3.8 spelling

3.8 Spelling
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

3.8 Spelling

Slide 1 - Tekstslide

Aantekeningen 3.8 volt. dw.
Een voltooid deelwoord (vd) begint vaak met ge-.
Bij een voltooid deelwoord staat altijd een vorm van hebben, zijn of worden. Een voltooid deelwoord staat vaak aan het eind van de zin.

Het voltooide deelwoord van sterke werkwoorden eindigt meestal op -en. Je schrijf het zoals je het zegt.
• Wij zijn snel naar huis gereden.

Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden eindigt op -d of -t. Maak het voltooid deelwoord langer. Dan hoor je of het -d of -t moet zijn.
• De rekening is betaald. (de betaalde rekening)

Slide 2 - Tekstslide

Aantekeningen 3.8 volt. dw.
Sommige werkwoorden beginnen met be-, ge-, her-, ver- of ont-. Bij het voltooid deelwoord schrijf je er dan geen ge- voor.

Let op:
Bij het werkwoord verhuizen klinkt verhuist (pv) hetzelfde als verhuisd (voltooid deelwoord), maar je schrijft het anders.

Hij verhuist volgende week naar Amsterdam.
Hij is naar Amsterdam verhuisd.

Slide 3 - Tekstslide

Vul de juiste vorm van het ww in:
De klant heeft netjes (betalen)

Slide 4 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het ww in:
Mijn oom was naar de kapper (gaan)

Slide 5 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 6 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 7 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 8 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 9 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 10 - Open vraag

Aantekeningen 3.8 volt. dw.
Sommige werkwoorden beginnen met be-, ge-, her-, ver- of ont-. Bij het voltooid deelwoord schrijf je er dan geen ge- voor.

Let op:
Bij het werkwoord verhuizen klinkt verhuist (pv) hetzelfde als verhuisd (voltooid deelwoord), maar je schrijft het anders.

Hij verhuist volgende week naar Amsterdam.
Hij is naar Amsterdam verhuisd.

Slide 11 - Tekstslide

Vul de juiste vorm van het ww in (vt):
Heeft hij jou (sturen)?

Slide 12 - Open vraag

Splitsbare werkwoorden
Sommige werkwoorden zijn in een zin gesplitst (in stukken gedeeld). Je noemt ze splitsbare werkwoorden.
Kijk maar:
• Je moet je gordel vastmaken in de auto. – Ik maak mijn gordel vast.
• Ik wil Joeri overhalen om te blijven. – Ik haal Joeri over om te blijven.

Bij het voltooid deelwoord van splitsbare werkwoorden, schrijf je -ge- tussen beide delen.
Je schrijft het woord aan elkaar.
• Ik heb mijn gordel vastgemaakt.
• Ik heb Joeri overgehaald.

Slide 13 - Tekstslide

Welk splitsbaar werkwoord herken je en schrijf het voltooid deelwoord ervan op:
Op dinsdag maak ik mijn kamer schoon.

Slide 14 - Open vraag

Welk splitsbaar werkwoord herken je en schrijf het voltooid deelwoord ervan op:
De beker loopt hartstikke erg over.

Slide 15 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 16 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 17 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 18 - Open vraag

Welk splitsbaar ww kun je hier opschrijven?

Ik ... mijn beker ... in de prullenbak.

Slide 19 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van weggooien?

Slide 20 - Open vraag

Voltooid deelwoord van bedenken (hij-vorm)?

Slide 21 - Open vraag

Herhaling 3.8: volt. dw.
Een voltooid deelwoord (vd) begint vaak met ge-.
Bij een voltooid deelwoord staat altijd een vorm van hebben, zijn of worden. Een voltooid deelwoord staat vaak aan het eind van de zin.

Het voltooide deelwoord van sterke werkwoorden eindigt meestal op -en. Je schrijf het zoals je het zegt.
• Wij zijn snel naar huis gereden.

Het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden eindigt op -d of -t. Maak het voltooid deelwoord langer. Dan hoor je of het -d of -t moet zijn.
• De rekening is betaald. (de betaalde rekening)

Slide 22 - Tekstslide

Aantekeningen 3.8 volt. dw.
Sommige werkwoorden beginnen met be-, ge-, her-, ver- of ont-. Bij het voltooid deelwoord schrijf je er dan geen ge- voor.

Let op:
Bij het werkwoord verhuizen klinkt verhuist (pv) hetzelfde als verhuisd (voltooid deelwoord), maar je schrijft het anders.

Hij verhuist volgende week naar Amsterdam.
Hij is naar Amsterdam verhuisd.

Slide 23 - Tekstslide

Voorbeeld voltooid deelwoord van een splitsbaar ww

Slide 24 - Woordweb

Splitsbare werkwoorden
Sommige werkwoorden zijn in een zin gesplitst (in stukken gedeeld). Je noemt ze splitsbare werkwoorden.
Kijk maar:
• Je moet je gordel vastmaken in de auto. – Ik maak mijn gordel vast.
• Ik wil Joeri overhalen om te blijven. – Ik haal Joeri over om te blijven.

Bij het voltooid deelwoord van splitsbare werkwoorden, schrijf je -ge- tussen beide delen.
Je schrijft het woord aan elkaar.
• Ik heb mijn gordel vastgemaakt.
• Ik heb Joeri overgehaald.

Slide 25 - Tekstslide

Welk splitsbaar werkwoord herken je?

Ik zet mijn alarm aan.

Slide 26 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van aanzetten?

Slide 27 - Open vraag

Maken 3.8
1 t/m 14 moet helemaal af.

Klaar? NUMO.
timer
15:00

Slide 28 - Tekstslide

Lesdoelen check
✅❌

Slide 29 - Tekstslide

Wat is het splitsbare werkwoord?

Hij werkt zijn portfolio bij.

Slide 30 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van bijwerken?

Slide 31 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord?

Slide 32 - Open vraag