9.3 Werken met formules

HV: §9.3 werken met formules, blz. 102

TL: §7.3 Van pijlenketting naar formule, blz. 18
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

HV: §9.3 werken met formules, blz. 102

TL: §7.3 Van pijlenketting naar formule, blz. 18

Slide 1 - Tekstslide

 Programma                           
  • Start
  • Terugblik
  • leerdoel
  • Uitleg 9.3/7.3
  • Aan de slag 
  • Afsluiting





Slide 2 - Tekstslide

§ 9.3 Werken met formules
We hebben al zoveel met formules gedaan,
 in § 9.1 en § 9.2:
+  korter schrijven          +  vereenvoudigen           
Misschien vraag je je af:
Wat kunnen we toch DOEN met een formule?
Deze brandende vraag wordt deze les beantwoord.                            

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik

Slide 4 - Tekstslide

Hoe los je een wiskunde opgave op? 
Stappenplan
Stap 1:  Voorbereiden (Wat weet je al?)
Stap 2: Aanpak kiezen
Stap 3: Bereken
Stap 4: Antwoord geven
Stap 5: Controle 

Slide 5 - Tekstslide

gelijksoortige termen
2a en 5a hebben dezelfde variabele
dus
gelijksoortige termen

Slide 6 - Tekstslide

schrijf korter:
b = 3a + 5 + 2a + 7

Slide 7 - Woordweb

Weet je het nog?

  1. Lijn l gaat door de punten (2,7) en (8,19). Maak de formule bij lijn l.
  2. Hoe noem je stukjes die je bij elkaar optelt?

  3. Vereenvoudig:  y= 2x-3x -4z

  4. Vereenvoudig: y= 3x-1+8-x

Slide 8 - Tekstslide

Formule opstellen of maken
Onderstaand stappenplan gebruik je bij een tekst, tabel, grafiek of twee gegeven punten.

Stap 1   Maak een tabel bij de grafiek. Vul hierin twee roosterpunten. (Of neem deze over)
Stap 2   Lees de beginwaarde af of bereken deze (= startgetal)

Stap 3  Is de grafiek een stijgende of dalende lijn?
Stap 4  Hoeveel stijgt of daalt de grafiek per horizontale stap van 1? 
          Dit noemen wij de stapgrootte of hellingsgetal.

Stap 5 Maak de formule
          Vervang de onderstaande woorden voor wat je nu weet.


Op welke punt raakt de grafiek de verticale as?
Wat wil je berekenen? = hellingsgetal x Wat weet je? + startgetal (oftewel y = ax + b)
Wat staat er bij de verticale as?
Wat staat staat er bij de onderste rij?
Wat staat er bij de horizontale as?
Wat staat staat er bij de bovenste rij?

Slide 9 - Tekstslide

Formules vereenvoudigen
De letter (a) wordt ook wel variabele genoemd.
Hetgeen je bij elkaar optelt/aftrekt noem je termen.

Berekening:

Herleiden:
Optelling van drie gelijke termen.
4+4+4=34=12
a+a+a=3a=3a
Vermenigvuldiging van twee factoren.

Slide 10 - Tekstslide

Formules vereenvoudigen
Alleen gelijksoortige termen kun je samenvoegen.
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde variabelen voor








g = 3a - 4 - 2a + 6
g = a + 2

a = 1a

Slide 11 - Tekstslide

formules vereenvoudigen:
de formule van de omtrek
P is???
A
P=6a+5b
B
P=6a+4b

Slide 12 - Quizvraag

Kan je het nog?
Vereenvoudig de volgende formules
1   g = 5a – 11 – 4a + 15
2   h = –7 + 4b + 3b – 2 – 5b
3   i = –6 + 5c – 3 – c + 9
4   j = 20d – 11 – 7d + 13 – 14d
e   k = + 4e – – 2e


Slide 13 - Tekstslide

Schrijf de volgende formule korter op: lengte = massa x 3 + 7
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
l= mx3 + 7
B
l= 3m + 7
C
l = 7 + 3m
D
7xm+3=l

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

a = 3b +5
als b = 4, wat is dan a ?
A
39
B
12
C
17

Slide 19 - Quizvraag

a = 3b + 5
als b = 4 dan:
a = 3 x 4 + 5
a = 12 + 5
a = 17

Slide 20 - Tekstslide

a = 6 - 3 x v
als v = 3, wat is dan a?

Slide 21 - Woordweb

a = 6 - 3 x v. en v= 3
a = 6 - 3 x 3
a = 6 - 9
a = -3

Slide 22 - Tekstslide

de formule is:
L = 2m +10, wat is L, als m = 4
typ je hele berekening in

Slide 23 - Open vraag

40a + 60 = 260
wat is a?
A
a=4
B
a=2
C
a=5
D
a=6

Slide 24 - Quizvraag

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Oefenen
5 Gegeven is de formule y = 3(x + 2)
a Bereken y als x = 10
b Bereken y als x = 1,5

Slide 28 - Tekstslide

4 = 20 - 8b
hoeveel is b?
A
b=2
B
b=3
C
b=4
D
b=5

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Deze opgave 
gaan we nu 
maken.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

- Open je schrift en pak een pen.
- Maak opgave 22a in je schrift.  
timer
1:30

Slide 33 - Tekstslide

Oplossing:   

Slide 34 - Tekstslide

Maak opgave 22b nu in je schrift.
timer
1:30

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Oplossing:


Slide 37 - Tekstslide

Maak nu
22c in je schrift.
timer
1:00

Slide 38 - Tekstslide

Oplossing:

Slide 39 - Tekstslide

Huiswerktijd.
H/V:  maken §9.3
TL: maken §7.3

Slide 40 - Tekstslide