3.3 Lezen les 2

Startopdracht: Vul de lege plekken in met de juiste signaalwoorden. Kies uit de volgende opties: 
• opsomming: ten eerste, verder, bovendien, ook
• tegenstelling: maar, echter, daarentegen
• voorbeeld: bijvoorbeeld, zoals, denk aan

Vandaag gaan we het hebben over gezonde voeding. __1_ is gezond eten goed voor je lichaam, _2__ het kan soms lastig zijn om de juiste keuzes te maken. _3__ is het belangrijk om veel groente en fruit te eten. Je kunt _4__ denken aan appels, bananen, wortels en spinazie. Het helpt je om voldoende vitaminen en vezels binnen te krijgen.
_5__ is er ook de uitdaging om verleidingen te weerstaan. __6_, snoep en fastfood zijn overal te vinden en het is moeilijk om ze te weerstaan. _7__, als je gezonder wilt eten, kun je bijvoorbeeld kiezen voor gezonde snacks zoals noten of yoghurt in plaats van chips en chocolade.

1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Startopdracht: Vul de lege plekken in met de juiste signaalwoorden. Kies uit de volgende opties: 
• opsomming: ten eerste, verder, bovendien, ook
• tegenstelling: maar, echter, daarentegen
• voorbeeld: bijvoorbeeld, zoals, denk aan

Vandaag gaan we het hebben over gezonde voeding. __1_ is gezond eten goed voor je lichaam, _2__ het kan soms lastig zijn om de juiste keuzes te maken. _3__ is het belangrijk om veel groente en fruit te eten. Je kunt _4__ denken aan appels, bananen, wortels en spinazie. Het helpt je om voldoende vitaminen en vezels binnen te krijgen.
_5__ is er ook de uitdaging om verleidingen te weerstaan. __6_, snoep en fastfood zijn overal te vinden en het is moeilijk om ze te weerstaan. _7__, als je gezonder wilt eten, kun je bijvoorbeeld kiezen voor gezonde snacks zoals noten of yoghurt in plaats van chips en chocolade.

Slide 1 - Tekstslide

H3 Weer geleerd 
Paragraaf 3.3
In deze paragraaf ga je leren:

-hoe je feiten/meningen en argumenten herkent
-signaalwoorden die een reden aangeven
- signaalwoorden die een conclusie aangeven
- hoe je tekstdoelen kunt herkennen
-wat een betoog is

Slide 2 - Tekstslide

twee signaalwoorden die een reden aangeven
twee signaalwoorden die een conclusie aangeven
Aan het eind van deze les weet je: 

Slide 3 - Tekstslide

Lekker meelezen

Slide 4 - Tekstslide

Het maken van aantekeningen kan helpen om de uitleg beter te onthouden. 
Instructie en Aantekeningen

Slide 5 - Tekstslide

Welke tekstverbanden ken je inmiddels?

-opsomming
-tegenstelling
-voorbeeld

Welke leer je erbij?


-reden/ argument
- conclusie

Slide 6 - Tekstslide

H3 Weer geleerd 
Paragraaf 3.3 Lezen
Een tekstverband geeft een verband aan in een tekst; wat heeft het met elkaar te maken? 
Het kan een verband zijn tussen woorden, zinnen en alinea's. Veel tekstverbanden kun je herkennen aan signaalwoorden. Dat zijn verwijswoorden die vaak bij dat tekstverband voorkomen.

Slide 7 - Tekstslide

H3 Weer geleerd 
Paragraaf 3.3 Lezen
Tekstverband voor reden/argument.
Als er in een tekst een reden (argument) voor iets wordt gegeven, dan heb je een tekstverband voor reden/argument. 
Een paar signaalwoorden die je vaak ziet voor reden/argument zijn:
daarom, namelijk, omdat, want.

Slide 8 - Tekstslide

H3 Weer geleerd 
Paragraaf 3.3 Lezen
Tekstverband voor conclusie
Als er in een tekst een conclusie wordt getrokken, dan heb je te maken met een tekstverband voor conclusie.
Vaak is de conclusie een mening. 
Dit tekstverband zie je vooral aan het einde van een betoog.  
Een paar signaalwoorden die je vaak ziet voor conclusie zijn:
dus, kortom.

Slide 9 - Tekstslide

Toepassen

Slide 10 - Tekstslide

Waar ga jij vandaag mee aan de slag?
Ik wil graag verlengde instructie
Ik maak opdracht 5, 8, 13,14,15,16
Ik loop achter met mijn eigen leerplan van NUMO en ga daar mee aan het werk.
Ik maak de opdrachten thuis en ga nu lekker lezen

Slide 11 - Poll

Wat?
Blz. 164 en verder:  opdracht 5, 8, 13, 14, 15, 16
Hoe?
 De vragen beantwoorden in je werkboek.
Hulp
Vraag? Steek je vinger op.
Tijd
15 minuten
Klaar?
Werk in NUMO aan je eigen leerplan/ lekker lezen
Opdracht 
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

Startopdracht: Vul de lege plekken in met de juiste signaalwoorden. Kies uit de volgende opties: 
• opsomming: ten eerste, verder, bovendien, ook
• tegenstelling: maar, echter, daarentegen
• voorbeeld: bijvoorbeeld, zoals, denk aan

Vandaag gaan we het hebben over gezonde voeding. __1_ is gezond eten goed voor je lichaam, _2__ het kan soms lastig zijn om de juiste keuzes te maken. _3__ is het belangrijk om veel groente en fruit te eten. Je kunt _4__ denken aan appels, bananen, wortels en spinazie. Het helpt je om voldoende vitaminen en vezels binnen te krijgen.
_5__ is er ook de uitdaging om verleidingen te weerstaan. __6_, snoep en fastfood zijn overal te vinden en het is moeilijk om ze te weerstaan. _7__, als je gezonder wilt eten, kun je bijvoorbeeld kiezen voor gezonde snacks zoals noten of yoghurt in plaats van chips en chocolade.

Slide 13 - Tekstslide

twee signaalwoorden die een reden aangeven
twee signaalwoorden die een conclusie aangeven
Aan het eind van deze les weet je: 

Slide 14 - Tekstslide