Woordenschat 3F - nieuw - 3

Woordenschat 3F

1 / 28
next
Slide 1: Slide
NederlandsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 28 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Woordenschat 3F

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen?
- Uitleg Pitch
- Woordenschat & uitdrukkingen = voorbereiding op toets 4

Slide 2 - Slide

Maak de uitdrukkingen compleet door één woord toe te voegen en zet een passend woord bij de omschrijving.

Slide 3 - Slide

Verandering van ....... doet eten

Slide 4 - Open question

Ruggespraak met iemand ......

Slide 5 - Open question

Iemand op rantsoen ....

Slide 6 - Open question

Iets over het hoofd ....

Slide 7 - Open question

Het onderspit ......

Slide 8 - Open question

Iemand iets op de mouw ......

Slide 9 - Open question

Naar de bekende weg ......

Slide 10 - Open question

Stank voor ......... krijgen.

Slide 11 - Open question

Iets aan de grote ......... hangen.

Slide 12 - Open question

Zijn ........ op iets stukbijten.

Slide 13 - Open question

Gedane zaken nemen geen .....

Slide 14 - Open question

Gedane zaken nemen geen .....

Slide 15 - Open question

1) Met vuur spelen -> ...
2) Er komt licht in de duisternis. -> ...
3) In hart en nieren -> ...
4) De kat uit de boom kijken -> ...
5) Iemand de hand boven het hoofd houden -> ...
6) Een speld in een hooiberg zoeken -> ...
7) Brood op de plank hebben -> ...
8) Iemand een oor aannaaien -> ...
9) Achter de wolken schijnt de zon. -> ...

Slide 16 - Slide

.
6) Een speld in een hooiberg zoeken -> ...
7) Brood op de plank hebben -> ...
8) Iemand een oor aannaaien -> ...
9) Achter de wolken schijnt de zon. -> ...

Slide 17 - Slide

Welk woord past bij de volgende omschrijving?

Het alleenrecht om te handelen.
A
dilemma
B
monopolie
C
executie
D
synoniem

Slide 18 - Quiz

Welk woord past bij de volgende omschrijving?

Een ander woord met dezelfde betekenis
A
dilemma
B
monopolie
C
executie
D
synoniem

Slide 19 - Quiz

Welk woord past bij de volgende omschrijving?

Een moeilijke keus uit twee dingen/zaken
A
dilemma
B
monopolie
C
executie
D
vivisectie

Slide 20 - Quiz

Welk woord past bij de volgende omschrijving?

Een gemeente aan de rand van een grote stad.
A
randgemeente
B
randwijk
C
relikwie
D
randstad

Slide 21 - Quiz

Welk woord past bij de volgende omschrijving?

De uitvoering van een doodvonnis.
A
relikwie
B
executie
C
integratie
D
vivisectie

Slide 22 - Quiz

Welke ........ moet je volgen als je een eigen bedrijf wilt beginnen?

Vul het juiste woord in.
A
instructie
B
schema's
C
cultuur
D
procedure

Slide 23 - Quiz

In dit bedrijf is het … verziekt: mensen doen alleen hun eigen werk en willen elkaar niet helpen. Er wordt ook nooit samen koffiegedronken of geluncht: iedereen werkt voor zich.

Welk woord past in de zin?
A
werkoverleg
B
werkklimaat
C
werkrooster
D
ondernemingsbeleid

Slide 24 - Quiz

De voorzitter stuurt de deelnemers de ...... van de komende vergadering toe.

Welk woord past in de zin?
A
actielijst
B
notulen
C
agenda
D
vergadering

Slide 25 - Quiz

Aan het werk!
- Ga aan de slag met de opdracht.
- opdracht 1: Zoek de betekenissen op

- opdracht 2: Verhaal schrijven met de tien woorden en opdracht inleveren.


Slide 26 - Slide

3F Beeldspraak 2 - Creatief met taal
Lezen: alle theorieblokken

Maken:
Opdracht 5 Beeldspraak in songtekst - vraag 6,7,8
Opdracht 7 Verkeerd gebruikt - vraag 13
Opdracht 8 Verhaspeling - vraag 14,15,16,17
Opdracht 9 Straattaal - vraag 18,19,20,21






Slide 27 - Slide

Dinsdag 2 april
- BOEKTOETS
-DESKUNDIGHEIDSBEVORDERING
(start om 14.00 uur)

Slide 28 - Slide