503

Pak je
spullen
Wat we deze les doen:

Afronding "straling detecteren"                    (5 min)

Uitleg 5.2:                    (20 min)
Isotopen en kernverval

Opdrachten                 (15 min)

Kernreacties opschrijven en oplossen
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Pak je
spullen
Wat we deze les doen:

Afronding "straling detecteren"                    (5 min)

Uitleg 5.2:                    (20 min)
Isotopen en kernverval

Opdrachten                 (15 min)

Kernreacties opschrijven en oplossen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Meten aan kernverval
Een stralingsmeter, ook wel 
geiger-müller teller, of gm-teller, 
vangt straling op een geeft
een piepje als het iets heeft
opgevangen.

Slide 3 - Tekstslide

Redenen waarom gm-tellers niet erg nauwkeurig zijn:
1) Weet niet of het alpha, beta of gamma straling heeft gedetecteerd.
2) Meet ook straling uit het
heelal en uit de muren van 
je huis.
3) Straling gaat alle kanten op,
niet alleen naar de meter.

Slide 4 - Tekstslide

Redenen waarom we gm-tellers toch gebruiken.


1) We hebben geen 
andere goedkope optie.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Hoe ontstaat kernstraling?

Slide 7 - Tekstslide

Lang geleden....
Een atoom is het kleinste wat er bestaat
600 voor Christus

Slide 8 - Tekstslide

Slimme mensen in zwart-wit
Marie en Pierre Curie
Mendelejev
Kleiner dan een atoom bestaat wel!
rond 1900

Slide 9 - Tekstslide

Hoe ziet een atoom eruit?

Elektronen (-) aan de buitenkant


Protonen (+) en neutronen in de kern

Slide 10 - Tekstslide

Groot is een beetje onhandig...
Hoe kan je dit handig opschrijven?

Slide 11 - Tekstslide

Hoe schrijf je dat op?

Slide 12 - Tekstslide

Kenmerk 1: atoomnummer
Alle elementen krijgen een atoomnummer
gelijk aan het aantal protonen in de kern.


Waterstof (H), één proton, atoomnummer 1.
Helium (He), twee protonen, atoomnummer 2.
Lithium (Li), drie protonen, atoomnummer 3.
... enz.

Slide 13 - Tekstslide

Kenmerk 2: massagetal
Alle atomen krijgen een massagetal, wat aangeeft hoeveel deeltjes er totaal in de kern zitten.      protonen + neutronen
BiNaS 25A
Isotopen:
Atomen met hetzelfde atoomnummer (dus het zelfde aantal protonen), maar een ander massagetal.

Slide 14 - Tekstslide

Hoe schrijf je dat op?
Atoomnummer = aantal protonen
Massagetal = protonen + neutronen
Symbool

Slide 15 - Tekstslide

Hoe schrijf je dat op?
Atoomnummer = aantal protonen
Massagetal = protonen + neutronen
Symbool
X
A
Z

Slide 16 - Tekstslide

Hoe schrijf je dat op?
Atoomnummer = aantal protonen
Massagetal = protonen + neutronen
Symbool
X
A
Z

Slide 17 - Tekstslide

Hoe schrijf je dat op?
Atoomnummer = aantal protonen
Massagetal = protonen + neutronen
Symbool
X
A
Z
Aantal neutronen (N)
= massagetal (A) - aantal protonen (Z)

Slide 18 - Tekstslide

Verschillende isotopen
Sommige isotopen zijn stabiel.
Sommige isotopen zijn instabiel.
Radioactief verval

Slide 19 - Tekstslide

Alfaverval
De kern valt uiteen in een 
kleinere kern en een helium kern.
Deze helium kern noemen we dan 
het alfa deeltje.

Alfa-deeltje: 


He
4
2

Slide 20 - Tekstslide

Alfaverval
De kern valt uiteen in een 
kleinere kern en een helium kern.
Deze helium kern noemen we dan 
het alfa deeltje.

Alfa-deeltje: 


He
4
2
Moederkern
Dochterkern

Slide 21 - Tekstslide

Betaverval
De kern valt uiteen in een 
kleine kern en een 
beta-deeltje.

Beta-deeltje:
                       
                 
e
0
-1

Slide 22 - Tekstslide

Betaverval
De kern valt uiteen in een 
kleine kern en een 
beta-deeltje.

Beta-deeltje:

                     
e
0
-1
Moederkern
Dochterkern

Slide 23 - Tekstslide

Gamma-straling
Gamma-straling zijn pakketjes 
energie, niet een deeltje. Meestal 
als bijproduct.
Gamma-straling zet je wel in de 
vervalvergelijking.

Gamma-straling: 

0
0
γ

Slide 24 - Tekstslide

Drie soorten verval
      - straling                             - straling                                   - straling
α
β
γ
0
0
He
γ
4
2
0
-1
e   of
0
+1
e  

Slide 25 - Tekstslide

Drie soorten verval
      - straling                             - straling                                   - straling
α
β
γ
0
0
He
γ
4
2
0
-1
e

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Wat blijft erover na radioactief verval?
Het verval van Uranium-238:


Het verval van Boor-12:

Slide 28 - Tekstslide

Wat blijft erover na radioactief verval?
Het verval van Stikstof-16:


Het verval van Samarium-147:

Slide 29 - Tekstslide

Opdrachten
Opdracht 
11
Opdracht 12
Opdracht 15
timer
15:00

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Huiswerk
Opdracht 
16
Opdracht 19
Opdracht 22
timer
1:00

Slide 32 - Tekstslide