Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
H2 - P3 - week 9 - les 1 - Herhalen en leren voor toets
H3 - P1 - week 8 - les 2 - grammatica verwerken
Welkom
Nederlands
Mevrouw Takken
Aanwezig op: dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag
1 / 23
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
In deze les zitten
23 slides
, met
tekstslides
.
Lesduur is:
70 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
H3 - P1 - week 8 - les 2 - grammatica verwerken
Welkom
Nederlands
Mevrouw Takken
Aanwezig op: dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag
Slide 1 - Tekstslide
- Welkom
- Herhalen toetsstof
- Oefenen en leren!
Doel:
- Je benoemt het onderwerp en het gezegde in de zin
- Je ziet uit welke zinnen een samengestelde zin is samengesteld en hoe de zin in elkaar zit.
- Je herkent in een zin of het onderwerp iets is óf iets doet
- In zinnen met een kww kun je het naamwoordelijk gezegde aanwijzen
- Je kent de stof en je weet waar je dit kunt vinden
Wat gaan we doen vandaag:
Slide 2 - Tekstslide
H8 - 8.1 tot en met 8.5
- Hoofdgedachte
- Feit en mening
- Objectieve en subjectieve argumenten
- Standpunt en argumenten
- Verbanden en signaalwoorden (oorzaak en gevolg + conclusie)
H7.1
- voorzetselvoorwerp + koppelwerkwoord
H9.1
- Naamwoordelijk gezegde (telwoord en bijwoord)
Toetsstof:
Slide 3 - Tekstslide
Stillezen
timer
15:00
Slide 4 - Tekstslide
Ga zelf leren/ oefenen
Oefen voor de verschillende onderwerpen:
H8 = Op mijn niveau -
A en C
H7.1 =
F en G
- verder oefenen (herhaling en verdieping)
H9.1 =
G
(1, 2 3) en
H
(1 en 2) +
I
Zorg dat je de theorie goed kent.
Slide 5 - Tekstslide
H7.1 B - voorzetselvoorwerp
Voorzetselvoorwerp in deze zin:
1. Overtuig de politieagent zo meteen
op
het bureau
van
je gelijk!
- Op
het bureau is de plek
- Je
overtuigt
iemand
van iets
de agent
van je gelijk
overtuigen
van je gelijk = vzv
Slide 6 - Tekstslide
H7.1 B - voorzetselvoorwerp
Voorzetselvoorwerp hoort dus altijd
bij het werkwoord
Slide 7 - Tekstslide
H7.1 B - voorzetselvoorwerp
Voorzetselvoorwerp hoort dus altijd
bij het werkwoord
1. Mijn ouders
hechten erg
aan
de waarheid.
2.
Overtuig
de politieagent zo meteen op het bureau
van je gelijk!
3. Deze boete
vloeit
heel logisch
voort
uit je grensoverschrijdende gedrag
4. Bij aankomst op het bureau worden je eigendommen in een zakje aan de kapstok opgehangen.
5. Onverwacht
ontsnapten
de jongens
uit het politiebusje.
6. Jasper
schaamde zich
ontzettend
voor het gedrag van zijn vrienden.
VZV = voorzetsel + datgeen wat erbij hoort.
Slide 8 - Tekstslide
H7.1 D - Soorten werkwoorden
Zelfstandig werkwoord
Koppelwerkwoord
Hulpwerkwoord
Slide 9 - Tekstslide
H7.1 D - Koppelwerkwoord (kww)
De hond
is
ziek
De hond
surft
Slide 10 - Tekstslide
H7.1 D - Koppelwerkwoord (kww)
Een zelfstandig werkwoord geeft een
actie
aan
- de hond
surft
Een werkwoord kan ook een '
staat van zijn'
of
een eigenscha
p aangeven:
dan
BEN
je iets, je doet het niet.
De hond
is
ziek
Mijn nichtje
wordt
druk
van teveel suiker
Het koppelwerkwoord
koppelt
dus het
onderwerp
aan
de eigenschap
Slide 11 - Tekstslide
H7.1 D - Koppelwerkwoord (kww)
Een
zelfstandig werkwoord
geeft een actie aan
- de hond
surft
Een werkwoord kan ook een 'staat van zijn' aangeven:
dan
BEN
je iets, je doet het niet.
De hond
is
ziek
Mijn nichtje
wordt
druk van teveel suiker
Het
koppelwerkwoord
koppelt
dus het
onderwerp
aan
de eigenschap
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
H9.1 B - Naamwoordelijk gezegde
Een werkwoord kan ook een 'staat van zijn' aangeven:
dan
BEN
je iets, je doet het niet.
