oefentoets ordening

oefentoets ordening

Ordenen:
(ordende, heeft geordend),
1. regelen, in of op orde brengen, (rang) schikken: aantekeningen ordenen.


1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

oefentoets ordening

Ordenen:
(ordende, heeft geordend),
1. regelen, in of op orde brengen, (rang) schikken: aantekeningen ordenen.


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is:
Ordenen van organismen?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Al het leven op aarde wordt eerst verdeeld in twee hoofdgroepen.
Welke hoofdgroepen zijn dit?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen prokaryoten en eukaryoten?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer behoren organismen tot dezelfde soort?

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gesloten vragen.
Let op de tijd!

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schimmels zijn:
A
Altijd eencellig.
B
Eencellig of meercellig.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tot welke hoofdgroep behoort
deze cel?
A
Planten
B
Dieren
C
Prokaryoot
D
Eukaryoot

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder welk rijk valt een
organisme met deze soort cellen?
A
Planten
B
Protozoa
C
Schimmels
D
Dieren

Slide 9 - Quizvraag

protozoa & dieren hebben hebben geen celwand
protozoa = eencellige eukaryoot
planten hebben ook bladgroen
Sleep van groot naar klein
1
2
3
4
5
Orden
Klassen
Rijken
Soorten
Stammen

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Prokaryoten worden ingedeeld in:
A
2 rijken
B
3 rijken
C
4 rijken
D
5 rijken

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke groep heeft geen celwand?
A
Bacteriën
B
Schimmels
C
Planten
D
Dieren

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kijkt door een microscoop en ziet een cel met een celmembraan. Welke conclusie kun je nu trekken
A
Dit is een cel van een plant of dier
B
Dit is een cel van een schimmel of bacterie
C
Dit is een cel van een plant of schimmel of dier
D
Dit kan een cel van elk organisme zijn

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Iedere slak heeft een uitwendig skelet.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Deze eencellige is...
A
Veelzijdig symmetrisch
B
Enkelvoudig symmetrisch
C
Niet-symmetrisch
D
Tweezijdig symmetrisch

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een kwal heeft geen skelet, is veelzijdig symmetrisch en leeft in het water.
Bij welke stam van de dieren hoort een kwal?
A
Sponzen
B
Neteldieren
C
Stekelhuidigen
D
Wormen

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tot welke Stam hoort het organisme dat hiernaast staat weergegeven?
A
Holtedieren
B
Sponzen
C
Geleedpotigen
D
Gewervelden

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slakken en mossels hebben een uitwendig skelet in de vorm van een huisje of schelp. Ze zijn tweezijdig symmetrisch.
Tot welke stam horen deze organismen?
A
Wormen
B
Weekdieren
C
Sponzen
D
Geleedpotigen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk van deze dieren heeft een uitwendig skelet?
7
A
zeester
B
slak
C
vleermuis
D
Alle drie

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het dier hiernaast hoort in de stam van de ...
A
amfibieën
B
weekdieren
C
reptielen
D
gewervelden

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Deze groep planten hebben geen stengel, blad, bloem of wortel.
A
Mossen
B
Wieren
C
Zaadplanten
D
Vaatplanten

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hier zien we een...
A
Alg
B
Naaktzadige
C
Sporenplant
D
Wier.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke stam van de planten liggen er sporenhoopjes aan de onderkant van bladeren?
A
Mossen
B
Paardenstaarten
C
Varens
D
Zaadplanten

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke celkenmerken
komen voor bij de cellen van een plant?
A
Celwand en bladgroenkorrels
B
Celwand, celkern en bladgroenkorrels
C
Celkern en bladgroenkorrels
D
Celwand en celkern

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe planten boomalgen zich voort?
A
Door deling.
B
Door eieren
C
Door sporen
D
Door zaden

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke vraag vond je het lastigst?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk cijfer verwacht je gehaald te hebben bij deze oefentoets?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies