Basismarketing H13 Plaats

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
HandelMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

levert goederen 
Onvangt goederen, slaat ze op en verdeelt de goederen weer over verschillende winkels
Plaats waar de consument de artikelen koopt
Maakt artikelen 
Koopt grote partijen goederen in en verkoop die in kleinere hoeveelheden door. 
Koopt goederen in het buitenland en laat die invoeren 
Organiseert het vervoer voor een ander bedrijf
Zorgt voor het verplaasten van de goederen 
leverancier
distributiecentrum
transporteur
winkel
fabrikant
groothandel
importeur
expediteur

Slide 4 - Sleepvraag

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Slide 7 - Tekstslide

Wat is servicegraad?
A
Kosten voor het bieden van service
B
Mate waarin je aan de vraag naar een product kunt voldoen.
C
Het bieden van service, zoals pashokjes
D
De hoeveelheid service die je aan kan bieden.

Slide 8 - Quizvraag

Een winkelier heeft momenteel een voorraad van 34 stuks. Normaal kan hij een voorraad van 100 stuks houden.
Wat is zijn servicegraad?
A
34%
B
64%
C
68%
D
66%

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

Bij welke vorm van distributie-intensiteit past bij frisdrank
A
selectieve distributie
B
intensieve distributie
C
exclusieve distributie

Slide 11 - Quizvraag

Bij welke vorm van distributie-intensiteit past bij Bently
A
selectieve distributie
B
intensieve distributie
C
Exclusieve distributie

Slide 12 - Quizvraag

Bij welke vorm van distributie-intensiteit past bij Woodwick kaars
A
Selectieve distributie
B
Intensieve distributie
C
Exclusieve distributie

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Uit welke 3 onderdelen bestaat de winkelformule
A
prijs, plaats en marktpositie
B
marktpositie, retailmix en doelgroep
C
doelgroep, plaats en retailmix
D
retailmix, product en doelgroep

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

Welke vorm van samenwerken door winkels met een herkenbare winkelformule komt het meest voor?
A
Vrijwillig filliaalbedrijf
B
Franchising
C
Lokale samenwerking
D
Geen idee

Slide 17 - Quizvraag

10 GROOTSTE WINKELFORMULES IN NEDERLAND
Shell (Tankstations) – 432 winkels.
Blokker (Huishoudelijke artikelen) – 461 winkels.
Regiobank (Bank) – 475 filialen.
Keurslager (Slagerij) – 476 winkels.
Primera (Tabak/lectuur) – 500 winkels.
HEMA (Warenhuis) – 531 winkels.
Zeeman (Textiel) – 532 winkels.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide