Les 20: koppelwerkwoord en naamwoordelijk gezegde


Welkom 
A2I!
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les


Welkom 
A2I!

Slide 1 - Tekstslide

Programma

  1. Doelen benoemen
  2. Herhalen koppelwerkwoord
  3. Grammatica 20: naamwoordelijk gezegde
  4. Zelfstandig werken
  5. Afsluiting en vooruitblik

Slide 2 - Tekstslide

Doel van deze les

- Ik weet wat het naamwoordelijk gezegde is


- Ik weet wat het verschil is tussen een werkwoordelijk gezegde en een naamwoordelijk gezegde


- Ik ken de koppelwerkwoorden



Slide 3 - Tekstslide

Soorten werkwoorden
  • Welke twee soorten werkwoorden kennen jullie al?
  • Zelfstandige werkwoorden en hulpwerkwoorden
  • Kun je een zin bedenken met een zww en een hww erin?
  • Bijvoorbeeld: Ik heb (hww) dit weekend appeltaart gebakken (zww).

Slide 4 - Tekstslide

Koppelwerkwoorden
- Een koppelwerkwoord koppelt het onderwerp van de zin aan een toestand of eigenschap.
- Koppelwerkwoorden zijn vaak de persoonsvorm.
- Je kunt een koppelwerkwoord vervangen door een ander koppelwerkwoord.
- Er zijn negen koppelwerkwoorden.

Slide 5 - Tekstslide

Koppelwerkwoorden

zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen (heten, dunken, voorkomen)



Slide 6 - Tekstslide

Koppelwerkwoorden
Z W B B L S 

Slide 7 - Tekstslide

Een koppelwerkwoord kan wel voorkomen in combinatie met een hulpwerkwoord.

Lasergamen kan spannend zijn

zijn = koppelwerkwoord
kan = hulpwerkwoord 
Een koppelwerkwoord kan niet voorkomen met een zelfstandig werkwoord.

De toets is slecht gemaakt

gemaakt = zelfstandig werkwoord
is = hulpwerkwoord

Slide 8 - Tekstslide

Koppelwerkwoorden
Hij is bij Transavia toch piloot gebleven.
gebleven komt van blijven
gebleven is dus een koppelwerkwoord

De docente Nederlands is geweldig.
is komt van zijn
is is dus een koppelwerkwoord

Slide 9 - Tekstslide

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Jammer dat het zo bewolkt was.

Slide 10 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Ondanks alle tegenslag, bleef ze optimistisch.

Slide 11 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

De teleurstelling na het verlies in de belangrijkste wedstrijd was immens.

Slide 12 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Het kopen van zogeheten 'lootboxen' in games is eigenlijk een vorm van gokken, aldus de Kansspelautoriteiten.

Slide 13 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

De actrice is altijd bescheiden gebleven.

Slide 14 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Het oeuvre van de schrijver is door de jaren heen behoorlijk omvangrijk geworden.

Slide 15 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Met dit resultaat was Ties erg blij geweest.

Slide 16 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

De brief wordt geschreven door Walter.

Slide 17 - Open vraag

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Cole lijkt te vertrouwen, maar hij is het niet.

Slide 18 - Open vraag

Opdracht 2 nakijken
a blijft – koppelwerkwoord
b wordt – koppelwerkwoord
c wordt – hulpwerkwoord, voorzien - zelfstandig werkwoord
d is – hulpwerkwoord, gehalveerd - zelfstandig werkwoord
e moet - hulpwerkwoord, gevierd - zelfstandig werkwoord, worden – hulpwerkwoord
f groeide – zelfstandig werkwoord
g blijven – hulpwerkwoord, lachen - zelfstandig werkwoord
h worden – hulpwerkwoord, bewaard - zelfstandig werkwoord

Slide 19 - Tekstslide

Wat is het koppelwerkwoord in de volgende zin?

Cole lijkt te vertrouwen, maar hij is het niet.

