les 5 B2n Tiere 1

04-04-2025
1 / 26
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

04-04-2025

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Willkommen im Deutschunterricht 5



Thema 2: Tiere 1
op tafel:
laptop nog dicht!
boek 3
etui
snelhechter 


Wat doen wij in deze les:
- stille startopdracht 
- klassikaal filmpje kijken met aansluitende quiz 
- korte uitleg schrijfopdracht over dier
- grammatica uitleg lidwoorden
- herhaling persoonsvormen




Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesdoel
  1. Je kunt korte zinnen in het Duits over dieren maken.
  2. Je kent "IDEWIS" en "FEESTTENTEN" nog
  3. Je kunt gesproken of geschreven teksten over dieren begrijpen.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

STILLE START
Lees de tekst op kopie 6:
Warum können Frösche so lange tauchen?

Wat betekent de koptekst? Schrijf het eronder.
Onderstreep de woorden, die je kunt vertalen.

timer
5:00
stil


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Luister en kijk naar het filmpje
Na het kijken - lessonUp quiz! 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Wat was het thema van het filmpje?
A
Hoe oud slangen kunnen worden.
B
Wat slangen vreten.
C
Hoe slangen hun prooi doden

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Hoe lang was Leonie?
A
8 m
B
2,50 m
C
7 m
D
4,50

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

Kan een netpython een mens verslinden?
A
Nee
B
Ja, als zij 8-9 m lang zijn
C
Ja

Slide 8 - Quiz

This item has no instructions

Het prooidier wordt verslonden
A
meteen
B
als het niet meer ademt

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions

Hoe vaak wordt de slang gevoerd?
A
dagelijks
B
eens per week
C
eens per maand
D
alle 10-14 dagen

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Slangen kunnen prooidieren inslikken als deze
A
even breed als hun muil zijn
B
tot dubbel zo groot als hun hoofd zijn
C
vier keer zo groot als hun hoofd zijn

Slide 11 - Quiz

This item has no instructions

De vertering van een rat duurt bij 30 graden in het terrarium
A
5 uur
B
3-4 dagen
C
1 week
D
1 dag

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Zenuwgif van gifslangen zorgt ervoor
A
dat het hart meteen stopt het slagen
B
dat het prooidier onbeweeglijk wordt en stuk voor stuk de organen stoppen te werken

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Het gif van de bamboe-adder veranderd bloed in
A
een dunne straal rood water
B
een bloedpropje welke lijkt op vanillepudding

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Iedere zelfstandig naamwoord heeft een bijpassend lidwoord (geslacht) 
grammatica Nederlands

Hoeveel lidwoorden kennen wij in het Nederlands?
grammatica Duits

  • der Mann (mannelijke woorden)
  • die Frau  (vrouwelijke woorden)
  • das Kind (onzijdige woorden)
  • "ein" verandert continu zijn vorm

I

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

grammatica Nederlands

Het is de bruine kat.
Het is een bruine kat.

MAAR
Het is het bruine konijn.
Het is een bruin konijn(o).
grammatica Duits

  • Das ist die braune Katze(v).
  • Das ist eine braune Katze(v).
  • Das ist der braune Hund(m).
  • Das ist ein brauner Hund(m).
  • Das ist das braune Kaninchen(o).
  • Das ist ein braunes Kaninchen(o).

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

korte ontspanningstijd
timer
8:00
Je kunt je toets inzien.
Wij bespreken aan het einde het volgende thema.

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Schrijfoefening over dieren
  • Ich sehe eine Katze (v).
  • Die Katze hat eine kleine Nase (v).
  • Die Katze hat ein weiches Fell (o).
  • Die Katze hat vier weiche Pfoten (mv)
Neem de woordenlijst erbij!

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

Welches Tier ist das?
  • Das  ist ein/e
  • Die Schildkröte hat  ???                      .
  • Die Schildkröte hat   ???                      .
  • Die Schildkröte hat   ???                      .
  • Die Farbe ist    ???                            .

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

AAN DE SLAG 1
Maak met een partner:

1. Bedenk een dier.
2. Schrijf met behulp van de woordenlist (kopie 6) en voorbeelden op kopie 7 vier zinnen over dit dier.
timer
8:00
stil


Wij vergelijken dit en dan hebben jullie ontspanningstijd 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

AAN DE SLAG 2
Werk met je buurman/buurvrouw samen

Open je Textarbeitsbuch 3, blz. 10
Maak Aufgabe (opdracht) 2b, 2c
Maak ook blz. 15 Aufgabe 10a, 10b
Hulp nodig? - Steek je vinger op!  

timer
10:00
stil


Wij vergelijken - wir vergleichen

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Terugblik - hebben wij dit bereikt?
Nieuwe woordenlijst: Bewaar deze goed in je snelhechter, je hebt hem bij de schrijfopdrachten nodig.
Je weet het thema voor de volgende weken.
Je kent (nog) "IDEWIS" en "FEESTTENTEN" 



Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

IDEWIS + Feesttenten - Regel
  • ich 
  • du
  • er/sie/es
  • wir
  • ihr
  • sie?Sie 
  • seh + e
  • sieh + st
  • sieh + t
  • seh +en
  • seh + t
  • seh + en

Slide 24 - Slide

Slay

herhaling: ezelsbruggetje = IDEWIS
persoonlijke voornaamwoorden:
  • ich
  • du
  • er/sie/es
  • wir
  • ihr
  • sie/SIE
ik
jij/u
hij/zij/het
wij
jullie
zij
  • I
  • D
  • E
  • W
  • I
  • S

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

"feesttenten - regel" = Ezelsbruggetje om de juiste uitgang te onthouden

Slide 26 - Slide

This item has no instructions