Les 25 - Meer dan lezen 4, Grammatica 9

Les 25 - Meer dan lezen 4, Grammatica 9
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Les 25 - Meer dan lezen 4, Grammatica 9

Slide 1 - Tekstslide

Welkom - 2 havo

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
timer
15:00

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk controle/nakijken
05-02-2025

Spelling 5: opdracht 1 t/m 5
Lezen 4: opdracht 1 en 2

Slide 4 - Tekstslide

Doelen
Lezen in een boek 
zo snel mogelijk uit

Lezen
Feit, mening, argument

Grammatica
Samengestelde zinnen

Slide 5 - Tekstslide

Nieuw Nederlands
Lezen $4

blz 26

Slide 6 - Tekstslide

Feit, mening en argument
Feit: Controleren of het waar/onwaar is

Mening/standpunt: Wat iemand ergens van vindt.

Argument: Een reden (waarom je iets vindt)

Slide 7 - Tekstslide

Feit
De deur van het lokaal is dicht.

De tafels staan naast elkaar.

Iedereen doet goed mee.

Je kunt het controleren. Het is waar/onwaar.

Slide 8 - Tekstslide

Mening
Ik vond het fantastisch.

Het is verschrikkelijk.

Signaalwoorden: ik vind, volgens mij, lijkt mij, daarom, dan ook, dus, er moet, er zou moeten, we zouden moeten.

Wat iemand van iets vindt.

Slide 9 - Tekstslide

Argument
Je moet nu niet meer kletsen, omdat je straks het begrip moet kennen.

Probeer de signaalwoorden te onthouden, zodat je de argumenten uit een tekst kunt halen.

Signaalwoorden: want, omdat, immers, namelijk

Een reden, waarom iemand iets vindt.

Slide 10 - Tekstslide

Aan de slag
blz 26

Opdracht 3+4: leesvaardigheid

Onderwerp van een tekst, signaalwoord mening/argument, tegenstelling, tekstdoelen
timer
20:00

Slide 11 - Tekstslide

Grammatica
9) Hoofd- en bijzinnen

Een samengestelde zin kan bestaan uit:
- twee of meer hoofdzinnen
- een hoofdzin en één of meer bijzinnen
- één of meer hoofdzinnen met één of meer bijzinnen

Slide 12 - Tekstslide

Grammatica
Een samengestelde zin heeft altijd MINIMAAL ÉÉN HOOFDZIN.

Slide 13 - Tekstslide


hoofdzin:
ow + pv staan altijd naast elkaar
pv staat vooraan in de zin
bijzin:
ow + pv staan niet naast elkaar
pv staat vaak achteraan in de zin

Slide 14 - Tekstslide

Oefenen: schrijf mee!
Opdracht 4 blz 223

1. De man fietste op de Parallelweg toen hij een lekke achterband kreeg.
2. Op veel plaatsen viert men carnaval en de optocht trekt dan veel publiek.

Slide 15 - Tekstslide

Oefenen: schrijf mee!
Opdracht 4 blz 223

3. Nadat Sybrand zijn kamer had opgeruimd, ging hij met een paar vrienden gamen.
4. Als je goed oplet, zul je merken dat samengestelde zinnen echt niet zo lastig zijn.

Slide 16 - Tekstslide

Oefenen: schrijf mee!
Opdracht 4 blz 223

5. Jonge vogels sterven vaak vroeg doordat katten op ze jagen, want dat zijn roofdieren.
6. Omdat er onvoldoende wind stond, konden we dit weekend niet kitesurfen, wat voor ons een grote teleurstelling was.

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 5 (inzicht!)
a) Veel mensen vinden een kat een schattig huisdier.

Slide 18 - Tekstslide

Aan de slag
Maken opdracht 1+ 2

Slide 19 - Tekstslide

Huiswerk vrijdag 7-02

Grammatica 9: 1+2+ 4 blz 222

Slide 20 - Tekstslide