De hond
is
ziek
Mijn nichtje
wordt
druk van teveel suiker
Het
koppelwerkwoord
koppelt
dus het
onderwerp
aan
de eigenschap
Als je het gezegde moet benoemen, dan heeft een zin met een
koppelwerkwoord
een
naamwoordelijk gezegde:
-
alle werkwoorden + de eigenschap van het onderwerp
Slide 14 - Tekstslide
H9.1 B - Naamwoordelijk gezegde
Het
koppelwerkwoord
koppelt
dus het
onderwerp
aan
de eigenschap
Als je het gezegde moet benoemen, dan heeft een zin met een
koppelwerkwoord
een
naamwoordelijk gezegde:
-
alle werkwoorden + de eigenschap van het onderwerp
De hond
is
ziek = is ziek
Mijn nichtje
wordt
druk van teveel suiker = wordt druk
Slide 15 - Tekstslide
Elk gezegde
bestaat uit een
werkwoordelijk deel
Een
naamwoordelijk gezegde
heeft
ook
een
naamwoordelijk deel
Werkwoordelijk of naamwoordelijk
Slide 16 - Tekstslide
Elk gezegde
bestaat uit een
werkwoordelijk deel
Een
naamwoordelijk gezegde
heeft
ook
een
naamwoordelijk deel
Het
werkwoordelijk gezegde =
Alle werkwoorden in een zin (alleen werkwoordelijk deel)
- De bal
rolde
over het veld
Werkwoordelijk of naamwoordelijk
Slide 17 - Tekstslide
Elk gezegde
bestaat uit een
werkwoordelijk deel
Een
naamwoordelijk gezegde
heeft
ook
een
naamwoordelijk deel
Het
werkwoordelijk gezegde =
Alle werkwoorden in een zin (alleen werkwoordelijk deel)
- De bal
rolde
over het veld
Het
naamwoordelijk gezegde =
Werkwoorden (werkwoordelijk deel) + wat erover het OW is of wordt
(naamwoordelijk deel)
- De bal
is
[
rond
]
Werkwoordelijk of naamwoordelijk
naamwoordelijk deel
werkwoordelijk deel
Slide 18 - Tekstslide
De
werkwoorden
die het
onderwerp aan zijn eigenschap koppelen
, noem je
koppelwerkwoorden (kww)
.
Daarvan zit er
altijd
één in het naamwoordelijk gezegde.
Naamwoordelijk gezegde
zijn lijken
worden schijnen
blijven blijken
heten dunken
voorkomen
negen kww
Slide 19 - Tekstslide
Jip springt in het water
Pv =
Ow =
Ow doet iets/ Ow is of wordt iets
Wat is/wordt het ow?
NG/WG =
Werkwoordelijk of naamwoordelijk
Slide 20 - Tekstslide
Jip is boos
Pv =
Ow =
Ow doet iets/ Ow is of wordt iets
Wat is/wordt het ow?
NG/WG =
Werkwoordelijk of naamwoordelijk
Slide 21 - Tekstslide
Pak jouw opdrachten voor je neus. Heb je het echt goed gedaan?
Bespreken opdrachten
Slide 22 - Tekstslide
H9.1 - Taalverzorging 4 - Grammatica
Wat ga je maken:
- 9.1 G - verder oefenen - herhaling - opdracht 1, 2 en 3
- 9.1 I - alle zinsdelen herhaling
Wanneer maak je dit:
- Deze les - ook oefening voor toets
Hoe:
Zelf aan de slag of gedeelte met docent meedoen
- alleen een letter invullen heeft weinig zin, dus probeer het echt zo goed mogelijk te doen.
Aan de slag:
Slide 23 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
H2 - P3 - week 8 - les 3 - grammatica H7.1 B, C en D
9 days ago
- Les met
26 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
H2 - P3 - week 8 - les 2 - grammatica H7.1 B, C en D
10 days ago
- Les met
36 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
H2 - P3 - week 8 - les 3 - grammatica H7.1 B, C en D
5 days ago
- Les met
26 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
H2 - P3 - week 8 - les 1 - grammatica H7.1 B, C en D
12 days ago
- Les met
16 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
M2 P3 week 14 les 1 Grammatica voorzetselvoorwerp
April 2023
- Les met
22 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 1
M2 P3 week 12 les 2 2C / week 13 les 1 2B Grammatica VZV
March 2023
- Les met
21 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 1
Grammatica zinsdelen sheets
October 2024
- Les met
22 slides
Nederlands
Middelbare school
havo
Leerjaar 4
NG V1a
March 2022
- Les met
21 slides
Nederlands
Middelbare school
vwo
Leerjaar 1