Overal NASK 1-2 HV 3.2 veiligheid en milieu

planning
  • terugblik 3.1
  • 3.2 veiligheid en milieu 
  • je leert:  welke gevaren stoffen kunnen hebben voor mens en milieu
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScienceMiddelbare schoolvmbo k, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

planning
  • terugblik 3.1
  • 3.2 veiligheid en milieu 
  • je leert:  welke gevaren stoffen kunnen hebben voor mens en milieu

Slide 1 - Tekstslide

3.1 zuivere stof en mengsel
zuivere stof en mengsel 3.1
Stofeigenschappen.


voorbeelden van stofeigenschappen zijn:
Geur, kleur, smaak, brandbaarheid, helder/troebel 
Hard/zacht
, fase (20°C) Vast/vloeibaar/gas, smeltpunt, kookpunt en soortelijke massa (dichtheid).
Stofeigenschappen zijn eigenschappen waaraan je een bepaalde stof kunt herkennen.

Slide 2 - Tekstslide

3.1 zuivere stof en mengsel
zuivere stof en mengsel 3.1
Dichtheid is de massa van 1cm³ van een stof



Aanduiding de Griekse letter ρ (rho).


Dichtheid (soortelijke massa) geeft aan hoe zwaar een stof is.
Formule  

ρ = dichtheid g/cmᶾ.
M = massa in grammen
V = volume in cm3

p=Vm

Slide 3 - Tekstslide

De massa = 10 g.
Het volume = 5 cm3.
Wat is de dichtheid?
A
5 : 10 = 0,5 g/cm3
B
10 : 5 = 2 g/cm3
C
5 x 10 = 50 g/cm3
D
10 + 5 = 15 g/cm3

Slide 4 - Quizvraag

De dichtheid = 2,5 g/cm3.
Het volume = 4 cm3.
Bereken de massa.
A
2,54=1,6g
B
42,5=0,625g
C
2,54=10g

Slide 5 - Quizvraag

De dichtheid = 0,96 g/cm3.
De massa = 84 g.
Bereken het volume.
A
V=0,0114cm3
B
V=87,5cm3
C
V=80,64cm3
D
V=0.96cm3

Slide 6 - Quizvraag

Bereken de massa van een gouden ketting met een volume van 20 cm3
(de dichtheid van goud is 19,3 g/cm3)
noteer formule, gegevens en berekening

Slide 7 - Open vraag

Bereken het volume van een hoeveelheid alcohol met een massa van 550 gram.
(de dichtheid van alcohol is 0,70 g/cm3)
noteer de formule, gegevens en berekening

Slide 8 - Open vraag

De dichtheid van de badeend is ...... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 9 - Quizvraag

De dichtheid van de sleutel is ......... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 10 - Quizvraag

Gevaarlijke stoffen

Slide 11 - Tekstslide

Reinigingsmiddelen
Schoonmaakmiddelen kunnen ook gevaarlijk zijn. Bleekwater met chloor is irriterend en spiritus is licht ontvlambaar. Op schoonmaakmiddelen zie je daarom ook pictogrammen staan. 

Slide 12 - Tekstslide

Veiligheids-pictogrammen

Sinds een aantal jaar hebben we nieuwe pictogrammen. Vroeger waren de oranje, tegenwoordig hebben ze een rode rand. 

Slide 13 - Tekstslide

Sinds 2010 gebruiken we de GHS-symbolen.
GHS betekent Globally Harmonised System

Slide 14 - Tekstslide

GHS symbolen
Niet mengen.
Deze stof niet in combinatie met andere stoffen gebruiken.

Slide 15 - Tekstslide


Wat betekent dit pictogram
A
ontvlambaar
B
corrosief
C
explosief
D
brandbevorderend

Slide 16 - Quizvraag


Wat betekent dit pictogram
A
ontvlambaar
B
corrosief
C
milieugevaar
D
schadelijk

Slide 17 - Quizvraag


Wat betekent dit pictogram
A
brandbevordend
B
corrosief
C
ontvlambaar
D
explosief

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Video

Stoffen en veiligheid
Inslikken: ammonia, bleekmiddel
                   (beschadiging van de slokdarmen en
                    maag)
Aanraken: ammonia, insecticiden en bleekmiddel
                    (De huid kan beschadigen
                     of de stoffen kunnen via de huid in je
                     lichaam terecht komen)

Slide 20 - Tekstslide

Stoffen en veiligheid
Inademen:  koolstofmonoxide (kolendamp)
                   Komt vrij bij CV ketels gashaarden en geisers.  
                   Je kunt het niet ruiken.
                   Is dodelijk.
 
                   aardgas 
                   is geurloos.
                   Er wordt een geurtje aan toegevoegd zodat je                                             gewaarschuwd wordt. 

