Grammatica

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Cupido schoot een pijl door mijn donder.
Wat is het lijdend voorwerp?
A
door mijn donder
B
staat niet in de zin
C
Cupido
D
een pijl

Slide 2 - Quizvraag

Aan de bourgondische vrouw gaf de verliefde man een fles wijn.
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
de verliefde vrouw
B
Aan de bourgondische vrouw
C
dit is een onzinvraag
D
De leuke vrouw

Slide 3 - Quizvraag

Ze vertelde de man haar verhaal over haar vriendin.
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
Ze
B
haar vriendin
C
de man
D
haar verhaal

Slide 4 - Quizvraag

Jou stuur ik vandaag een berichtje!
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
Jou
B
een berichtje
C
weet niet
D
ik

Slide 5 - Quizvraag

De gemotiveerde bediening van het restaurant in het park overhandigt een cadeau.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
A
gemotiveerde bediening overhandigt
B
gemotiveerde overhandigt
C
overhandigt
D
Wat is een werkwoordelijk gezegde?

Slide 6 - Quizvraag

Je hebt mij geraakt?
Wat is mij?
A
Onderwerp
B
Meewerkend voorwerp
C
Niets
D
Lijdend voorwerp

Slide 7 - Quizvraag

Na het eten hebben de gasten de ober de rekening betaald.
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
de gasten
B
de rekening
C
het eten
D
de ober

Slide 8 - Quizvraag

Na het eten hebben de gasten de ober de rekening betaald.
Wat is het lijdend voorwerp?
A
de gasten
B
de rekening
C
het eten
D
de ober

Slide 9 - Quizvraag

Na het eten hebben de gasten de ober de rekening betaald.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
A
eten betaald
B
betaald
C
hebben betaald
D
eten hebben betaald

Slide 10 - Quizvraag

Mail hem de lijst met namen!
Wat is het meewerkend voorwerp?
A
de lijst
B
de lijst met namen
C
hem
D
geen idee

Slide 11 - Quizvraag

Hij is aan het denken.
A
wwg: aan het denken
B
wwg: is aan het denken

Slide 12 - Quizvraag

Wij vragen het ons al jaren af.
A
wwg: vragen
B
wwg: afvragen
C
wwg: vragen ons af
D
Ik vraag het me af.

Slide 13 - Quizvraag

Die puber scheert zich.
A
wwg: scheert zich
B
wwg: scheert zich
C
wwg: scheert zich
D
wwg: scheert zich

Slide 14 - Quizvraag

In de kerstvakantie had het sportieve gezin naar Oostenrijk kunnen gaan.
A
wwg: had, kunnen, gaan
B
wwg: kunnen gaan

Slide 15 - Quizvraag

Het gemis valt niet in te halen
A
wwg: valt in te halen
B
wwg: inhalen

Slide 16 - Quizvraag

Hij laat al zijn geld na aan goede doelen. Meewerkend voorwerp?
A
al zijn geld
B
goede doelen
C
Hij
D
aan goede doelen

Slide 17 - Quizvraag

Hij zit aan de telefoon.
A
aan de telefoon = mv
B
aan de telefoon = lv
C
aan de telefoon = X
D

Slide 18 - Quizvraag

Wat is een zelfstandig werkwoord?
A
Werkwoord dat de actie aangeeft in de zin
B
Werkwoord dat een ander werkwoord helpt

Slide 19 - Quizvraag

Grammatica gaat bij mij:
A
Geweldig!
B
Prima
C
Moeizaam
D
Rampzalig

Slide 20 - Quizvraag

Taalkundig ontleden (woordjes!)

Slide 21 - Woordweb