HV2 les 9 H36 bijvoeglijke bepaling

Vandaag
Lezen
Herhaling bijwoordelijke bepaling en meewerkend voorwerp
Uitleg bijvoeglijke bepaling 


1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Lezen
Herhaling bijwoordelijke bepaling en meewerkend voorwerp
Uitleg bijvoeglijke bepaling 


Slide 1 - Tekstslide

Lezen
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Na deze les:

weet je hoe je de bijvoeglijke bepaling vindt in een zin.

Slide 3 - Tekstslide

Heb je het begrepen? Steek 1, 2 of 3 vingers op. 
Wat is het voorzetselvoorwerp in de onderstaande zin?

Hij twijfelt aan zijn beslissing. 

1) twijfelt aan
2) aan zijn beslissing
3) zijn beslissing








Slide 4 - Tekstslide

Vaste voorzetsels
Soms is het niet duidelijk welk voorzetsel je moet gebruiken, in sommige zinnen hoort een voorzetsel bij een werkwoord. 

Voorbeelden van vaste voorzetsels bij werkwoorden.

trouwen met
zich verbazen over
verliefd zijn op

Slide 5 - Tekstslide

Voorzetselvoorwerp
Het voorzetselvoorwerp begint met een vast voorzetsel en wordt gevolgd door een voorwerp, bijvoorbeeld:

Ik hou van pindakaas.
voorzetselvoorwerp: van pindakaas

Het vaste voorzetsel is van, namelijk houden van....
In een zin met een voorzetselvoorwerp 'eist' het werkwoord eigenlijk een bepaald vast voorzetsel. Je kan het voorzetsel niet vervangen door een ander voorzetsel. Zoals:
denken aan
zoeken naar

Slide 6 - Tekstslide

Verschil voorzetselvoorwerp en lijdend voorwerp
Een voorzetselvoorwerp lijkt op een lijdend voorwerp. Toch zijn er erg belangrijke verschillen. 
Een lijdend voorwerp begint niet met een voorzetsel.

Ik zoek een nieuwe heggenschaar.
Wie of wat zoek ik?
lijdend voorwerp: een nieuwe heggenschaar

Ik zoek naar een nieuwe heggenschaar.
werkwoord en vaste voorzetsel?
voorzetselvoorwerp: naar een nieuwe heggenschaar

Slide 7 - Tekstslide

Uitleg bijvoeglijke bepaling
De bijvoeglijke bepaling is geen zinsdeel.

Slide 8 - Tekstslide

Bijwoordelijke bepaling BWB
Saskia sloeg alarm.
 
Dit is een kale zin. Waarom sloeg ze alarm, wanneer sloeg ze alarm, hoe sloeg ze alarm, waar sloeg ze alarm?
 
Met bijwoordelijke bepalingen krijg je antwoord op zulke vragen. Ze noemen tijd, plaats en omstandigheden.
Om half tien sloeg Saskia alarm. WANNEER?
In Instanbul sloeg Saskia alarm. WAAR?
Vanwege de diefstal van haar paspoort sloeg Saskia alarm. WAAROM?
• Door hard te gaan gillen sloeg Saskia alarm. HOE?

Slide 9 - Tekstslide

Bijwoordelijke bepaling
Een bijwoordelijke bepaling noemt GEEN eigenschap van een mens, dier of ding!
Dan is het een bijvoeglijke bepaling.

Ook losse woorden kunnen een BWB zijn, zoals:
Ook, zeker, toch, waarschijnlijk, blijkbaar, niet, misschien, absoluut, gelukkig, inderdaad, helaas, immers, hoe, waarom, waarheen.

• Wim rookt niet/kennelijk.
Waarschijnlijk is de accu leeg.

