21220216 EZBTZ-21MV09Z

Les Nederlands 16 februari 2022
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Les Nederlands 16 februari 2022

Slide 1 - Tekstslide

CE lezen en luisteren
Wanneer?  Woensdag 16 maart 2022
Hoe laat?   Staat in de uitnodiging
Waar?          A1.04
Belangrijk: Kom op tijd, neem je ID kaart mee!
(je mag kladpapier gebruiken)
(koptelefoon en woordenboek krijg je daar)

Slide 2 - Tekstslide

Leesstrategieën
Globaal: in grote lijnen
(titel, kopjes, lengte, bron, opmaak, eerste en laatste alinea

Slide 3 - Tekstslide

Leesstrategieën
zoekend: gericht zoeken naar bepaalde informatie, 'scannend', waar kan je het antwoord vinden

Slide 4 - Tekstslide

Leesstrategieën
precies of intensief: de hele tekst met aandacht lezen.

Eerst lees je de tekst globaal, daarna in zijn geheel. Let op de hoofd- en bijzaken!

Slide 5 - Tekstslide

Belangrijke begrippen
  • Onderwerp: in 1 of een paar woorden waar de tekst over gaat.
  • Hoofdgedachte: 1 of 2 zinnen waar de tekst in zijn geheel over gaat.
  • Kernzin: de belangrijkste zin van de alinea, dit is meestal de eerste of de laatste zin van een alinea.

Slide 6 - Tekstslide

Feit of mening
Een feit staat vast en is controleerbaar. De bron is betrouwbaar.
"Het regent buiten."
"Spruitjes zijn vies".

Slide 7 - Tekstslide

tekstsoorten 
Tekstsoorten en tekstdoelen:
  • Meninggevend: persoonlijke mening van de schrijver over een onderwerp.
Bijvoorbeeld: column, reactie in een krant of op Facebook of Twitter.
  • Amuserend: lezen voor je plezier. Bijvoorbeeld: stripboek, tijdschrift, roman
  • Informerend: informatie geven over een onderwerp. Bijvoorbeeld: geschiedenisboeken, reisgidsen, folders, verslagen

Slide 8 - Tekstslide

  • Instructieve tekst: (instructie) hoe je iets moet doen. Bijvoorbeeld: recept, gebruiksaanwijzing, handleiding, bijsluiter, brochure.
  • Overtuigende tekst: de schrijver wil de lezer overtuigen en/of beïnvloeden.  Bijvoorbeeld: politieke tekst, reclame, opiniërend (mening vormend) artikel, betoog, ingezonden brief
  • Activerende tekst: de schrijver wil je in actie laten komen, je iets laten doen. Bijvoorbeeld oproep tot demonstratie, campagne

Slide 9 - Tekstslide

TIPS:
  • Lees de vraag goed (wat wordt precies gevraagd)
  • Bedenk eerst zelf een antwoord
  • Kies vervolgens het best passende antwoord
  • Lees bewust een krant, een boek, een tijdschrift of een artikel. 

Slide 10 - Tekstslide

Tekstverbanden en signaalwoorden
  • alinea: behandelt een deelonderwerp van een tekst. Zinnen die bij elkaar horen, vormen een alinea.
  • Signaalwoorden geven aan welke verbanden er binnen een zin, tussen zinnen en tussen alinea's zijn. En signaalwoorden geven structuur aan een tekst. 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Stappenplan
Kijken en luisteren
Oriënteer je op het onderwerp en het fragment. Wat weet je al over het onderwerp? Bekijk de vragen en bekijk/beluister het fragment globaal.

Slide 15 - Tekstslide

  1. Lees de vraag en de antwoorden door.
  2.  Luister globaal of gericht (kies een strategie) om de vraag te beantwoorden.
  3. Bepaal het juiste antwoord, kijk welk antwoord het beste bij jouw antwoord past.

Slide 16 - Tekstslide

TIPS:
  • Je kunt (delen van) het filmpje opnieuw bekijken
  • Soms is niet het hele filmpje relevant
  • Denk aan je tijd!!! 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide