aaneenschrijven

Aaneenschrijven
Jesse, Niek en Senna
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Aaneenschrijven
Jesse, Niek en Senna

Slide 1 - Tekstslide

inleiding aaneenschrijven
1. koppelteken
2. tussen S
3. tussen E

Slide 2 - Tekstslide

koppelteken
klinkerbotsing

Wanneer samenstellingen wel tot (lees)problemen leiden, bijvoorbeeld bij twee botsende klinkers, plaatsen we een koppelteken: mee-eter, radio-omroep, contra-aanval.
plaatsen en namen die uit 2 delen bestaan
bijv: Amsterdam-Oost


Slide 3 - Tekstslide

zee-egel
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quizvraag

opnameunit
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Zwolle-Zuid
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Tussen S
Gebruik een tussen-s als dit in de uitspraak natuurlijk aanvoelt.
Voorbeeld: handelsmerk.
In de zin "Door zijn handelwijze liep het aantal klanten snel terug," is "handelwijze" correct omdat "handel" van "handelen" komt.

Gebruik geen tussen-s als het eerste deel een werkwoordstam is.
Voorbeeld: handelwijze (van "handelen").

Slide 7 - Tekstslide

kwaliteitsslag
goed geschreven?

A
waar
B
niet waar

Slide 8 - Quizvraag

loopsafstand
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

koningsdag
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Tussen E
We gebruiken tussen-E
Het eerste woord is een persoon of object, waarvan er duidelijk maar één is, bijv: 
de koningin + de dag = Koninginnedag 
   Het eerste woord is geen zelfstandig naamwoord, bijv: 
rood + de kool = rodekool
(zelfstandig naamwoord zijn personen dieren en dingen en meer)

Slide 11 - Tekstslide

zonnestraal
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

bruidegom
goed geschreven?
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag