Signaalwoorden: ik vind, volgens mij, lijkt mij, daarom, dan ook, dus, er moet, er zou moeten, we zouden moeten.
Wat iemand van iets vindt.
Slide 9 - Tekstslide
Argument
Je moet nu niet meer kletsen, omdat je straks het begrip moet kennen.
Probeer de signaalwoorden te onthouden, zodat je de argumenten uit een tekst kunt halen.
Signaalwoorden: want, omdat, immers, namelijk
Een reden, waarom iemand iets vindt.
Slide 10 - Tekstslide
Aan de slag
blz 26
Opdracht 3+4: leesvaardigheid
Onderwerp van een tekst, signaalwoord mening/argument, tegenstelling, tekstdoelen
timer
20:00
Slide 11 - Tekstslide
Grammatica
9) Hoofd- en bijzinnen
Een samengestelde zin kan bestaan uit: - twee of meer hoofdzinnen - een hoofdzin en één of meer bijzinnen - één of meer hoofdzinnen met één of meer bijzinnen
Slide 12 - Tekstslide
Grammatica
Een samengestelde zin heeft altijd MINIMAAL ÉÉN HOOFDZIN.
Slide 13 - Tekstslide
hoofdzin:
ow + pv staan altijd naast elkaar pv staat vooraan in de zin bijzin: ow + pv staan niet naast elkaar pv staat vaak achteraan in de zin
Slide 14 - Tekstslide
Oefenen: schrijf mee!
Opdracht 4 blz 223
1. De man fietste op de Parallelweg toen hij een lekke achterband kreeg. 2. Op veel plaatsen viert men carnaval en de optocht trekt dan veel publiek.
Slide 15 - Tekstslide
Oefenen: schrijf mee!
Opdracht 4 blz 223
3. Nadat Sybrand zijn kamer had opgeruimd, ging hij met een paar vrienden gamen. 4. Als je goed oplet, zul je merken dat samengestelde zinnen echt niet zo lastig zijn.
Slide 16 - Tekstslide
Oefenen: schrijf mee!
Opdracht 4 blz 223
5. Jonge vogels sterven vaak vroeg doordat katten op ze jagen, want dat zijn roofdieren. 6. Omdat er onvoldoende wind stond, konden we dit weekend niet kitesurfen, wat voor ons een grote teleurstelling was.
Slide 17 - Tekstslide
Opdracht 5 (inzicht!)
a) Veel mensen vinden een kat een schattig huisdier.