BS 11.1 en 11.2

11.1 en 11.2
11.1 Erfelijke eigenschappen 


11.2 Chromosomen doorgeven
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

11.1 en 11.2
11.1 Erfelijke eigenschappen 


11.2 Chromosomen doorgeven

Slide 1 - Tekstslide

Wat zijn erfelijke eigenschappen?
  • Eigenschappen zijn kenmerken .
  • Deze eigenschappen krijg je van ouders -> erfelijke eigenschappen.
  • Erfelijke eigenschappen zien er bij iedereen anders uit. Dit noem je fenotype (uiterlijk)

Slide 2 - Tekstslide

Fenotype

Slide 3 - Tekstslide

Aanleg
  • Van sommige eigenschappen weet je pas dat je ze hebt wanneer je ze gaat gebruiken. Je hebt dan aanleg geërfd.

  • Het fenotype is afhankelijk van de erfelijke eigenschappen en invloeden uit de omgeving.

Slide 4 - Tekstslide

Fenotype
  • Van sommige eigenschappen weet je pas dat je ze hebt wanneer je ze gaat gebruiken. Je hebt dan aanleg geërfd.

  • Het fenotype is afhankelijk van de erfelijke eigenschappen en invloeden uit de omgeving.

Slide 5 - Tekstslide

Waar zit de informatie voor je eigenschappen?
  • In de celkern van cellen zitten dunne draden; de chromosomen

  • Chromosomen bestaan voor het grootste deel uit DNA.

  • DNA  bevat alle informatie van jouw lichaam.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Mathilde laat een permanentje zetten bij de kapper. Verandert hierdoor haar genotype en haar fenotype?
A
genotype wel fenotype niet
B
genotype niet fenotype wel
C
genotype niet fenotype niet
D
genotype wel fenotype wel

Slide 8 - Quizvraag

Hoe noemen we de erfelijke eigenschappen zelf die op de chromosomen liggen?
A
Fenotype
B
Genotype

Slide 9 - Quizvraag

Elke gewone lichaamscel bevat
A
23 Chromosomen
B
34 Chromosomen
C
46 Chromosomen
D
92 Chromosomen

Slide 10 - Quizvraag

11.2 Leerdoeltjes
Je kunt beschrijven hoe chromosomen doorgegeven worden.

Je kunt uitleggen wanneer uit een bevruchte eicel een jongen of een meisje ontstaat.
Je kunt uitleggen hoe het komt dat geslachtscellen van een mens 23 chromosomen bevatten.
Je kunt uitleggen waardoor al je lichaamscellen dezelfde chromosomen bevatten.


Slide 11 - Tekstslide

Chromosomen doorgeven
  • Geslachtscellen hebben van elk chromosomenpaar 1 chromosoom, dus 23 chromosomen.
  • Bij de bevruchting smelten de kernen van de zaadcel en eicel samen en heb je 23 + 23 weer 46 chromosomen. (23 paren)

Slide 12 - Tekstslide

Chromosomen doorgeven
Vader bepaalt geslacht, want
  1. Vrouwen kunnen alleen x doorgeven
  2. Mannen kunnen x of y doorgeven

Slide 13 - Tekstslide

Van 46 naar 23
Splitsing van een 
chromosoom heet 
reductiedeling 
of meiose.

Dit bij het maken van
zaadcellen en eicellen.

Slide 14 - Tekstslide

Van 46 naar 46
 Gewone lichaamscel delen = mitose of gewone celdeling

Slide 15 - Tekstslide

Van 46 blijft 46 (kopieën)
 Gewone lichaamscel delen = mitose of gewone celdeling

Slide 16 - Tekstslide

Cellen van een konijn bevatten 44 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een cel in een spier van een konijn?
A
44
B
22
C
66
D
88

Slide 17 - Quizvraag

Cellen van een konijn bevatten 44 chromosomen.
Hoeveel chromosomen bevat een zaadcel van een konijn?
A
44
B
22
C
66
D
88

Slide 18 - Quizvraag