Taalverzorging les 12

WELKOM 3Vb
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

WELKOM 3Vb

Slide 1 - Tekstslide

Planning
Lezen
Leerdoelen
Paragraaf 6: Spelen met taal
Verwerken



Slide 2 - Tekstslide

Lezen (15 minuten)

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kan:
- Woorden en letters op een andere (humoristische) manier kan gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Uitleg par. 6: Spelen met taal

Wist je dat er een naam bestaat voor een zin die alle letters van het alfabet bevat?

Slide 5 - Tekstslide

Paragraaf 6: pangram

Pechdag: sexy quizvrouw blijft mank. (30 letters)

Slide 6 - Tekstslide

Wat valt je op?

De mooie zeeman nam Anna mee, zei oom Ed.

Slide 7 - Tekstslide

Wat valt je op?

De mooie zeeman nam Anna mee, zei oom Ed.
Palindroom

Slide 8 - Tekstslide

Portmanteau - Veel gebruikt door studenten

Esma
Vrijmibo
Conculega

Slide 9 - Tekstslide

Ga spelen met taal!
De volgende opdracht maak je in je schrift (Tip: gebruik je boek)
Maak een keuze uit een van de volgende twee opdrachten:
1. Maak een acrostichon gedicht met je eigen naam.
Gebruik bij elke letter een eigenschap of iets over jezelf
2. Schrijf een kort verhaal met minstens 5 portmanteaus.
Stel zelf nieuwe woorden samen uit twee bestaande woorden
Klaar? Leesboek

Slide 10 - Tekstslide

Spreekwoord: Korte en vaste (onveranderbaar) uitspraak. Drukt een bepaalde wijsheid uit in een hele zin. Samenvatting van een situatie met een raad of advies. 
Voor de wind is het gunstig zeilen. 

Zegswijze: Vrije vorm die kan worden opgenomen in een zin. Situatie wordt beeldend beschreven, zonder wijsheid, raad of advies. 
Een koekje van eigen deeg geven

Gezegde: Vaste vorm, zonder werkwoord. Zinstoevoeging. 
Met hart en ziel

Slide 11 - Tekstslide

Huiswerk
1. Kijk op Classroom naar de feedback op je boekkeuzes. (Geef ook boek 4 door)
2. Laat je jas volgende les in je kluis of op de gang.
Veel succes deze woensdag!

Slide 12 - Tekstslide

Leg kort uit wat een anafoor is. Geef niet alleen een voorbeeld.

Slide 13 - Tekstslide

Leg kort uit wat een anafoor is. Geef niet alleen een voorbeeld.

Herhaling van hetzelfde woord(groep) aan het begin van opeenvolgende zinnen. 
"Niemand zag, niemand wist, niemand deed."

Slide 14 - Tekstslide

Noteer en benoem de stijlfiguur uit de zin.

Ik heb het nu al 100 keer tegen je gezegd.

Slide 15 - Tekstslide

Noteer en benoem de stijlfiguur uit de zin.

Ik heb het nu al 100 keer tegen je gezegd.
Hyperbool.

Slide 16 - Tekstslide

Noteer uit de zin de uitdrukking. Geef aan of het een spreekwoord, gezegde of zegswijze is.

Als het kalf verdronken is, dempt men de put.


Slide 17 - Tekstslide

Noteer uit de zin de uitdrukking. Geef aan of het een spreekwoord, gezegde of zegswijze is.

Als het kalf verdronken is, dempt men de put.

Spreekwoord

Slide 18 - Tekstslide