meningen en argumenten.
  • Je kunt meningen, argumenten in een tekst herkennen aan de hand van signaalwoorden (en zelf een overtuigende tekst schrijven). 
Lesdoelen

Slide 2 - Tekstslide

In deze les:
  • Huiswerk bespreken.
  • Herhaling theorie (feit, mening, argument).
  • Paragraaf 1.4 afmaken (keuze: zelf beginnen of klassikaal verder).
  • Afronden en checken.

Slide 3 - Tekstslide


Feit, mening
en argument




Een feit is iets waarvan je kunt controleren of het waar of onwaar is:
  • Het Nederlands Openluchtmuseum is een museum in Arnhem.
  • In Amsterdam wonen mensen van 110 verschillende nationaliteiten.

Slide 4 - Tekstslide


Feit, mening
en argument




Een mening of standpunt is wat iemand van iets vindt. Met een mening kun je het eens of oneens zijn. Een mening herken je vaak (maar niet altijd) aan signaalwoorden als ik vind, volgens mij, lijkt mij, daarom, dan ook en dus en aan formuleringen als er moet, er zou moeten en we zouden moeten.

Slide 5 - Tekstslide

Feit, mening
en argument


Als iemand zegt waaróm hij een bepaalde mening heeft, gebruikt hij een of meer argumenten. Een argument herken je vaak (maar ook niet altijd) aan signaalwoorden als want, omdat, immers en namelijk:

- Er moeten verkeersdrempels in deze straat komen (mening), want er wordt hier veel te snel gereden (argument).
Mick zou op basketbal moeten gaan (mening); daar is hij met zijn lengte van ruim twee meter namelijk erg geschikt voor (argument 1). Bovendien is hij erg handig met een bal (argument 2).

Slide 6 - Tekstslide

Aan het werk
Wat?
Cursus 1.4 Feit, mening en argument
Havo: Maak opdracht 7 t/m 9 op blz. 31-32
*De video van opdracht 9 kijken we straks.
Vwo: Opdracht 8 en 9 op blz. 30-31.
Hoe?
Zelfstandig of in tweetallen.
* Oefen met het geven van uitvoerige antwoorden!
Hulp
De 4 B's en het oogje.
Tijd
Timer.

Klaar?
Verder in je leesboek, samenvatting maken of paragraaf 1, 2 en 3 herhalen in je online boek.
timer
18:00

Slide 7 - Tekstslide

  • Je kunt onderscheid maken tussen feiten, meningen en argumenten.
  • Je kunt meningen, argumenten in een tekst herkennen aan de hand van signaalwoorden (en zelf een overtuigende tekst schrijven). 
Lesdoelen

Slide 8 - Tekstslide

Roken is ongezond
Roken stinkt
Roken is slecht voor je omdat je er een stinkende adem van krijgt
Mening
Feit
Argument

Slide 9 - Sleepvraag

Handbal is een vermoeiende sport.
Bij handbal is het rechthoekige speelveld 40 meter lang en 20 meter breed.
... , want je moet minstens drie sets lang springen en heen en weer rennen.
Mening
Feit
Argument

Slide 10 - Sleepvraag

Neem deel onze LessonUp klas
Wat kun je hier vinden?
  • LessonUps
  • Video's
  • Handige websites 

Klassencode
u2ha: pwsot
u2aha: byxfa

Slide 11 - Tekstslide