Een vergrotingsfactor betekent dat je alle zijdes met dezelfde factor vergroot. De figuren hebben dan dezelfde vorm. We noemen dat gelijkvormig. `
De plaatjes hierboven zijn niet gelijkvormig!
Slide 11 - Tekstslide
Deze plaatjes zijn wel gelijkvormig
Slide 12 - Tekstslide
Theorie verkleinen
Als je een beeld gaat verkleinen noemen we dat OOK een vergrotingsfactor.
Slide 13 - Tekstslide
Verkleinen (= vergroten)
Bij het verkleinen van een figuur heb je ook te maken met een origineel en een beeld.
Om de 'vergrotings'factor te bepalen gebruik je dezelfde formule:
beeld : origineel
4 : 8 = 0,5
Je vergrotingsfactor = 0,5
Slide 14 - Tekstslide
Verkleining
In de vorige opdracht was de uitkomst 0,5.
Dit is kleiner dan 1, dat betekent dus dat de figuur kleiner wordt, dat zie je ook in het beeld.
Dus ook een verkleining noem je een vergroting, omdat de vergrotingsfactor kleiner is dan 1.
Slide 15 - Tekstslide
Van een foto van twee watervogels maak ik een verkleining. Wat is de vergrotingsfactor?
A
1,78
B
0,56
C
35000
D
Deze kun je niet uitrekenen. Er is te weinig informatie
Slide 16 - Quizvraag
Yasmine heeft een foto van een kever. De echte kever is 8 mm groot. De foto heeft een vergrotingsfactor van 6. Je gaat de lengte van de kever berekenen. Welke som hoort hierbij?
A
8 + 6
B
8 : 6
C
8 - 6
D
8 x 6
Slide 17 - Quizvraag
ALS JE STRAKS ZELFSTANDIG EN IN STILTE GAAT WERKEN DAN
1.Start je met de opdracht.
2.Je werkt in stilte.
3.De docent loopt een startronde.
4.Heb je een vraag ? Lees de opdracht/probeer het nog een keer
5.Kom je er niet uit ? Sla de opdracht over en ga verder. Zodra de docent langskomt voor een hulpronde stel je de vraag.
6. Kun je echt niet verder ? Pak dan ander werk( uit je tas of van de docent) en zet een sterretje bij de vraag die je niet begrijpt.
Geen vingers omhoog !
Slide 18 - Tekstslide
Zelfstandig aan de slag
§ H6.1
Basis en Kader
Heel hoofdstuk 6.1 afmaken
KGT :
Heel hoofdstuk 6.1 afmaken
Slide 19 - Tekstslide
Groepsdoel
Ik focus op mijzelf en mijn eigen werk
Wij blijven in de les
Wij behandelen elkaar met respect
Complimenten
Slide 20 - Tekstslide
Leerdoel
Aan het einde van deze paragraaf:
weet je welke invloed de Tweede Wereldoorlog had op landen met kolonies;
kun je uitleggen welke invloed het einde van de Japanse bezetting had op kolonies;
kun je uitleggen hoe de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië verliep;
weet je hoe nieuwe staten ontstonden na de Tweede Wereldoorlog.
Slide 21 - Tekstslide
Theorie verkleinen
Als je een beeld gaat verkleinen noemen we dat OOK een vergrotingsfactor.
Slide 22 - Tekstslide
Verkleinen (= vergroten)
Bij het verkleinen van een figuur heb je ook te maken met een origineel en een beeld.
Om de 'vergrotings'factor te bepalen gebruik je dezelfde formule:
beeld : origineel
4 : 8 = 0,5
Je vergrotingsfactor = 0,5
Slide 23 - Tekstslide
Verkleining
In de vorige opdracht was de uitkomst 0,5.
Dit is kleiner dan 1, dat betekent dus dat de figuur kleiner wordt, dat zie je ook in het beeld.
Dus ook een verkleining noem je een vergroting, omdat de vergrotingsfactor kleiner is dan 1.
Slide 24 - Tekstslide
Van een foto van twee watervogels maak ik een verkleining. Wat is de vergrotingsfactor?
A
1,78
B
0,56
C
35000
D
Deze kun je niet uitrekenen. Er is te weinig informatie
Slide 25 - Quizvraag
Yasmine heeft een foto van een kever. De echte kever is 8 mm groot. De foto heeft een vergrotingsfactor van 6. Je gaat de lengte van de kever berekenen. Welke som hoort hierbij?
A
8 + 6
B
8 : 6
C
8 - 6
D
8 x 6
Slide 26 - Quizvraag
Driehoek DEF is een vergroting van de driehoek ABC. Bereken DE.
Slide 27 - Open vraag
Aan de slag
Paragraaf: 6.1 Vergrotingsfactor
Blz. 59 t/m 63
Maken opdracht 3 t/m 16 (In de les moet t/m 10 sowieso af zijn)