1. We train on the sports field every Tuesday and Thursday. We have a match on the sports field every Saturday. We have a volleyball tournament at the gym every year.
2. Mail mike435@home.uk for more information. Call Mike for more information. His number is: 07438 659954.
3. Did anybody see my Adidas trainers? Did anybody see my boots? Did anybody see my jacket after the dance classes?
4. I think they were on the floor. I think they were in the changing room. I think my bag was under the bench on the sports field.
5. The shoes are red, size 6 / 39. They are brand new. My sportswear is blue and brand new.
6. The weather was perfect. The weather was terrible.
Slide 10 - Tekstslide
Exercise 27, page 67
1. The tournament is on September 27th from 2 pm to 5.30 pm.
2. Everyone can take part.
3. The frisbee classes are a great success.
4. When can you come and practise?
5. What is your mobile number?
6. I danced really well.
7. How do I get to the sports field?
Slide 11 - Tekstslide
past simple - to be
Slide 12 - Tekstslide
I / he / she / it > ... was ...
you / we / they > ... were ...
to be - past simple
zijn - verleden tijd
I / he / she / it > Was ...?
you / we / they > Were ...?
I / he / she / it > ... wasn't ...
you / we / they > ... weren't ...
Slide 13 - Tekstslide
past simple
Slide 14 - Tekstslide
past simple
verleden tijd
afgelopen
je weet wanneer
werkwoord + ed
Did + werkwoord (geen +ed)
didn't + werkwoord (geen +ed)
WALDY: When / Ago / Last ... / Days/ Dates / Year / Yesterday
bevestigen / vragen / ontkennen
Slide 15 - Tekstslide
plural
Slide 16 - Tekstslide
meervouden
meer dan één
zelfstandig naamwoord > +s
one car > ten cars
one teacher > nine teachers
plural
meervoud
Zelfstandig naamwoord met s-klank > +es
s-klank = -s/-sh/-ch/-x/-z
one box > four boxes
one quiz > eight quizzes
Zelfstandig naamwoord met -o > +es
one hero > eleven heroes
one tomato > six tomatoes
Zelfstandig naamwoord met mede klinker-y > -ies
one city > three cities
one baby > two babies
zelfstandig naamwoord met -f > ves
one wolf > seven wolves
one knife > four knives
altijd enkelvoud
hair / sheep / fish / etc.
altijd meervoud
trousers / glasses / scissors / etc.
onregelmatige meervouden
man > men / child > children / person > people
tooth > teeth / foot > feet / mouse > mice
Slide 17 - Tekstslide
Slide 18 - Tekstslide
meervouden
meer dan één
zelfstandig naamwoord > +s
one car > ten cars
one teacher > nine teachers
plural
meervoud
Zelfstandig naamwoord met s-klank > +es
s-klank = -s/-sh/-ch/-x/-z
one box > four boxes
one quiz > eight quizzes
Zelfstandig naamwoord met -o > +es
one hero > eleven heroes
one tomato > six tomatoes
Zelfstandig naamwoord met mede klinker-y > -ies
one city > three cities
one baby > two babies
zelfstandig naamwoord met -f > ves
one wolf > seven wolves
one knife > four knives
altijd enkelvoud
hair / sheep / fish / etc.
altijd meervoud
trousers / glasses / scissors / etc.
onregelmatige meervouden
man > men / child > children / person > people
tooth > teeth / foot > feet / mouse > mice
Slide 19 - Tekstslide
Scan: Ultimate Frisbee, page 50+51,workbook B
Do: Exercise 4, page 52, workbook B
Study: plurals
Read: On the bulletin board, page 61,workbook B
Do: Exercise 23+24, page 64+65,workbook B
timer
5:00
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
1. trainers
2. shoes
3. teams
4. classes
5. styles
6. beginners
7. dancers
8. feet
1. players
2. dancers
3. bellies
4. towels
5. shoelaces
6. countries
7. referees
8. tournaments
9. children
10. thieves
Exercise23+24,page 64
Slide 22 - Tekstslide
vocabulary 5.3
Slide 23 - Tekstslide
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Tekstslide
Slide 26 - Tekstslide
Scan: Ultimate Frisbee, page 50+51,workbook B
Do: Exercise 4, page 52, workbook B
Study: vocabulary 5.3
Do: Exercise 36+37, page 72+73,workbook B
timer
5:00
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
1. public
2. mountain
3. row
4. owner
5. backwards
6. bottle
7. mile
8. stairs
9. arrived
10. finals
1. runner / climbed
2. mountain
3. alone
4. greeted / celebrated
5. proud
6. public sale
7. surprising
Exercise36+37,page 72+73
Slide 29 - Tekstslide
Scan: Ultimate Frisbee, page 50+51,workbook B
Do: Exercise 4, page 52, workbook B
Listen: The rules
Do: Exercise 44, page 79,workbook B
Slide 30 - Tekstslide
Slide 31 - Tekstslide
Exercise44,page 79
1. Hij was te laat bij gym.
2. Zijn broer speelt het en hij praat er altijd over.
3. elf
4. Vier keer vijftien minuten.
5. de quarterback
6. Nee, Simon praat te snel en Brian kan zijn uitleg niet volgen.
- phrases writing - to be - past simple - past simple (+ / ? / -)
- plural
Slide 39 - Tekstslide
Wait for Push your chair Throw away the bell under your desk your litter
Thanks for your attention
Slide 40 - Tekstslide
1. Wat is een belangrijk onderdeel van het Britse leven? 2. Waar leren de meeste Britse kinderen sporten? 3. Wat zijn enkele populaire sporten in het Verenigd Koninkrijk? 4. Welke sport is het meest populair in het Verenigd Koninkrijk? 5. Wat zijn enkele bekende Britse voetbalteams? 6. In welke competitie strijden de beste voetbalteams? 7. Waar wordt de finale van de Football Association Cup gespeeld? 8. Hoeveel spelers zitten er in een cricket team? 9. Wat is de sport van koningen en waar is het populair? 10. Wat is de nationale sport van Wales en noem 2 regels?
Slide 41 - Tekstslide
Slide 42 - Video
1. Wat is een belangrijk onderdeel van het Britse leven? 2. Waar leren de meeste Britse kinderen sporten? 3. Noem 3 populaire sporten in het Verenigd Koninkrijk? 4. Welke sport is het meest populair in het Verenigd Koninkrijk? 5. Noem 3 bekende Britse voetbalteams? 6. In welke competitie strijden de beste voetbalteams? 7. Waar wordt de finale van de Football Association Cup gespeeld? 8. Hoeveel spelers zitten er in een cricket team? 9. Wat is de sport van koningen? 10. Wat is de nationale sport van Wales en noem 2 regels?
sport
school
Tennis, voetbal rugby, cricket, paardrijden, golf, and Highland games
voetbal
Manchester United, Liverpool, Chelsea en Arsenal
Premier League
7. Wembley Stadium in Londen
8. 11 spelers
9. Paardenraces
10. Rugby, naar voren gooien is verboden, je mag de bal alleen dragen of schoppen.