1 april: spelling cursus 7 § 4 meervouden op 's, -en en - ën

1 april: spelling cursus 7 § 4 meervouden 
op 's, -en en - ën
Mavo 2 periode 4 
week 14 1e les (1 april)


1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

1 april: spelling cursus 7 § 4 meervouden 
op 's, -en en - ën
Mavo 2 periode 4 
week 14 1e les (1 april)


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welkom 
plattegrond: 
timer
5:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
Lezen: Hoofdstuk 9 
Huiswerkcheck: 4 en 5 blz. 233
Startopdracht: dictee
Voorafje: puzzel blz. 234
Instructie 7.4 meervouden
~pauze~
Zelfstandig oefenen met 7.4 
Afsluiting


timer
10:00

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk check✓
Opdracht 4 blz. 233
a. "Speel de bal door naar Djamilla!", riep de voetbaltrainer. 
b. "Je beugel mag er over een maand uit", zei de orthodontist. 
c. "Waar haalt u uw inspiratie vandaan?", vroeg de interviewer aan de schrijver. 
d. "Ik heb zin in pizza", fluisterde Dex onder de wiskundeles. 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk check✓
Opdracht 5 blz. 233
1 Robin zei: ‘Wat kun jij goed dansen.’
2 Kim vroeg aan Kelly: ‘Mag ik je oplader even lenen?’
3 Morris zei tegen de verkoper: ‘Ik wil die broek graag even passen.’
4 De minister sprak: ‘Ik kan me daar niets van herinneren.’


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht
Kies van deze 2 woorden het woord dat een meervoud op -s heeft. 
 1.  dossier / rendier
2. lamp / pump
3. broer / snoer
4. aardbei / abonnee
5. inspecteur / schutkleur
6. legpuzzel / wasmiddel
Vul de puzzel in (blz.234)

Slide 6 - Tekstslide

1. maart
2. dinsdag
3. blad (van een boom)
4. bn van plastic
5. bn van lekker 
6. mv van brief
7. mv van gans
8. verkleinwoord van koning
9. verkleinwoord van pink
10. verkleinwoord van worm
Doel 7.4 Meervouden op 's, -en en -ën


  •  Je leert meervouden spellen. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even kijken 
Wat staat hier? 
opas
taxis
paraplus

Slide 8 - Tekstslide

1. meneer Van Dalen
2. Gert de Groot
3. glad 
4. duizendvoud
5.  bn van langzaam: de ....... boot 
6. bn van glas: de ...... fles
7.  mv van fietsdief
8. mv van bezem
9. verkleinwoord van bodem
10. verkleinwoord van lieveling

blz. 234 7.4 Meervouden op -s en 's:


Meervoud van een zelfstandig naamwoord, maak je door: 
> -s achter het enkelvoud te zetten. Bumpers, pasjes, horloges
> 's achter het enkelvoud als het woord anders verkeerd wordt uitgesproken
        opa's, tosti's, menu's
    's na -y als daar een medeklinker voor staat: hobby's 

.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Even kijken 
Wat is het enkelvoud van....
feeen -
sleeen -
moskeeen -
tweeen -

Wat klopt hier niet? 

Slide 10 - Tekstslide

1. meneer Van Dalen
2. Gert de Groot
3. glad 
4. duizendvoud
5.  bn van langzaam: de ....... boot 
6. bn van glas: de ...... fles
7.  mv van fietsdief
8. mv van bezem
9. verkleinwoord van bodem
10. verkleinwoord van lieveling

blz. 234 7.4 Meervouden op -en en -ën:


Meervoud van een zelfstandig naamwoord, maak je door: 
> -en achter het enkelvoud te zetten. Dorpen, klauwen. 
    Soms moet je iets veranderen (zie 7.1 aantekeningen: f/v, s/z          medeklinker verdubbeling/ klinker weghalen).  

> -ën achter het enkelvoud dat eindigt op -ee
        reeën, zeeën, orchideeën
    
.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
5:00

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het werk
Maak opdracht 2 en 3 blz. 234/235
Noteer in je schrift. 

En maak ook nog: 
blz. 231 opdracht 2
blz. 233 opdracht 6
timer
15:00

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting
Check de doelen bij jezelf: 
  1. Je weet hoe je de onderdelen hoofdletters, leestekens, laatste letter t/d, bijvoeglijke naamwoorden, meervouden en verkleinwoorden goed moet schrijven. 
  2. Je weet wanneer je een komma, dubbele punt en aanhalingstekens schrijft. 
  3. Je weet hoe je meervouden moet schrijven.
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les 2/3 april: 
Instructie 7.5 verkleinwoorden

 Huiswerk 2/3 april:
Opdracht 2 en 3 blz. 234/235 en
blz. 231 opdracht 2
blz. 233 opdracht 6
 Agenda: 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies