les 5 Duits B1c kleuren & kleding 1

1 / 18
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 18 slides, with text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Willkommen im Deutschunterricht 5



Kleding & kleuren
op tafel:
boek 2
etui
snelhechter 

Wat doen wij in deze les:
- stille opdracht 
- spreken over kleuren en kleding
- werkfase 1- schrijven
- stille ontspanning - vragen over toets
- uitleg grammatica werkwoorden 
- oefenen grammatica


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Lesdoel
  1. Je weet het thema voor de volgende weken.
  2. Je weet dat vele namen voor kleuren op het Nederlandse woord lijken?
  3. Je kent de woorden "IDEWIS" en "FEESTTENTEN" als ezelsbruggetje.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

STILLE START
Maak de woordjeszoeker kleuren! Kun jij 5 van de 10 woordjes vinden?


Vind de fout p\op de woordjeszoeker!
timer
6:00
stil


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

THEMA: kleren & kleuren
Welke kleur zie jij?

antwoord: Ich sehe die Farbe                             


  • rot.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

THEMA: kleren & kleuren
Welke kleur zie jij?

antwoord: Ich sehe die Farbe                           



  • gelb

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

THEMA: kleren & kleuren
Welke kleur zie jij?

antwoord: Ich sehe die Farbe   


  • grün                

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

THEMA: kleren & kleding
Vindt het verschil !

Das ist ein grünes T-Shirt. (o)
Das ist eine grüne Jacke. (v)
Das ist ein grüner Pullover (m)



               

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

AAN DE SLAG
Neem de woordenlijst (kopie 6) en een
papier/schrift en schrijf 5 zinnen zoals:

Das ist ein rotes T-Shirt. (o)
Das ist ein roter Pullover. (m)
Das ist eine rote Bluse. (v)
timer
10:00
stil


Hierna korte ontspanning

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Ich sehe, ich sehe etwas,...
und das ist eine Pause

Je blijft stil op je plek zitten.
Je mag je laptop gebruiken.
Je mag lezen.
Je kunt ook naar de docente komen en je toets inzien!

timer
8:00

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

HERHALING
  • habe
  • hast
  • hat
  • hat
  • hat


  • haben
  • habt
  • haben
  • haben
  • bin
  • bist
  • ist
  • sind
  • seid
  • sind

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

AAN DE SLAG 2
Werk met je buurman/buurvrouw samen

LEES: Textarbeitsbuch 2 - Schritt 14 Aufgabe 2 (blz. 18)

Neem werkblad 7

timer
10:00
stil


Wij vergelijken - wir vergleichen

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

ezelsbruggetje = IDEWIS
persoonlijke voornaamwoorden:
  • ich
  • du
  • er/sie/es
  • wir
  • ihr
  • sie/SIE
ik
jij/u
hij/zij/het
wij
jullie
zij
  • I
  • D
  • E
  • W
  • I
  • S
voor alle werkwoorden in het Duits (behalve sein, werden, hulpwerkwoorden) werkt dit bruggetje 

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Hoe maak je persoonsvormen?
gaan
  • stam = ga +
  • ik ga
  • jij gaat
  • ...

gehen
  • stam = geh-
  • ich geh +e
  • du geh +st
  • er/sie/es geh +t
  • wir geh +en
  • ihr geh +t
  • sie/Sie geh +en

Slide 14 - Slide

Slay

"feesttenten - regel" = Ezelsbruggetje om de juiste uitgang te onthouden

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Terugblik - hebben wij dit bereikt?
Je weet het thema voor de volgende weken.
Je weet dat vele namen voor kleuren op het Nederlandse woord lijken? 
Je weet dat er een ezelsbruggetje is voor het maken van persoonsvormen ("IDEWIS" en "FEESTTENTEN") 



Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

grammatica Nederlands

Het is de bruine jas.
Het is een bruine jas.

MAAR
Het is het bruine hemd.
Het is een bruin hemd (o).
grammatica Duits

  • Das ist die braune Jacke (v).
  • Das ist eine braune Jacke (v).
  • Das ist der braune Pullover (m).
  • Das ist ein brauner Pullover (m).
  • Das ist das braune Hemd (o).
  • Das ist ein braunes Hemd (o).

Slide 18 - Slide

This item has no instructions