Slide 10 - Tekstslide

Zinsdelen en zinsdeelstukken
- Werkwoordelijk gezegde
- Onderwerp
- Lijdend voorwerp
- Meewerkend voorwerp
- Bijwoordelijke bepaling
----------------------------------
- Bijvoeglijke bepaling


Zinsdelen
Zinsdeelstuk

Slide 11 - Tekstslide

De bijvoeglijke bepaling (BVB)
  • De bijvoeglijke bepaling is GEEN zinsdeel, maar een deel van een andere zinsdeel.
  • De bijvoeglijke bepaling zegt iets over het zelfstandig naamwoord in een zinsdeel.
  •  De bijvoeglijke bepaling kan voor of achter een zelfstandig naamwoord staan.


Slide 12 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling
- Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
- Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen: welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?

Voorbeeld
De slimme jongen | is | lid | geworden | bij onze voetbalclub.

slimme = bijvoeglijke bepaling bij jongen (welke/wat voor + jongen?) 
onze = bijvoeglijke bepaling bij voetbalclub (welke/wat voor + voetbalclub?)
ow
BWB

Slide 13 - Tekstslide

Tip: welk/wat voor + zelfst. nw.?
Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord. 
Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen:

welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?

En ja! Het lijkt heel veel op een bijvoeglijk naamwoord als je de woordsoorten moet benoemen.

Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeldzin BVB
Ze     /  speelt  /  het mooiste melodietje.
ow      pv+wg                               lv

  • Wat is het belangrijkste zelfstandig naamwoord in het lijdend voorwerp?
  • melodietje
  • Welk / wat voor + melodietje?
  • mooiste = bijvoeglijke bepaling bij melodietje

Slide 15 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling BVB
Mijn sportieve buurvrouw heeft een mooie fiets.
Mijn sportieve buurvrouw = onderwerp 
een mooie fiets = lijdend voorwerp. 

Binnen deze voorwerpen zijn mijn en sportieve bijvoeglijke bepalingen bij buurvrouw en is mooie een bijvoeglijke bepaling bij fiets.

1. Zoek het onderwerp en lijdend voorwerp (als dit er is).
2. Bestaat het zinsdeel uit meer woorden? Kijk dan verder binnen dit zinsdeel.
3. Als een woord iets zegt over een zelfstandig naamwoord, is dat een bijvoeglijke bepaling.

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag
Huiswerk nakijken

Lezen theorie over bijvoeglijke bepaling blz. 146.

Keuze:
Ik vind het nog lastig en wil oefenen: maken H36 opdr. 1, 2 en 3. 
Gebruik de extra instructie: de uitlegfilmpjes op dia 19. Ben je klaar? Ga door naar groen

Ik begrijp het goed: maak de verdiepende opdracht creatief schrijven op dia 20 en 21.
Ben je klaar? Lees de theorie door van H36 over de bijstelling. 

Slide 17 - Tekstslide

Verdiepende opdracht
Schrijf een korte, creatieve tekst (8-10 zinnen) waarin je minstens vijf bijvoeglijke bepalingen gebruikt. Een bijvoeglijke bepaling geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord en beantwoordt vragen zoals:

Welke?
Wat voor een?
Van wie?

Stap 1:
Schrijf je tekst en onderstreep alle bijvoeglijke bepalingen. Bijvoorbeeld:
"De oude, houten brug kraakte gevaarlijk boven de snel stromende rivier."

Let ook op de grammatica en taalverzorging. 

Slide 19 - Tekstslide

Verdiepende opdracht
Stap 2:
Ruil je tekst met een klasgenoot en geef elkaar feedback met deze vragen:

Zijn de bijvoeglijke bepalingen duidelijk en goed gekozen?
Voegen ze echt iets toe aan de tekst?
Kun je ergens een sterkere of preciezere bijvoeglijke bepaling gebruiken?

Stap 3:
Pas je tekst aan op basis van de feedback en lever de verbeterde versie in.

🔎 Extra uitdaging: Gebruik een mix van voor- en achtergeplaatste bijvoeglijke bepalingen voor extra variatie!

Slide 20 - Tekstslide

Zijn voor jou de lesdoelen behaald
Ik kan in een zin de volgende zinsdelen benoemen:
- bijvoeglijke bepaling

Slide 21 - Tekstslide

Volgende les
We gaan verder met H36 de bijstelling.

Slide 22 - Tekstslide