Slide 20 - Open vraag

Slide 21 - Tekstslide

Naamwoordelijk gezegde (NWG)
  • Bestaat uit een werkwoordelijk en een naamwoordelijk deel
  • Het werkwoordelijk deel bevat alle werkwoorden uit de zin. Eén van deze werkwoorden is een vorm van een koppelwerkwoord
  • Het naamwoordelijk deel geeft een toestand/eigenschap van het onderwerp aan (een bijv. nw of een zelfst. nw)
    --> Let op: dit is een heel zinsdeel! 

Slide 22 - Tekstslide

Wel of geen naamwoordelijk gezegde?

Stel drie vragen:

Vraag 1: Is het belangrijkste werkwoord uit de zin een koppelwerkwoord (ZWABBELS)?


Vraag 2: Gaat het in de zin om een toestand of eigenschap (bijv. mooi, voetballer, geopend, lui, blij, geloofwaardig)? 


Vraag 3: Zegt die toestand of eigenschap iets over het onderwerp? 


Alle drie JA? Dan heb je te maken met een NWG. 

Slide 23 - Tekstslide

Let op: wanneer ook geen NWG?
  • Kww 'schijnen' in de betekenis van ‘licht of zon schijnen’
  • Kww 'zijn' en 'blijven' in de betekenis van ‘ergens verblijven’

‘Ik blijf thuis’
‘De zon schijnt door de ramen’
‘Ik ben op school’


Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Wat houdt het naamwoordelijk gezegde in?
A
koppelwerkwoord
B
koppelwerkwoord + lijdend voorwerp
C
koppelwerkwoord + naamwoordelijk deel (kenmerk of eigenschap)
D
alle werkwoorden in de zin

Slide 26 - Quizvraag

Een naamwoordelijk gezegde bevat altijd een koppelwerkwoord
A
juist
B
onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Welk van de onderstaande woorden is geen koppelwerkwoord?
A
zijn
B
blijken
C
kijken
D
schijnen

Slide 28 - Quizvraag

Mijn vriend wordt leraar op een basisschool.

A
werkwoordelijk gezegde
B
naamwoordelijk gezegde

Slide 29 - Quizvraag

Hij is naar huis gegaan.

A
werkwoordelijk gezegde
B
naamwoordelijk gezegde

Slide 30 - Quizvraag


De leraar was gisteren ineens ziek geworden.
A
WWG= was geworden
B
NWG= was gisteren ziek geworden
C
NWG= was ineens ziek geworden
D
NWG= was ziek geworden

Slide 31 - Quizvraag


De trein is gisteren aangekomen op het station van Nijmegen.

A
WWG= is aangekomen
B
NWG= is gisteren aangekomen
C
NWG= is aangekomen

Slide 32 - Quizvraag

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Noteer je antwoord op de juiste manier.
Dat lijkt me nog niet zo eenvoudig!

Slide 33 - Open vraag

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Noteer je antwoord op de juiste manier.
Het fileprobleem is het afgelopen jaar veel groter geworden.

Slide 34 - Open vraag

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Noteer je antwoord op de juiste manier.
Zijn laatste film was een herhaling van eerder werk.

Slide 35 - Open vraag

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Noteer je antwoord op de juiste manier.
De aanschaf van de hogesnelheidstrein bleek een fiasco.

Slide 36 - Open vraag

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Noteer je antwoord op de juiste manier.
Telefoneren in stiltecoupés blijft irritant.

Slide 37 - Open vraag

Wat is het naamwoordelijk gezegde in de volgende zin? Noteer je antwoord op de juiste manier.
Het downloaden van speelfilms is sinds 2016 ook voor consumenten illegaal.

Slide 38 - Open vraag

Zelf aan de slag
  • Maak les 20 opdracht 5 en 7  op pagina 85
  • Klaar? Stillezen
  • Je mag zachtjes overleggen met je buur. 
  • Je maakt de opdrachten in je schrift!
  • Let op spelling en het maken van goede zinnen!

Slide 39 - Tekstslide