Voorbereiding:
Kies een collega waarmee je een coachingsgesprek gaat voeren.
Stel een concreet doel op voor het gesprek (bijv. het verbeteren van een handeling of het ondersteunen van de collega bij werkdruk).
Denk na over welke coachingstechnieken je wilt gebruiken (bijv. actief luisteren, feedback geven, open vragen stellen).
Uitvoering van het gesprek:
Voer het gesprek op een coachende manier, waarbij je de collega ondersteunt in zijn/haar ontwikkeling.
Zorg voor een veilige en open sfeer waarin de collega zich gehoord voelt.
Reflectie:
Schrijf een reflectieverslag over het gesprek. Wat ging goed? Wat heb je geleerd? Wat zou je een volgende keer anders doen? Hoe heeft het gesprek bijgedragen aan de ontwikkeling van jouw collega?