In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Welkom!
Welkom
Slide 1 - Tekstslide
Wat gaan we doen vandaag?
Opstarten
05 min
Terugblik 3.3
10 min
Samen lezen 3.4 deel 1
10 min
Maken opdrachten
10 min
Nakijken opdrachten
10 min
Samen lezen 3.4 deel 2
10 min
Lesafsluiting
10 min
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Wat betekent periferie in de wereldindeling van centrum- semi periferie en periferie?
A
Een rijk land met veel bedrijven
B
Een arm land met weinig invloed
C
Een gebied dat alleen uit steden bestaat
D
Een land zonder inwoners
Slide 5 - Quizvraag
Wat zijn ontwikkelingslanden?
A
arme landen
B
rijke landen
Slide 6 - Quizvraag
Centrum
Semi periferie
Periferie
Slide 7 - Sleepvraag
Semi-periferie
Centrum
Periferie
Slide 8 - Sleepvraag
Grondstof
Halffabricant
Eindproduct
Periferie
Semi-Periferie
Centrum
Slide 9 - Sleepvraag
Centrum
Periferie
Semi-periferie
Slide 10 - Sleepvraag
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Aan de slag
Wat? Maak paragraaf 3.4 opdracht 1 t/m 5
Hoe? Zelfstandig, overleggen mag
Hulp? Buur, docent, internet
Tijd? 10 minuten
Resultaat? Klassikaal bespreken
Klaar? Lees de rest van 3.4 en maak de rest van 3.4 af
timer
10:00
Slide 17 - Tekstslide
Opdracht 1:
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Opdracht 2:
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Tekstslide
Slide 24 - Tekstslide
Slide 25 - Tekstslide
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
Huiswerk
Wat? Maak paragraaf 3.4 helemaal
Hoe? Zelfstandig, overleggen mag
Hulp? Buur, docent, internet
Tijd? 10 minuten
Resultaat? Klassikaal bespreken
Klaar? Reset je fouten
Ook daarmee klaar? Werk in stilte aan NUMO
timer
10:00
Slide 28 - Tekstslide
Introductie
Kleding winkels
Kleding maken
Zo goedkoop mogelijk
Maken 3.1 - doe dit online.
1. Je kunt de sectoren landbouw, industrie en diensten beschrijven.
Landbouw: in deze sector halen mensen voedsel en grondstoffen uit de aarde. Hierbij horen landbouwers, die voedsel en grondstoffen als katoen en palmolie produceren. De visserij en bosbouw vallen hier ook onder.
Industrie: in deze sector maken mensen producten uit grondstoffen, bijvoorbeeld in fabrieken. Ook de bouw hoort bij deze sector.
Diensten: in deze sector doen mensen iets voor andere mensen, zoals schoonmakers, verpleegkundigen, leraren en maaltijdbezorgers.
Beroepsbevolking: Alle mensen in een land die betaald werk hebben of direct beschikbaar zijn voor werk, en in een bepaalde leeftijdsgroep vallen.
Slide 29 - Tekstslide
Introductie
Kleding winkels
Kleding maken
Zo goedkoop mogelijk
Maken 3.1 - doe dit online.
Periferie
Periferie
2. Je kunt beschrijven dat de ontwikkeling van een land invloed heeft op het werk dat mensen doen.
Zelfvoorzienende landbouw:
Landbouw om zelf van te leven
- Klein stukje grond
- Eenvoudige werktuigen
- Enkele gewassen
- Evt. lokale verkoop
Commerciële landbouw:
Land wordt gekocht door westerse investeerders
- Veel grond
- Moderne werktuigen
- Minder arbeid
- Export producten
Mensen gaan naar de stad om ander werk te gaan zoeken/doen.
Slide 30 - Tekstslide
Introductie
Kleding winkels
Kleding maken
Zo goedkoop mogelijk
Maken 3.1 - doe dit online.
Centrum
Semiperiferie
2. Je kunt beschrijven dat de ontwikkeling van een land invloed heeft op het werk dat mensen doen.
Welvaart stijgt - Het gaat economische beter met een land. Mensen hebben beter inkomen en kunnen daardoor meer activiteiten ondernemen
Salaris - Geld dat je krijgt voor het werk dat je doet
- Eten kopen
- Onderwijs
- Betere huisvesting
- Meer mensen werk in de industrie
- Krijgt een salaris voor het werk dat ze doen
- Meeste mensen werken in de dienstensector.
- Hebben een opleiding gehad.
- Hebben een salaris
- Sociale vangnetten zijn goed geregeld.
Slide 31 - Tekstslide
Introductie
Kleding winkels
Kleding maken
Zo goedkoop mogelijk
Maken 3.1 - doe dit online.
Informele sector
3. Je kunt het verschil tussen de formele en informele sector aangeven.
Formele sector
Het afdragen van belasting aan de overheid over het inkomen dat je ontvangt.
- Het werk is niet zicht bij de overheid.
- Geen belasting over inkomsten
- Illegale activiteiten
- Zwart werken
Centrum landen, zoals in Nederland
- Meeste mensen werken in de formele sector.
Ontwikkelingslanden
- Veel mensen werken in de informele sector. Bijvoorbeeld, straatverkopers, arbeiders in kledingbedrijfje.
Over het algemeen geldt: hoe armer het land, hoe groter de informele sector. Door de informele sector is het inkomen per hoofd in een land wel hoger dan het bbp per hoofd laat zien.