H10 Vermogensrecht

H10 Vermogensrecht
Inleiding 
Vermogensrecht
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
GoederenrechtMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

H10 Vermogensrecht
Inleiding 
Vermogensrecht

Slide 1 - Tekstslide

Vermogen
Juridisch begrip vermogen: iemands bezittingen en schulden of eigenlijk op geld waardeerbare rechten en plichten.

Een voorbeeld: voordat je nieuwe kleding koopt, heb je geld op jouw rekening staan. Na de aankoop heb je minder geld op jouw rekening staan maar heb je er wel een nieuw kledingstuk bij. 

Slide 2 - Tekstslide

Vermogen vervolg
Een vermogen kan een positief of een negatief saldo hebben.

Positief: meer bezittingen dan schulden
Negatief: meer schulden dan bezittingen 

Maak opdracht 1, 2 en 3: Jouw vermogen

Slide 3 - Tekstslide

Vermogensrecht
Het vermogensrecht regelt alles rondom het vermogen. 

Het vermogensrecht bestaat uit:
1. Goederenrecht (= beschrijving van het absolute vermogensrecht)
2. Verbintenissenrecht (= beschrijving van de relatieve rechten; prestaties die personen van elkaar tegoed hebben (altijd een recht en een plicht)

Slide 4 - Tekstslide

Kenmerken vermogensrechten:
Vermogensrechten zijn de rechten waaruit iemands vermogen is opgebouwd. 

Twee kenmerken:
1. op geld waardeerbaar (waarde in geld uitdrukken)
2. je kunt ze overdragen aan een ander (bijv, de eigendom overdragen aan iemand)

Slide 5 - Tekstslide

Soorten vermogensrechten
De kenmerken hebben we net gezien. 
Nu gaan we kijken naar welke soorten vermogensrechten er zijn:

Twee soorten:
1. Absolute rechten 
2. Relatieve rechten 

Om te weten of je met absolute of relatieve rechten te maken hebt, moet je jezelf de vraag stellen ten opzichte van wie je deze rechten kunt handhaven.

Slide 6 - Tekstslide

1. Absolute rechten
Rechten die iemand heeft over een goed en die door iedereen gerespecteerd moeten worden. 

Het eigendomsrecht is dus een absoluut recht. 

Iedereen moet afblijven van jouw spullen, want jij bent eigenaar!

Slide 7 - Tekstslide

2. Relatieve rechten
Rechten die de een persoon alleen ten opzichte van een bepaalde andere persoon heeft. 

Relatieve rechten worden ook wel verbintenissen genoemd.

Jij koopt een headphone bij de Mediamarkt
1. Jij moet aan de Mediamarkt geld betalen.
2. De Mediamarkt moet jou de headphone geven.
Niemand anders heeft hiermee te maken. Dit is iets tussen jou en de Mediamarkt.
Het gaat over jullie relatie, dus over jullie relatieve rechten.

Maak nu opdracht 4: De vermogensrechten

Slide 8 - Tekstslide

Waar te vinden in de wet?
Waar is het vermogensrecht te vinden in de wet?

Goederenrecht: Boek 3 en 5 van het BW
Verbintenissenrecht: Boek 3, 6 en 7 van het BW

Slide 9 - Tekstslide

Goederenrecht
Goederen zijn de positieve delen van iemands vermogen, de bezittingen. Goederen zijn zaken en vermogensrechten.

Zaken zijn dingen die tastbaar zijn, die je kunt vastpakken.

Slide 10 - Tekstslide

Roerend en onroerend
Zaken kan je onderverdelen in roerend en onroerend

Onroerende zaken: duurzaam met de grond verenigd (art 3:3 lid 1 BW)
Roerende zaken: 'Beweegbaar' (art 3:3 lid 2 BW)

Slide 11 - Tekstslide

Register en niet register goederen
Een goed is een register goed als de overdracht verplicht via het openbaar register van het kadaster moet plaatsvinden (art 3:10 BW)
Deze verplichting geldt voor:
- alle onroerende zaken
- schepen van meer dan 20 ton
- vliegtuigen van meer dan 20 ton

Slide 12 - Tekstslide

Absolute rechten op goederen
1. Eigendom
2. Erfdienstbaarheid
3. Erfpacht
4. Recht van opstal
5. Appartementsrecht
6. Vruchtgebruik
7. Hypotheekrecht en 8. Pandrecht

Slide 13 - Tekstslide

Het vermogensrecht regelt alles rondom het vermogen.
A
Juist
B
Niet juist

Slide 14 - Quizvraag

Wat zijn de twee kenmerken van vermogensrechten?

Slide 15 - Open vraag

En welke twee soorten vermogensrechten zijn er?

Slide 16 - Open vraag

Een absoluut recht geldt t.o.v. een persoon.
A
Juist
B
Niet juist

Slide 17 - Quizvraag

Een relatief recht wordt ook wel een verbintenis genoemd.
A
Juist
B
Niet juist

Slide 18 - Quizvraag

Opdrachten/huiswerk:
Maak de opdrachten 4, 5, 6 en 7

Niet af? Huiswerk!

Slide 19 - Tekstslide

Afsluiting: wat hebben we geleerd?
  • Wat is het vermogensrecht?
  • Wat zijn de kenmerken van het vermogensrecht?
  • Welke twee soorten van het vermogensrecht kennen we?
  • Wat zijn absolute en relatieve rechten?
  • Goederenrecht, roerend en onroerend, register en niet registergoederen
  • Absolute rechten
  • Waar is dat geregeld in de wet?
Vragen?

Slide 20 - Tekstslide