Slide 21 - Tekstslide

Stoffen en veiligheid
Inademen: verf
                     Bij sommige soorten verf en lijm komen
                     schadelijke dampen vrij.
                     Een goed ventilatie is belangrijk.

                     Chloor in combinatie met zuur.
                     (chloorgas)
                     Meng nooit verschillende stoffen.


Slide 22 - Tekstslide

Stoffen en veiligheid
Brand en explosie gevaar:

benzinedamp,                                    terpentine, 
spiritus
aardgas.

na een gasexplosie

Slide 23 - Tekstslide

ammonia is schadelijk bij
A
inslikken
B
aanraken
C
inademen
D
inslikken en aanraken

Slide 24 - Quizvraag

aardgas is schadelijk bij
A
inademen
B
aanraken
C
brand en explosiegevaar
D
inademen en brand en explosiegevaar

Slide 25 - Quizvraag

Welke stoffen mag je niet mengen
A
ammonia en Spiritus
B
chloor en azijn
C
Ammonia en chloor
D
chloor en spiritus

Slide 26 - Quizvraag

Dosis
De hoeveelheid die je van een stof binnenkrijgt heet de dosis. Bij een te kleine dosis werken medicijnen niet goed. Bij een te grote dosis kunnen medicijnen schadelijk voor je lichaam zijn.

Slide 27 - Tekstslide

Dosis

Slide 28 - Tekstslide

Wat zou de aanbevolen dosering voor jouw leeftijd van Advil liquidcabs zijn?
A
Niet gebruiken
B
3x per dag 1
C
3x per dag, minimaal 6-8 uur er tussen
D
6 tot 8 doseringen per dag

Slide 29 - Quizvraag

Wat moet je doen als je dit middel (Advil liquidcabs) langer dan 3 dagen moet gebruiken?

Slide 30 - Open vraag

Hergebruik of recycling
Bij hergebruik gebruik je producten in hun eigen functie opnieuw. De bank in het leerhuis is ooit door iemand naar de kringloop gebracht, en nu gebruiken wij hem weer. 

Bij recycling geef je oude producten een nieuwe functie. Dus van oude plastic flessen worden nieuwe elektriciteitsbuizen gemaakt. 

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Afval
DE productie van afval is de afgelopen 60 jaar enorm toegenomen

Slide 33 - Tekstslide

Afval
Verschillende soorten afval

Slide 34 - Tekstslide

Voordeel hergebruik & recycling?

  • Schonere wereld
  • Daling van afval & afvalkosten
  • Minder nieuwe grondstoffen nodig
  • Minder aardolie nodig
  • Minder landbouwgrond nodig (meer ruimte voor voedsel productie)
  • Daling uitstoot van broeikasgassen

Slide 35 - Tekstslide

Verwerking van Afval
recyclen.
Recyclen is van afval bruikbare producten maken.
Afval gescheiden inzamelen.
Glas --- nieuw glas
Papier---- nieuw papier
Plastic----- vuilniszakken, tuinplanken/paaltjes.
Groente fruit en tuinafval-----compost (mest)
Textiel---- papier
Klein chemisch afval. (niet herbruikbaar)
grof vuil (niet herbruikbaar)
Elektrische apparaten
Restafval (niet herbruikbaar)
Metaal(auto’s)---- blik, nieuwe auto’s

Slide 36 - Tekstslide

The ocean clean up
In de volgende slide kun je een video bekijken hoe de ocean clean up werkt.

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Glazen flessen opnieuw gebruiken is een voorbeeld van
A
recylcing
B
hergebruik

Slide 39 - Quizvraag

Van gebruikte blikjes nieuwe blikjes maken, is een voorbeeld van....
A
kringloop
B
recycling
C
tweedehands
D
hergebruik

Slide 40 - Quizvraag

Als je een grote tuin hebt, kun je gft- afval ook in een bak bewaren,
het gft-afval wordt dan .....
A
cosmetica
B
compleet
C
compost
D
composiet

Slide 41 - Quizvraag

Je hebt verschillende soorten afval waaronder ook GFT-afval.
Waar staat GFT voor?
A
Geen, Fruit, Toepassen
B
Groente, Fruit, Teelafval
C
Groente, Fruit en Tuin

Slide 42 - Quizvraag

huiswerk
lees de tekst van paragraaf 3.2 

maak de vragen van 3.2 

Slide 43 - Tekstslide